SCHAAK op ZATERDAG

Deze zaterdag (openlucht)schaken gezellig naast allerlei andere kraampjes van hulporganisaties. Met een deelnemer die vroeger lid is geweest van de Messemaker.

Een heel rijtje wedstrijden  deze middag op het nu nog stille veld met een werkende klok(!):

Met op de kleine borden twee opgaven voor de voorbijgangers.

Daan Manni van Overschie 3, tegenstander van het RSB 3-tream in de laatste competitie, kwam speciaal even langs om een potje te spelen.

Uit de Opera House Game van Paul Morphy uit 1858: 15 Ld7: Pd7: 16 Db8; Pb8: 17 Td8

En Reti in 1910 tegen Tartakower: 8 ….;Pe4: 9 Dd8 Kd8 10 Lg5 Kc7 11 Ld8. Ook een grootmeester kan in 11 zetten verliezen….

KAMPIOEN door MAT!

Het is al laat op de avond. De stand is 2,5-3,5. We hebben nog minimaal een half punt nodig en dan opeens! Een  klap op het bord: Yury zet zijn tegenstander pardoes MAT. We hebben 4,5 punt en we zijn KAMPIOEN!

We zijn op bezoek bij Spijkenisse. Deze club ontvangt ons hartelijk in een prachtige ambiance. Verschillende ruimtes in de bibliotheek, met een aparte zaal voor competitiewedstrijden. En een parkeergarage naast de deur. Het doel is gelijkspel of winnen, in beide gevallen blijven we koploper. Het werd uiteindelijk 2,5-5,5 maar het was wel op het eind nagelbijtend spannend.

De koude cijfers hierboven geven de resultaten weer maar niet de emoties. Na de stand 2,5-3.5 speelden Peter en Yuri nog hun wedstrijd om minimaalnet het halve punt binnen te halen. Beiden staan er niet al te best voor. Ze hebben beiden hun eigen verhaal maar Yuri gaat mat zetten! Daarna wint Peter zowaar zijn partij ook nog. Toch nog een ruime winst maar door het oog van de naald.

Zo komen we tot de volgende eindstand door 7 keer winst:

Eelko en Simon zijn samen topscores in klasse 4A en Bert staat daar op een gedeelde derde plek. Onze puntenpakkers!

Zoran krijgt wel zijn paarden in het spel maar het leverde geen winst op. Simon kreeg een remiseaanbod maar beantwoorde dat door de partij gewoon te winnen. Iets met een vrijpion. Chris kwam al snel in een T-L eindspel met gelijk aantal pionnen. Geen van beide kon doorbreken, dus remise.

Het verhaal van Bert: “Ondanks filevorming en dubieuze aanwijzingen van mijn navigatiesysteem kwamen wij op tijd aan bij de speelzaal van Schaakvereniging Spijkenisse. Spelend met zwart op het tweede bord kwam er een Siciliaanse opening op het bord: 1e4, c5; 2. Pf3, Pc6; 3. c3, e5; 4. d4; cxd4; 5. cxd4, exd4; 6. Pxd4, Lc5; 7. Pxc6,  Ik vond deze zet twijfelachtig, omdat zwart nu van de geïsoleerde d-pion af is 7. ….bxc6; 8. Lc4, Pe7? Dit is fout: 9. Lxf7+, Kxf7; 10. Dh5+ en 11. Dxc5. 9. 0-0, 0-0; 10. Pc3, Dc7; 11. Df3, Pg6; 12. Dh5, De5; 13. Dxe5, Pxe5; 14. Lb3, La6; 15. Te1, Pd3; 16. Tf1, Pe5; zwart is niet uit op herhaling van zetten, maar op enige tijdwinst 17. Te1, Pg4; 18. Le3, Pxe3; 19. fxe3

in deze stelling heeft wit nu een ongedekte dubbelpion en zwart het loperpaar, maar hij moet wel uitkijken voor de open f-lijn en de loper op c4. Maar zolang de loper op a6 staat, is er nog geen acute dreiging. 19 … Tfe8; 20. Tad1, Tad8; 21. Lc2, Kf8; om aanvallen over de f-lijn te voorkomen 22. Ld3, Lb7; 23. a3, a5; 24. Kf2? waarom moet de koning nu al oprukken terwijl wit in zijn bewegingsvrijheid beperkt is?  24. …, d5; 25. Kf3, d4; 26. exd4, Lxd4; 27. Td2, Td6; 28. Pe2?, dit is natuurlijk de bedoeling van de vorige zet, maar is tevens de beslissende fout

28. …, Tf6+; 29. Kg4, 29. Pg4 was minder slecht, maar na 29. …, g5 is het ook afgelopen. De witte koning staat in het open veld, bedreigd door twee torens en het loperpaar. 29. …, Lc8+; 30. Kg5, Le3+ en 0-1 want 31. Kh5, Td5+; 32. Kh4; Lf2+; 33. g3, Th6 en mat.”

Peter wit aan bord 5: Deze wedstrijd viel precies in onze vakantie (agendafoutje) maar toch vanuit ons vakantieadres In Renesse naar Spijkenisse getogen. Marianne, mijn vrouw, kon zo een stille getuige zijn van deze bijzondere avond! Mijn tegenstander dacht erg lang na, een uur over de eerst 12 zetten! Maar hij had het in het middenspel wel beter gezien. Na mijn d4 kom ik slechter te staan en verlies een pion.

Het wordt nog erger door het verlies van een kwaliteit (-3). Wat nu? We staan voor met 2,5-3,5. Maar ik zie niet precies hoe Yury ervoor staat. Het lijkt me voor hem geen gemakkelijke winststelling. Dus doorspelen maar. Mede vanwege de tijdnood van mijn tegenstander. Ik probeer te dreigen op de koningsvleugel met D, P, L en pi. Hij doet het allemaal goed tot mijn zet 32 Lf6.

Ik hoop op gf6: en eeuwig schaak, maar hij speelt 32…Le6, dan volgt 33 Dg5 g6 34 Dh6 en met nog twee seconden op de klok geeft hij op. Hij had 32…e3 moeten spelen met dreiging op f2.  Intussen had Yury zijn beslissende slag al geslagen en mij restte nog om sorry te zeggen tegen mijn tegenstander.

Eelko aan bord 6 met zwart: 1. e4 c5 2. c4 g6 3. Nf3 Bg7 4. d4 cxd4 5. Nxd4 d6 6. Nc3 Bd7 7. Be2 Nc6 8. Nxc6 Bxc6 9. Bd3 Nf6 10. Nd5 O-O 11. O-O Nd7 12. Nb4 Ne5 13. Nxc6 Nxc6 14. a3 Rc8 15. Rb1 Qc7 16. Be3 Rfd8 17. f4 e6 18. Qe2 f5 19. Rfc1 Qa5 20. Bd2 Qa4 21. Bc2 Nd4 22. Qd3 Qxc4 23. Qxc4 Rxc4 24. Bd1 Rc5 25. Rxc5 dxc5 26. e5 b5 27. Be3 a6 28. Kf2 Bf8 29. Rc1 c4 30. g3 Bc5 31. Bf3

