“Ik speelde met zwart tegen een tegenstander van vergelijkbaar niveau. Het werd een interessante partij die alle kanten op kon. 1. e4 c5 2. Nf3 e6 3. c3 d5 4. Bb5+ Bd7 5. Bxd7+ Nxd7 6. exd5 exd5 7. O-O Be7 8. d4 c4?! Dit was mijn eerste praktische fout. Het “wint ruimte”, maar het zet ook de structuur vast en geeft wit makkelijke doelen en voorposten, en ik loop nu ook achter met rokeren. 9. Re1 Ngf6 10. Bg5? O-O 11. Nbd2 h6 12. Bh4 Re8 13. Ne5 Nxe5 14. Rxe5 Nd7? Dit laat wit belangrijke materiaal-/structuurwinst behalen met Bxe7 en daarna Rxd5. Beter was 14…Ne4 of 14…Rd7 om controle te houden en niet toe te laten dat de toren domineert. Op dat moment leek het mij een keuze tussen een pion verliezen of mijn koning openbreken. 15. Bxe7! Rxe7 16. Rxd5 Qc7 17. Nf3 Rae8 Ik dacht dat er nog veel te spelen was, dus mikte ik op het verdubbelen van de torens op de e-lijn 18. Rh5?! b6 19. Qa4 Qd6?
Wit zou gewoon de pion op c4 moeten nemen; daarop had ik g5 + Qg6-dreiging voorbereid, maar ik zie nu dat het niet werkte. 20. Ne5 Qe6? Ik creëerde een “monster” van een e-lijn, maar de computer wilde hier 20… g6 met een klein voordeel voor zwart. 21. Qd1 g5?! Dit was riskant, maar ik dacht dat ik het moest proberen. 22. h3 Nxe5 23. dxe5 Qg6 24. f4 gxf4 25. Qg4? Wit