Nxf3 32. Kxf3 Rd3 33. Rc3 Rxc3 34. bxc3 Bxa3 35. Bb6 b4 36. cxb4 c3 {0-1}

Yury aan bord 7 met wit: “Met de stand in de wedstrijd op 3,5 punt voor Messemaker waren alleen de partijen van Peter Borg en mij nog bezig. Een gelijkspel in de match was genoeg voor het kampioenschap, maar op dat moment zag het er op beide borden niet bepaald rooskleurig uit. In mijn partij had ik met wit een torenoffer aangenomen dat achteraf zeer gevaarlijk bleek: zwart kreeg actief spel, een sterke vrijpion en aanvalskansen tegen mijn koning. Toch draaide de partij nog volledig om – en uiteindelijk viel de beslissing met mat op de andere vleugel. De partij begon als een Vierpaardenspel met Schotse structuur:

Yury Petrachenko – Klaas Mol, bord 7  1 e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Pc3 Pf6 4. d4 exd4 5. Pxd4 Lb4 6. Pxc6 bxc6 7. Ld3 d6 8. h3 O-O 9. O-O h6 10. Pe2 Te8 11. c3 Lc5 12. b4 Lb6 13. Pg3 a6 14. Df3 d5 15. exd5 cxd5 16. c4 dxc4 Hier kwam het eerste kritieke moment. Zwart liet de toren op a8 in staan, maar het aannemen daarvan bleek veel riskanter dan het op het eerste gezicht leek. Stelling na 16…dxc4 – het moment waarop de toren op a8 “in de aanbieding” kwam:

Ik speelde: Dxa8 Dxd3 Materieel leek dit aantrekkelijk, maar zwart kreeg compensatie: mijn loper op d3 verdween, mijn dame stond ver weg op a8 en zwart kreeg actieve stukken richting mijn koning. De partij ging verder: 18 Kh2 Ld4 19. Le3 Lxa1 20. Txa1 Pd5 21. Lc5 c3 22. b5 c2 23. Tc1 Dd1 24. La3 Dd3 25. Dc6 Te6 26. Dc5 axb5 Zwart koos ervoor om vooral op de sterke vrijpion op c2 te spelen. Achteraf bleek dat zwart waarschijnlijk gevaarlijker kon spelen door sneller mijn koning open te breken, bijvoorbeeld met ideeën rond …Lxe3! in plaats van puur materieel en de c-pion te volgen. Tijdens de partij voelde het alsof ik vooral aan het overleven was: mijn toren stond gebonden aan de c-lijn en de zwarte dame en toren waren actief. Toch ontstond er ineens een tactische kans aan de andere kant van het bord:  27 Df8+ Kh7 28. Lb2 Dit was het beslissende moment. Zwart had al zijn aandacht op de vrijpion en de damevleugel gericht en miste de matdreiging op de koningsvleugel.

Hans aan bord 8 met zwart geeft door: “De partij aan het 8-e bord verliep aanvankelijk niet slecht voor hekkensluiter Krol met zwart. De opening was Weens. Waarbij beide spelers beiden lang rokeerden bij zet 11. Het offensief lag hierna bij zwart dat tot een interessante stelling leidde. Helaas maakte zwart een beslissende blunder en met 1 stuk achterstand moest ik mijn tegenstander feliciteren. Gelukkig konden wij als team wel de winst noteren!”

Aan het eind opluchting en blijdschap: het is gelukt, kampioen. Zoran regelt daarna nog de teamfoto om dit vast te leggen.

En: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de pion terug in dezelfde doos”.

P.S. Met de auto terug naar Zeeland. Radio aan. En ja hoor, hij komt langs: Queen met “We are the Champions”!

                         6 – 12

Het beloofde een spannend avondje te worden. Want de tegenstander Onesimus staat slechts 2 punten achter ons op de ranglijst. Het begon echter vredelievend, want Bert was al snel klaar met een remise.

De laatste partij gaf ook een remise, maar daar tussendoor allemaal winstpartijen met 4-2 in ons voordeel wat een eindstad van 5-3 oplevert.

Zoran op bord 1 met zwart. Jeroen geeft het volgende door: “Zoran miste in de onderstaande stelling TxPh4, en speelde a5. Pion a5 is ook goed, aangezien deze een vrije doorloop naar a1 heeft. De witte Toren is nodig voor de dekking van g3 en kan niet deze pion stoppen. Dat is natuurlijk ook een goed plan.

1… a5 2. Kxh3 a4 3. Pg2 a3 (ook hier stuk winst gemist TxLg6) 4. Pf4 a2 5. Tc1 Le5 (voor de 3de keer stukwinst gemist LxPf4 en TxLg6) 6. Lxh5 Tg7 7. Lg6;

] en zwart wint op de volgende zet 0-1”

Bert: “Spelend op het tweede bord kreeg ik Scandinavisch voorgeschoteld. Een opening die ik maar in de marge ken. Het ging allemaal goed; Fritz vond dat ik in de opening betere zetten had kunnen doen, maar mijn tegenstander liet ook steekjes vallen. Het resultaat was een vlakke partij waarin noch ik, noch mijn tegenstander een plan kon bedenken. Een kleurloze remise op de 21e zet was het resultaat.”

Peter met wit op bord 4. Op het bord kwam de Drakenvariant van de Siciliaan. Lang rokeren, Dd2, Le3: ruilen op g7 en h4 spelen. Zo had ik het in de middag ervoor op internet nog gezien. Doorstoten, even wat offeren en mat zetten op de h-liin, zoiets zou Fischer ooit gezegd hebben. Maar ja, hoe doe je dat? De computer geeft wel steeds voordeel, maar ik weet er niet doorheen te breken. In de onderstaande stelling was Pf5 een optie (gf5: dan Dg5). Wel gezien en overwogen, maar niet gedaan. (gf5: dan Dg5)

En later speel ik Dd3 (met e5 en Th5 in gedachten) terwijl de computer Pf4 groot voordeel geeft.

Een gewonnen pion moest ik toch weer inleveren en er ontstond een remise-achtige-stelling. Omdat toen de teamstand 4,5-2,5 was besloten we tot remise.

Eelko met zwart op bord 5: “1.d4 Nf6 2.Nc3 g6 3.Bf4 Bg7 4.Nb5 d6 5.e3 O-O 6.f3 Nbd7 7.g4 c5 8.h4 Qa5+ 9.c3 Nd5 10.dxc5 Nxf4 11.exf4 dxc5 12.Bc4 a6 13.Na3 Bxc3+ 14.bxc3 Qxc3+ 15.Kf2 Qxa3 16.Bd5 Rb8 17.h5 Nf6 18.hxg6 hxg6 19.Nh3 Qb2+ 20.Kg3 e6 21.Bb3 b5 22.Qd6 Bb7 23.Qxc5 Rbc8 24.Qg5 Bxf3 25.Nf2 Bxh1 26.Rxh1 Rc3+ 27.Kg2 Qxf2+ 28.Kxf2 Ne4+ 29.Ke2 Nxg5 30.fxg5 Rd8 31.Rf1 Rd4 32.Rf3 b4 0-1 Maar toch, de meeste interessante stelling is op zet 24 nadat wit Dc5-g5 speelde.

Ik sloeg hier met de loper de pion op f3. Een sterke zet, maar Eelco Naarding had nog een betere zet gezien. Ziet u die ook?

Bord 6 – Chris met wit. “Mijn tegenstander rokeerde niet en had al zijn stukken op een kluitje rond de koning staan. Pas op de 16e zet werd er een pion geslagen. Toen zwart op de 26e zet een toren weggaf, was het afgelopen.”

Bord 8 Hans met Pc3-wit. Hans probeerde nog een remise voorstel, maar dat werd afgeslagen

Hieronder staat de stand na deze ronde. Met 12 uit 6 ongeslagen bovenaan. Wij spelen nog tegen Spijkenisse en Fianchetto heeft Pascal als laatste tegenstander.  We hebben het in eigen hand.

En: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de pion terug in dezelfde doos”.

              PPPPPP

Weer een overwinning voor RSB-3. Met Prima Partijen met mooie Paard- en Pionzetten in Papendrecht tegen Pascal! Op een mooie dinsdagavond gaan we naar Papendrecht en zien ook veel van Rotterdam, want op de terugreis is de van Brienenoordbrug afgesloten en gaan met een omweg om Rotterdam terug, wel met een 5,5-2,5 overwinning mee in onze tas.

In het begin gaat het echter niet goed. Hans verliest snel. Yuri zorgt voor 1-1 maar daarna verliest ook Eelko zijn partij (zijn we niet van hem gewend!). 2-1 achter.  Zoran krijgt remise aangeboden, maar na enig overleg: doorspelen, we staan achter! En dan komen toch de punten te beginnen bij Simon ook langzamerhand binnendruppelen.

Op bord 1 speelt Zoran met wit tegen Arie Prins: “Om over deze partij iets te zeggen en een diagram te maken dan is het notitie papiertje van de partij van groot belang. Deze stukje papier ben ik vergeten of kwijtgeraakt. Ik heb een poging gedaan om de partij op te halen via mijn herinnering maar na de tiende zet is dat mislukt.  Het gaat om de Scandinavische opening met lichte aanvallen van beide kanten maar vooral een gevecht om de middelste velden. Zijn twee lopers hadden veel invloed op de veiligheid van mijn koning en ik moest goed opletten met wat zijn volgende zet zou kunnen zijn. Tegenover twee lopers van mijn tegenstander had ik twee Paarden die niet echt actief waren. Bij zet 25 kreeg ik een remise aangeboden maar deze werd (dankzij team kapitein) afgewezen.  Ik wist met mijn twee paarden de weg te hebben gevonden om een actief spel te voeren met mijn schaakstukken en dat leverde de winst op.” 

Op bord 2 speelt Bert met zwart: “” Bij de vorige wedstrijd (Messemaker 1847 – IJsselmonde/Barendrecht) mocht ik na een kwartier de stukken in het doosje doen, deze keer deed ik er drie uur langer over.  Aan het tweede bord probeerde ik met zwart spelend een Franse opening, maar volgens mij maakte mijn tegenstander er een fantasie-opening van: 1 e4, e6; 2 g3, mij volledig onbekend, maar het lijkt mij passief, Er volgde 2 …, c5; 3 Pc3, Pc6; 4 d3, Pf6; 5 f4, d6; 6 Pf3, e5; 7 Lg2, a6; 8 0-0, Le7; 9 a3.

Ik had a4 verwacht om mijn damevleugel vast te leggen, maar volgens de engine is dit ook een acceptabele zet. 9 …, b5; 10 fxe5, dxe5; 11 Lg5, Le6; ik had geen zin om een witte pion op d5 te krijgen na 12 Lxf6, Lxf6; 13 Pd5, en dan 13 … Le6;. De zwarte stelling heeft iets weg van de Rhino-opening. 12 Dd2, h6; 13 Lxf6, Lxf6; 14 Df2, Dd6; 15 Tad1, Pd4; 16 Pxd4?

Dit is fout. Tot nu toe was de stelling is evenwicht, maar door deze zet komt voor zwart de c-lijn open , waardoor nu ook de slechte samenwerking van de witte stukken aan het licht komt 17 Pd2?, de tweede fout, veel keus was er niet voor het witte paard, maar Pd5 toont meer perspectief dan Pe2 17 …, Tc8; 18 Pc1, Dc5; 19 Td2, Lg5; de rhino ontwaakt.

20 Te2, Le3; 21 Txe3, dxe3; 22 De2, Dxc2; ik heb nog gekeken naar 23 …, Lg4; maar dat levert niets op: 24 Lf3, Lxf3: 25 Dxf3, en dan alsnog 25 …, Dxc2 en ik heb mijn sterke loper tegen zijn gebonden witte loper geruild. 23 Dxe3, Dc5; dwingt tot dame ruil, waardoor de zwarte torens de aanvallende taak kunnen overnemen. 24 Kf2, Dxe3+; 25 Kxe3, Tc2; 26 Pe2, Txb2; 27 Ta1, 0-0; activeert de tweede toren. Overigens was 27 …,  Kd7 ook goed.  28 Lf3; Td8; 29 h4, Tb3; 30 Pc1, Tc3; 31 Le2, Tdc8; 32 Kd2, Tc2+; 33 Kd1

Alle witte stukken staan vast, zwart kan zijn koning naar voren brengen. 33 …, g6; 34 Lf3, Tf2; 35 Le2, Tg2; 36 a4, wanhoopspoging enig tegenspel te krijgen. 36 …,b4; 37 d4, b3; 38 d5, Tg1+; 39 Kd2, Tc2+; 40 Ke3, Tgxc1; 41 Txc1, Txc1; 42 dxe6, fxe6; 43 Lc4 en gelijktijdig opgegeven.

Op bord 3 speelt Simon met wit: De onderstaande stelling geeft een zeer vereenvoudigde weergave weer van de stand op het bord met wit aan zet. Alle 32 stukken staan nog op het bord en in die drukte zag de zwartspeler de zet Pb5: niet aankomen.

Daarna voert Simon langzamerhand de druk steeds verder op. Met als gevolg dat bijvoorbeeld Pb8 blijft bijna de hele partij op b8 staan. Er komt een mooie open e-lijn voor de torens en uiteindelijk geeft zwart op.

Op bord 4 speelt Peter met zwart: ”We spelen een gelijk opgaande strijd met wel veel spannende momenten in de partij. Onze achterste rij is b.v. steeds een bottleneck in combinaties. Na zijn g3 speel ik dan ook maar g6 om onze hartslag wat terug te brengen. Uiteindelijk win ik een pion met Ta4:.

Maar hoe win je deze partij? Want het liefst heb je de toren achter en vrijpion. Het leek me nog een hele klus. Maar dan speelt mijn tegenstander een zet met zijn Paard. Dit Paard heeft de hele wedstijd op f3 heeft gestaan en wil ook graag meedoen. Maar het gaat meteen fout!

Hij speelt Pd2 en dan volgt 35….;Td4 36 Pb3; Pe3; schaak 37 fe3: Td7: 38 Pa5; Td5 en de Pion op e5 wordt ook opgepeuzeld. Hij geeft daarom op.”

Op bord 5 speelt Eelko met wit: “In mijn partij liep het een keer niet zo lekker. Mijn tegenstander ontwikkelde langzaam. Ik had al mijn lichte stukken al in het spel gebracht, terwijl hij enkel nog stukken van de damevleugel dan gespeeld. Het kwam dan ook in mij op om mijn pijlen te richten op g7. Immers als alle stukken daar nog op z’n plek staan dan staat daar een toren geduldig te wachten tot mijn loper hem komt bezetten. Ik had dus wel gezien dat de zwarte dame op g2 een pionnetje kon pakken. Niet erg want na lange rokade is de g-lijn van mij, toch? Maar mijn rekenwerk liet me deze keer in de steek. De zwarte dame haalde de loper erbij. Oeps! Nu moest ik wel rigoureuze beslissingen nemen. Ik besloot mijn eigen dame te offeren. Ik had immers in het vooruitzicht om pion op g7 en toren op g8 te pakken?! En anders wel een drie lichte stukken. Helaas de zwart dame was genadeloos en liet mijn stukken dansen alsof het haar Pionnen waren. Hoe langer ik nadacht, hoe slechter mijn stelling werd. In deze partij heb ik geleerd meer respect te hebben voor de dame.”

Op bord 6 speelt Ruud met zwart: Er komt een eindspel op het bord met aan beide kanten een loper op de witte velden en een Pion meer voor Ruud. Dat lijkt op een winstpartij voor onze kant. Maar de witte Pionnen gaan allemaal op een zwart veld staan en zwart komt er niet doorheen: remise!  

Op bord 7 speelt Yuri met wit en hij is al snel klaar met een winstpartij. Details ontbreken vooralsnog

Op bord 8 speelt Hans met zwart: Mijn partij verdient niet de schoonheidsprijs van mijn kant”. Wel die van mijn tegenstander. 1 d4  Pf6 2 Pf3 g6 3 Pc3 Lg7 4 Lf4 d6 5 Dd3 b6 6 e4 La6 7 De3 Lxf1

Dat ziet er hoopgevend uit, lopers afgeruild en wit kan niet meer kort rokeren. Maar hij rokeerde lang. Mijn rokade gaat op de 9e zet. De rest van de partij was minder florissant voor mij zodat de zaak bij de 15e zet al kon worden opgegeven. Gelukkig deden de teamgenoten het beter zodat ik toch nog goed geslapen heb!”

Het slot van de avond is voor Bert. Hij speelt de langste partij en zijn Prachtige Pion op g3 kan dame gaan halen. Op de terugweg wordt al heel voorzichtig (en natuurlijk heel voorbarig) het woord ‘kampioen’ genoemd….En concurrent Onesimus is de volgende keer onze tegenstander.

En: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de Pion terug in dezelfde doos”.

RSB 3 extra (23-2)

Op bord 6 Yuri zijn partij. Hierbij zijn verhaal:

“Ik speelde met zwart tegen een tegenstander van vergelijkbaar niveau. Het werd een interessante partij die alle kanten op kon. 1. e4 c5 2. Nf3 e6 3. c3 d5 4. Bb5+ Bd7 5. Bxd7+ Nxd7 6. exd5 exd5 7. O-O Be7 8. d4 c4?!
Dit was mijn eerste praktische fout. Het “wint ruimte”, maar het zet ook de structuur vast en geeft wit makkelijke doelen en voorposten, en ik loop nu ook achter met rokeren.
9. Re1 Ngf6 10. Bg5? O-O 11. Nbd2 h6 12. Bh4 Re8 13. Ne5 Nxe5 14. Rxe5 Nd7?
Dit laat wit belangrijke materiaal-/structuurwinst behalen met Bxe7 en daarna Rxd5. Beter was 14…Ne4 of 14…Rd7 om controle te houden en niet toe te laten dat de toren domineert. Op dat moment leek het mij een keuze tussen een pion verliezen of mijn koning openbreken.
15. Bxe7! Rxe7 16. Rxd5 Qc7 17. Nf3 Rae8 Ik dacht dat er nog veel te spelen was, dus mikte ik op het verdubbelen van de torens op de e-lijn 18. Rh5?! b6 19. Qa4 Qd6?



Wit zou gewoon de pion op c4 moeten nemen; daarop had ik g5 + Qg6-dreiging voorbereid, maar ik zie nu dat het niet werkte. 20. Ne5 Qe6? Ik creëerde een “monster” van een e-lijn, maar de computer wilde hier 20… g6 met een klein voordeel voor zwart.
21. Qd1 g5?! Dit was riskant, maar ik dacht dat ik het moest proberen.
22. h3 Nxe5 23. dxe5 Qg6 24. f4 gxf4 25. Qg4? Wit helpt me: dit maakt een schone dameruil mogelijk. Sterker was om de dames op het bord te houden en druk te zetten met Qf3 of Qd4.
25… Qxg4 26. hxg4 Rxe5 27. Rxe5 Rxe5 28. Kf2 f5 29. gxf5 Rxf5 30. Kf3
Op dit punt realiseer ik me dat ik eigenlijk een pion voor sta, maar dat het waarschijnlijk theoretisch remise is (computer bevestigt dat later). 30… Kg7 31. Rg1 Kg6 32. Rd1 Kg5 33. b3?
Dit was het kantelpunt, zoals ik in de analyse na de partij ontdekte. 33… cxb3? (Winnende zet was 23…. Re5 onmiddellijk) 34. axb3 Re5
Rond dit moment raadpleegde ik onze teamcaptain en bood ik remise aan. Mijn tegenstander raadpleegde ook zijn captain en het remiseaanbod werd afgewezen. Achteraf bleken beide captains gelijk te hebben — ik stond een paar zetten later verloren.
35. Rd3 h5 36. c4 Re3+ 37. Rxe3 fxe3 38. Kxe3 Kg4 39. Kf2 Kf4



40. b4?? (-8.0) a5?? (+8.0) Dit was een blunder, maar geen van ons zag het. Zoals na de partij door een toeschouwer werd aangetoond, wint wit nu met het simpele 41. c5!. Maar mijn tegenstander zag het niet en daarna was het eigenlijk voorbij.
41. bxa5 bxa5 42. c5 Ke5 43. Ke2 Kd5 44. Kd2 Kxc5 45. Kc2 Kd4 46. Kd2 a4 47. g3 a3 48. Kc2 Ke3 0-1”

WEER WINST VOOR RSB 3 op 23-2-2026

Met een ruime 6,5-1,5 overwinning staat RSB-3 mooi aan kop in de competitiestand. Hierbij een impressie van de wedstrijd d.m.v. een paar partijen.

Aan bord 1 ging het wel mis. Zoran vertelt: “Deze partij begon met de vreemde openingszet 1 b4. Ik gebruikte veel tijd om een passende opening te vinden, maar na zet 5 ging mijn toren verloren.  Toen werd me duidelijk dat je in de b4 opening  snel mat wil geven.  Verlies van de toren accepteren zou de beste optie zijn in deze toestand, maar op dat moment wilde ik perse de loper op h8 vast houden. Een vreemde situatie: mijn koning komt in beweging op de 6e zet, voordat ik zelfs maar een paard, loper of dame zet heb gedaan. Verder probeer ik mijn stand op het bord te verbeteren en het verlies zo klein mogelijk te houden. Maar het blijkt dat het ik het met elke zet erger maak. Elke zet leidt tot een verloren partij en eigen initiatieven werken niet. Ik heb het 35 zetten volgehouden maar toen opgegeven. Wat ik erg vind is de fout in begin met verlies van een toren. Hoe zou de partij gegaan zijn als ik dit verlies had geaccepteerd en verder met de ontwikkeling van mijn stukken was verder gegaan. Op deze vraag is er geen antwoord. Als team hebben we gewonnen maar een verloren partij met groot verschil in rating geeft een vreemd gevoel. Mijn boodschap voor de toekomst: let op bij de  b4 opening!”.

Bij Bert op 2e bord is het anders om: ”Over mijn partij kan ik kort zijn. Ik kreeg met wit de Franse opening die door mijn tegenstander goed werd gespeeld. Op de 14e zet gaf hij echter een dame weg. Einde partij die waarschijnlijk nog geen kwartier duurde. Een leuke bijdrage aan de monsterscore, maar schaaktechnisch een ‘waardeloze’ overwinning.”

Eelko speelt aan bord 5 met zwart. “Allereerst moet ik mijn excuses maken richting Jeroen Festen. Ik had hem gevraagd om in te vallen, maar werd door onze extern wedstrijdleider erop gewezen dat Jeroen een te hoge elo-rating heeft voor dit team. Het schijnt dat het verschil tussen de invaller en de hoogste elo van de basisopstelling niet meer dan 40 punten mag zijn. En Jeroen heeft net 5 punten meer. Ik had al een berichtje klaarstaan hem dit te melden, maar was vergeten om op verzenden te drukken. Sorry Jeroen! Gelukkig kon je nog in de interne competitie meedoen. Mijn partij ging voorspoedig. Mijn tegenstander liet zich in een passieve stelling drukken waardoor ik materiaal kon winnen en daarmee de partij. Hieronder het verloop van deze wedstrijd.

1.e4 d5 2.exd5 Qxd5 3.Nf3 Nf6 4.Nc3 Qd8 5.h3 a6 6.Bc4 e6 7.a3 b5 8.Ba2 c5 9.d3 Bb7 10.Qe2 Be7 11.O-O O-O 12.Bf4 Nbd7 13.Rfe1 Qb6 14.Bg3 Rac8 15.Rab1 Qc6 16.Ne4 Nxe4 17.Qxe4 Qxe4 {Het ruilen van de dames zorgt ervoor dat c5-c4 mogelijk wordt waarmee de witte loper voorlopig even niet meer meedoet}  18.dxe4 c4 19.Rbd1 Rfd8 (Direct  19…Nc5 verhoogd de druk op e4 en na  20.Bd6 Bxd6 21.Rxd6 Nxe4 wint zwart zelfs de pion.) 20.c3 Nc5 21.Rxd8+ {Deze ruil is niet gunstig voor wit. Zwart krijgt hier de controle over de d-lijn}  21…Rxd8 22.Bb1 (Niet helemaal duidelijk of deze loperzet van wit op dit moment wel goed is. De loper staat slecht, maar zoals we hierna zien kost het verplaatsen wit de b- pion)  22…Na4 {met minimaal pionwinst.}  23.Bc2 (Verdedigen met de toren helpt niet:  23.Re2 Rd1+ 24.Re1 Rxe1+ 25.Nxe1 Nxb2 26.Bc2 Bxa3)  23…Nxb2 24.Ra1 Nd3 (Een fijn veld voor het paard.)  25.e5 (Het opgeven van de pion is misschien iets beter omdat wits paard dan actiever staat: 25.Nd4 Bxe4 )  25…Bxf3 (Een ruil van loper tegen paard vond ik hier wel op z’n plaats omdat hiermee wit een dubbel pion krijgt.}  26.gxf3 Bc5 {met de idee om te gaan slaan op f2}  27.Kg2 g6 {Niet nodig, maar voor de zekerheid een gaatje voor de koning;  direct  27…Nxf2 wint een pion )  28.f4 … ( 28.a4 b4 29.Bxd3 cxd3 30.cxb4 Bxb4 is nog steeds lastig voor wit)

 28…Nxf2 29.Bxf2 Rd2. Hier gaf wit op,  0-1

Hans speelde weer zijn Pc3: “Mijn partij was al min of meer beslist na een paar zetten: 1.Pc3 e5 ;2.Pf3 Pc6 ;3.d4  d6. Vaker gezien, evenals een zekere van Geet, immers. Er volgt 4.de5 de5 ;5 Dxd8 Kxd8 6.Lg5 Le7 7.0-0-0 Pd4

 8.Lxe7 Kxe7 9.Pxd4 ed4 10.Txd4. En iets later worden wat andere stukken geruild zodat je bij zet 35 nog steeds die ene pion meer hebt plus wat pionnen + ieder 1 paard. Die ene pion is ruim voldoende om de partij te beslissen.”

De partij te beslissen en de wedstrijd!

En: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de pion terug in dezelfde doos”.

1 b3, g3, b6 of g6?

Het RSB-3 team speelt op 1-12 tegen Fianchetto 3. Beide teams hebben hun eerste twee wedstrijden gewonnen met iets meer bordpunten voor onze tegenstander. Het belooft dus een spannende avond te worden. Dat wordt ook werkelijkheid. Al lijkt het er eerst niet op.

We komen namelijk voor met 3,5-0,5. Maar dan zien we wat donkere wolken boven de borden van Hans, Yuri en Ruud. En helaas worden dat drie verliespartijen. We kijken dus vol spanning naar bord 1 met Zoran. Hij weet echter raad met de druk en met de tegenstander! Zo wordt het (weer) 4,5-3,5.

Het wedstrijdformulier is gespiegeld ten opzichte van de vorige wedstrijd. Nu 1 1 1 1 0,5 0 0 0 i.p.v. 0 0 0 0,5 1 1 1 1 bij de vorige keer.

[Bord 1 –  Bela Hlavaj – Zoran Zekusic

1 e4 e5 2 Lc4 Pf6 3 d3 c6 4 Pc3 b5

Vanuit de Bishop Opening gaf me dit de mogelijkheid meer druk zeten op b en c lijn met b-pion.

5 Lb3 b4 6 Pce2 Lc5 7 Le3 Lb6 8 h3 h6 9 Pf3 d6 10 0-0 0-0 11 Dd2 Lxe3 12 fxe3 c5 13 Pg3 Le6 14 c3 Lxb3 15 axb3 Pc6

Dat waren eerste 15 zetten waar de ontwikkeling van de stukken zichtbaar is. Beide spelers zijn op zoek naar een vrij veld dat mogelijk een dreiging wordt voor zijn tegenstander. De witspeler heeft de mogelijkheid Pf5, met een dreiging op de pion d6. Maar ook de dubbele pionnen op b en e lijn zijn zwakke pionnen. Afruilen met cxb4 is niet goed voor mijn tegenstander zoals hij wel wist. Daarom ging hij op zoek naar betere positie.

16 d4 a5 17 Dc2 Db6 18 Pf5 Tad8 19 d5 Pb8 20 Pd2

De laatste zet Pd2 had ik niet verwacht. Deze zet brengt problemen mee. Met Pc4 komt mijn pion d6 in echte problemen. Bij de volgende zet had ik meer tijd nodig om het juiste antwoord te vinden. Als hij Pc4 gaat spelen dan is mijn dame aangevallen en de pionnen op de a- en d-lijn.

20..;g6 deze zet was een van de beslissende zetten in deze partij. De tegenstander kreeg een gratis pion met voor mij als doel een vrije h-lijn en nog een dubbel pion op de g-lijn.

21Pc4 Dc7 22 Pxh6+ Kg7 23.Pg4 Pxg4 24 hxg4 Th8 25 Df2 De7

Door het offeren van de h-pion wordt zichtbaar dat de strijd werd verplaats naar de h-lijn en naar de zwakke pion op g4. Mijn paard staat buiten spel maar op dit moment is het niet mogelijk hem is spel zetten maar hij krijg later belangrijke rol.                                                          

26.Dg3

Deze zet vind ik een foute zet. Volgens mij is Df3 beter omdat mijn paard nu kans krijgt om in het spel te komen.

26…;Th4 27 Kf2 Td8h8 28 Ke2 Pd7 29.Tf2 Pf6  30 g5

Hij zag Pxe4 niet waarbij dame en toren werden aangevallen. 30….Pxe4 31Df3 Pxf2 32 Dxf2 Tg4 33 Df3 Dxg5 34 Pxd6 Txg2+ 35 Kd3 f5 36 Kc4 Tg3 37 Df2 bxc3 38 bxc3 Txe3 39 Txa5 Df4+ 40 Dxf4 exf4 41Txc5

En f3 was de laatste zet. De tegenstander gaf op.

Bord 2 Bert met wit. “Ik kwam, met wit spelend) matig uit de opening; de machine gaf -0.6 aan. Toch kon wijn tegenstander geen weg vinden om een doorbraak te forceren. Op de twaalfde zet gaf hij zijn voordeel op. De 18e zet was een duidelijke fout, hij liet toe dat ik een onkwetsbaar  paard op e5 kon positioneren. De koningsaanval die zwart voor ogen stond kon daardoor niet doorgaan. Op de 22e zet gaf zwart pardoes een pion weg. Ik kon daarbij de dames ruilen en bleef er een eindspel over van twee torens aan beide kanten en met wit een pluspion. Op zich is dat nog niet beslissend, maar dan moet je als zwart wel je torens in het spel houden. Dat deed mijn tegenstander niet en ik kon met mijn pluspion de partij winnend afsluiten.”

Bord 3 Simon met zwart. Simon weet pionnen te winnen en de houdt de de witspeler continu onder druk. Uiteindelijk moet wit opgeven.

Bord 4 Eelko met wit. In mijn partij won ik in de opening een stuk tegen een pion. Daarbij kreeg zwart een dubbelpion op de g-lijn en een gat in zijn koningsstelling. Door zelf lang te rokeren kon ik de druk op de koningsvleugel hoog houden. Een loperoffer bracht een van mijn torens midden op het bord waar deze naar harte lust pionnen kon opeten. Het laatste valletje zette ik door met mijn paard de verdediging van de pion op e4 los te laten. Zwart hapte toe maar zag toen dat mijn paard op f6 mat kon zetten. Zover liet hij het niet komen en gaf zich gewonnen. Stelling na16…a5

Met een loperoffer kwam mijn toren midden in het spel: 17.Lxd5! cxd5 18.Txd5 De6?! 19.Txg5 b4?! Stelling na 19…b4?!

Ik speelde 20.Pd5 waarna zwart (te snel) 20…Dxe4 speelde en toen opgaf.

Bord 5 Peter met zwart. In 1935 tijdens de 26e wedstrijd van de WK-match speelt Aljechin de Hollandse (!!) verdediging tegen Euwe. Uit beleefdheid of hoffelijkheid? Het wordt de Parel van Zandvoort, een prachtige en beslissende overwinning voor “onze” Max. De cruciale stand is zelfs op postzegel uitgegeven.

Uit beleefdheid of hoffelijkheid (??) speel ik tegen mijn tegenstander van Fianchetto (!) de Owens Defense: 1….;b6. Het wordt, helaas, niet de Parel van Gouda. Probleemloos komt zwart uit de opening, maar we zien beiden geen mogelijkheden in een uitgedunde stelling vooruitgang te boeken. Het remisevoorstel van mijn tegenstander neem ik daarom aan. Mijn goede vriend Stockfish vertelt me later dat ik misschien wel door had kunnen spelen….Toch maar eens mijn doffe parels wat meer oppoetsen.

Bord 6 Ruud met  wit “Met wit speelde ik met de Engelse opening een spannende partij tegen Gilles Deegeling. Lang leek de partij op remise afstevenen, maar door een voor mij ongunstige ruil op het eind bleef ik zitten met een witte loper tegen over een paard en een gelijk aantal pionnen. Mijn witte loper kon niets beginnen tegen de 5 pionnen, die bij Gilles allemaal op zwart stonden, terwijl zijn paard en koning uiteindelijk de ruimte hadden om mij tot overgave dwingen.”

Bord 7 Yuri met zwart. Deze partij was een psychologische strijd in drie fasen. Na een scherp moment in de opening te hebben overleefd en een gelijke stelling te hebben bereikt, zorgde een te passieve stukkenopstelling in het middenspel ervoor dat Wit het initiatief kon grijpen. Hoewel de verdediging lang standhield, bleek de overgang naar een verloren eindspel uiteindelijk fataal.
Tegen 1. e4 kwamen we in een scherpe Siciliaanse Taimanov terecht, het werd meteen tactisch. Na 5…Lb4 misten beide spelers de kritieke wending 6. Pxc6!, die Zwart voor serieuze problemen had gesteld. In plaats daarvan kreeg Wit na 6. Pb5 d5? een uitgelezen kans met 8. Lf4! Gelukkig koos Wit voor 8. a3?, waarmee de spanning wat uit de stelling werd gehaald. Bij zet 11 ontstond de stelling, die volgens de engine ruwweg gelijk is (+0,24):

1. e4 c5 2. Pf3 e6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pc6 5. Pc3 Lb4? 6. Pb5 d5? 7. exd5 exd5 8. a3? Lxc3+ 9. Pxc3 Le6 10. Le2 Pe7 11. O-O O-O
De volgende fase was beslissend voor de uitslag. Wit manoeuvreerde het paard zeer effectief (Pa4–c5) en ik had moeite om actieve velden voor mijn stukken te vinden. Mijn grote fout was om de dame op a7, achter mijn pionnen op de damevleugel, te parkeren. Daardoor viel de dame praktisch uit het spel en kreeg Wit alle tijd om een aanval op de koningsvleugel op te zetten. Deze passiviteit leidde uiteindelijk tot het verlies van de pion op e6. Desondanks wist ik de directe matdreigingen op de koningsvleugel te pareren en bereikte ik een moeilijke, maar nog steeds speelbare stelling:
12. Lf4 a6 13. Ld3 Dd7 14. Pa4 Dd8 15. Pc5 Db6 16. b4 Da7?



17. Le3 d4 18. Lg5 Db8 19. Te1 Dc7 20. Pxe6 fxe6 21. Txe6 Pd5 22. Dh5 Pf6 23. Lxf6 gxf6 24. Tae1 Df7 25. Dxf7+ Txf7 26. Lc4 Kg7 27. Te8 Txe8



Hier speelde ik 28…Te7?? en dwong daarmee torenruil af. In een toch al onaangename stelling (engine-evaluatie ongeveer +2,30) was het op het bord houden van de torens met 28…Tc7 waarschijnlijk de enige praktische kans om nog enig tegenspel te creëren. Na de tekstzet was het in feite gedaan:
28… Te7 29. Txe7+ Pxe7 30. Kf1 Pc6 31. Ke2 h6 32. Ld5 Pe5 33. Lxb7 Pc4 34. Lxa6 Pxa3 35. Kd3 Kf8 36. b5 1–0

Bord 8 Hans met wit. Dit is de langste partij van de avond. Over het begin was Hans al wat ontevreden: “1 Pc3 e5 2.Pf3 Pc6 3 d4 d6 4. Ik deed nu na lang nadenken: e4 ipv de5 en dameruil.” Zoran staat inmiddels op winst als het volgende gebeurt: “Mijn partijtje via van Geet (Pc3) leek goed te gaan totdat ik een schaak over het hoofd zag

Er volgt zwart…..cd5: en daarna Ld5: en Da5.”

Zo eindigt de wedstrijd met de kleinst mogelijke winst. We staan bovenaan in de competitie. Gloort er meer achter de horizon?

En: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de pion terug in dezelfde doos”.

GROTE KERK

Het RSB-3 team vertrekt op 7 november naar Overschie. Door wat parkeerproblemen zijn we wat te laat en starten even na achten. In een klein zaaltje met 16 spelers in een HELE GROTE kerk. De temperatuur loopt daardoor gaandeweg op: in de zaal en op de borden.

Aan het eind wil iedereen zien hoe het afloopt bij Zoran. Het is een ingewikkelde strijd tussen 3 lichte stukken van Zoran en 2 torens.

Halverwege de avond staan we nog voor met 1-4 met een verliespartij voor Simon. Wordt het weer een 1-7?? Nee, met de hakken over de sloot eindigt de wedstrijd in 3,5-4,5. De eerste drie borden een 0, het vierde bord een 0,5 en de laatste 4 borden een 1. Wel leuk voor het wedstrijdformulier: 0 0 0 1/2 1 1 1 1

Bord 1 Zoran met wit .“De wedstrijd in de Grote Kerk in Overschie was voor mij persoonlijk de tweede wedstrijd die ik  heb verloren. De eerst verloren wedstrijd was 3 jaar geleden. Op deze 7e november moest ik mijn koning neerleggen. Tegenstander was Niels van Diejen. Na een Siciliaanse opening volgt een lange partij die eindigt als de laatste partij van de wedstrijd en met een slechte afloop voor de witte koning. De eerste fout, of beter gezegd: niet gezien, was voor mijn rekening. Maar na doorrekenen vond ik het verlies van een toren tegen paard niet slecht. Mijn toren kwam vast te zitten en afruilen voor twee lopers was een goed idee. Het eindspel had ik een lange periode goed in handen maar toch wist mijn tegenstander mijn witte koning mat te zetten.”

Bord 2 Bert met zwart: “Had ik nu echt een off-day of is het structureel? Ik begon met goede moed mijn tweede externe partij van dit seizoen. Aan bord 2 kreeg ik met zwart een geweigerd dame gambiet op het bord. Door mijn zwakke 15e zet en foute 17e zet kreeg mijn tegenstander een sterke aanval op de damevleugel die mij 2 pionnen kostte. Hoewel ik nog 25 zetten fel tegenstand bood, kon ik niet verhinderen dat er nog een pion op de damevleugel verloren ging, waarna mijn tegenstander feilloos het pionneneindspel tot een voor hem goed einde bracht.”.

Bord 4 Chris met zwart. “Met zwart op bord 4 bood mijn tegenstander op de 26e zet remise aan. Gelijke stand, maar mijn loper stond door eigen pionnen ingesloten. Positioneel stond mijn tegenstander iets beter, dus ik nam zijn remiseaanbod graag aan. We stonden ruim voor op dat moment, dus waarom niet… Maar de overige partijen eindigden niet zo gunstig voor ons. Gelukkig wonnen we nog met de kleinst mogelijke marge”.

Bord 5 Peter met wit. “Wit komt een pion voor. Maar zwart weet de pion terug te winnen. Hij moet dat wel doen door eerst zijn sterke paard te ruilen voor een niet al te sterkte witte loper. Daarna zet ik voort met de pionzet f4: (zwarte toren op e8!)

Dreigt f5 en f6. In de nabeschouwing (en Stockfish) wordt gesteld dat zwart nu f5 moet spelen. Hij speelt echter g6 en gaat dan na f4-f5 ten onder aan de aanval met dame, toren en paard. De slotzet is het paardoffer op g6″.

Bord 6 Eelko met zwart. “Nadat ik met de dame op d3 sloeg, had ik twee manieren sneller mat kunnen geven, maar het mat was onvermijdelijk”.

stelling na 24. Kc1

Bord 7 Yuri met wit. “Voor mijn tegenstander werd het geen lange partij en na negen zetten was het al mat. De engine beoordeelde de partij met 100% nauwkeurigheid. Grappig genoeg volgt de zetvolgorde nauw de miniatuur José Raúl Capablanca – Edward Beckley Adams (1909):

Stelling na 7. Pb5

Stockfish-evaluatie: +3,7 voor wit. Kd8? 8. Dc5 c6?? 9. Df8# 1–0”

 Even googelen levert het volgende plaatje:

Bord 8 Ruud met zwart doet wel een foute zet, maar daarvoor heeft zijn tegenstander dat een aantal keer gedaan. Voordeel genoeg voor een snelle winst.

En: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de pion terug in dezelfde doos”.

PIONIEREN

Niet Gouda’s Harmonie ‘De Pionier’, maar schaakclub de Pionier uit Hellevoetsluis komt stilletjes de speelzaal binnen. Maar met enig tromgeroffel en toeters en bellen kunnen we een 7-1 overwinning doorgeven van het RSB -3 team. Simon zorgt voor het eerste punt en daarna lopen de punten tot de Fischerstand 6-0 binnen. Daarna stokt het wat en komen er nog twee remises. Maar daar hoort ook nog een verhaal bij, zie bord 4 en bord 7.

Simon loopt al snel bij de andere borden te kijken wat betekent dat hij het eerste punt al binnen heeft gehaald.

Bord 1 Zoran met zwart: Mijn tegenstander op het bord was Wim Noordermeer. 28 zetten waren nodig om de witte koning neer te halen. Twee posities waren belangrijk en hebben de partij in de goede richting geleid. De eerste positie was toen ik twee pionnen gratis kon krijgen, maar ik had besloten om een harde aanval op de dame uit te oefenen. De tweede positie was een aanval met twee paarden, daaruit ontstond een mooie combinatie waaruit geen ontsnapping meer mogelijk was. Neerleggen van de witte koning was de enige optie.

Bord 2 Bert met wit: Vol goede moed begon ik aan het tweede bord aan mijn partij. Het werd een Philidor opening met dus de beste kansen voor wit. De machine gaf voortdurend + 0,5 tot 1,0 aan. Op een of andere manier varieerde de waardering van + 0,3 tot -0,2. Een blunder van mij werd door mijn tegenstander niet gezien en op de 17e zet kon een vol paard incasseren. Dit ging wel ten koste van de volledige piondekking van mijn koning. Dat maakte de stelling kwetsbaar toen de resterende lichte stukken van het bord verdwenen en de zwarte dame en torens actief konden worden. Mijn paard stond echter passief op d2, maar ik kon de verdediging goed organiseren. Toen ik mijn torens actief kon inzetten bij een koningsaanval en ook mijn paard eindelijk kon gaan springen, beging mijn tegenstander een fout die hem de volle toren kostte. Einde partij dus. 

Bord 4 Chris met wit:Na bijna 3 uur schaken kun je soms een eenvoudige winnende zet over het hoofd zien: 39 e zet: c5…Pion e6 van zwart gaat verloren en daarmee de partij. Ik zag het niet en nam het aangeboden remiseaanbod aan, omdat ik niet op tijd van mijn tegenstander wilde winnen en dacht dat de stelling in evenwicht was. Gelukkig wonnen we als team dik, dus een foutje was niet erg. Het valt trouwens op, dat je als toeschouwer betere zetten ziet dan als speler. Misschien omdat je letterlijk en figuurlijk meer afstand neemt? Slotstand:

Bord 5 Peter met zwart: De witspeler doet wat veel zetten met zijn pionnen waardoor mijn ontwikkeling makkelijk gaat. Hij krijgt een geïsoleerde pion die eenvoudig opgesnoept wordt door de enige (paard)verdediger uit te schakelen. Daarna kan ik met de torens binnendringen en is het gauw afgelopen met ook nog plots: mat!

Bord 6 Eelko met wit: In mijn partij kreeg ik veel cadeau. Het begon in de opening. Een vorkje leverde mij een stuk op. Volgens mij had mijn tegenstander nog een pion kunnen winnen, maar ook die eer liet hij aan mij. Ik had meteen het initiatief en kon voorkomen dat zwart kon rokeren. Met actieve lopers en ondersteuning van mijn dame moest mijn tegenstander van alles bedenken om mat te voorkomen. Hierdoor kreeg ik de kans om weer twee pionnen te pakken. Toen ik nog een loper won en even later ook nog een pion, vond mijn tegenstander het wel welletjes en het punt was binnen.

Bord 7 Yury met zwart: Ik had een dramatische partij in mijn allereerste teamwedstrijd. Chess.com beoordeelt deze partij hoog, met een nauwkeurigheid van meer dan 85% voor beide spelers. Mijn tegenstander speelde het versnelde Londen-systeem, wat ik toevallig de afgelopen 3 weken met zwart had bestudeerd, dus ik kende de beste zetten tot zet 14, toen ik voor de tijdige centrale pionopstoot ging:
1. d4 d5 2. Lf4 c5 3. e3 cxd4 4. exd4 Pc6 5. c3 Lf5 6. Pf3 e6 7. Lb5 Ld6 8. Lxd6 Dxd6 9. Pbd2 Pe7 10. Ph4 0-0 11. Pxf5 Pxf5 12. Pf3 f6 13. Ld3 Pce7 14. 0-0 e5 15. dxe5 fxe5
De stelling is ongeveer gelijk, ik heb de opening overleefd en gelijkspel bereikt met wat initiatief in het vooruitzicht, maar mijn tegenstander maakt een fout en mist een pionvork:



Ik had Db3 verwacht, waarbij de b7-pion niet geslagen kan worden vanwege Tfb8.
16. Te1?? e4 17. Lxe4 dxe4 18. Dxd6 Pxd6 19. Pe5 Tac8 20. Tad1 Tfd8 21. f3 exf3 22. Pxf3 Pc6
Ik heb een voordeel, maar hoe zet ik dat om in winst? Er is nog veel om voor te spelen.
23. b3 Pb5 24. Txd8+ Txd8 25. c4 Pbd4 26. Pg5 Pc2 27. Te2 P2b4 28. a3 Pd3 29. b4 h6 30. Pf3 Pf4 31. Te4 Pg6 32. g3 Kf7 33. h4 Td3 34. Kf2 Txa3 35. b5 Pa5 36. c5 Tc3 37. h5 Pf8 38. Te5
Ik sta onder druk en ben op dit punt aan het verdedigen ondanks het materiële voordeel; mijn tegenstander valt me met alles aan. Nadat ik de mogelijkheid zag dat de witte koning in een vork zou lopen, sta ik nu een hele toren voor:



38. … Tc2+ 39. Ke3?? Pc4+ 40. Kd4 Pxe5 41. Pxe5+ Ke6 42. Pc6 Ta2 43. Pd8+ Kd7 44. Pxb7 Pe6+ 45. Kc4 Kc7 46. c6 Kb6 47. Pd6 a5 48. Pc8+ Kc7 49. Pa7 Tg2 50. Kd5 Pd8 51. Kc5 Pxc6 52. bxc6 Txg3 53. Pb5+ Kc8 54. Kb6
Volgens de engine heb ik tot aan deze kritieke stelling geen fouten gemaakt, waar ik de enige juiste zet vond om niet te verliezen:



54. … Tb3! 55. Kxa5 Kd8 56. c7+
Helaas raakte ik op dit punt in paniek en maakte een onreglementaire zet (het slaan van het paard), en direct daarna kwamen we remise overeen, omdat ik in feite al mijn voordeel in één zet verloor door niet te pauzeren en na te denken, ondanks dat ik nog meer dan 6 minuten op de klok had in deze laatste partij die nog bezig was.
56. … Kc8 57. Kb6 Txb5+?? 58. Kxb5 Kxc7 59. Kc5 Kd7 60. Kd5 Ke7 61. Ke5 Kf7 62. Kf5
Het drong tot me door dat de witte koning gemakkelijk de oppositie bereikt en dit remise is. Goed eindspel van mijn tegenstander, die ook voor het eerst in dit format speelde. Complimenten! 1/2-1/2

Bord 8 Hans met wit: Ik begon weer eens met 1 Pc3. En mijn tegenstander antwoordde met 1 …; f5. Het maakte de zaak gelijk interessant want tot nu toe niet gespeeld. De eerste zetten gingen als volgt: 1 Pc3; f5 2 e4; Pf6 3 e5 ; Pg4 4 Le2 ; h5 5 f4 ; e6 6 Pf3 ; Le7

Je ziet wel, niets om over naar huis te schrijven maar ik vond wel dat ik op mijn tellen moest passen. Verder vond ik dat mijn tegenstander weinig aan theorie studeren had gedaan maar verder best gevaarlijk kon zijn. Ik heb die eerste zetten nauwkeurig bestudeerd want niets is zo vervelend om in het begin al te verliezen. Enfin, zwart probeerde het ook nog met a5 op de tiende zet en ik besloot voorlopig niet te rokeren dat deed ik uiteindelijk op zet 18 en de partij overschreed de 40 zetten. Zonder dat ik hierover iets interessants te melden heb, behalve dat de overgave van zwart kwam bij een stand waarbij beiden een toren en paard bezaten maar wit 3 pionnen meer had dan zwart.

Eindconclusie: ook bij de twee remisepartijen heeft er meer ingezeten, maar 7-1 is natuurlijk prachtig.

We pionieren verder!

P.S. In het laatst nummer van het magazine SCHAKEN.NL gaat de puzzel over schaakclubs.

Vraag 3 luidt als volgt:” Goudse club die zelf meent de oudste club van Nederland te zijn?”
Woord van 10 letters. Wie weet de oplossing?

SPROOKJE

(Peter Borg)

Er was eens een mooie stad in het midden van het Groene Hart. Daar woonden biermakers, pijpmakers, stroopwafelmakers, kaasmakers en ook messemakers. Het ging er rustig en vredig toe, maar…….op een pleintje naast een heel erg oud en mooi gebouw werd er zwaar en hard gestreden. Alleen op de zaterdag. Op 64 velden.

Met zelfs een paardoffer op g3.

Wandelaars, bezoekers en winkelend publiek speelden er een partijtje. Op een dag ontstonden er plots bij de bezoekers hele mooie stellingen op het pleintje. Een fee maakte er foto’s van. Een andere fee maakte er diagrammen van, onderaan.

De zwartspelers waren aan zet en ze wonnen de partij! Maar hoe?? Drie keer is zwart aan zet en hij/zij ging winnen. Wat waren dat voor schaakgiganten in dat stadje dat ze deze mooie combinaties vonden?Ze speelden de partij uit, gingen naar huis en leefden en schaakten daarna nog lang en gelukkig!

P.S. Helaas is de waarheid in sprookjes soms ver te zoeken. Ook in dit sprookje. In werkelijkheid kwamen twee schaakreuzen “langs”: Bobby Fischer (2 keer uit 1960) en Frank Marshall (van de Marshallvariant van het Spaans) uit 1912!

Twee keer slaan op e3 en dan een dameoffer

Twee keer slaan op b1 en dan een torenzet

Marshall zet de dame op een “onmogelijke” plek.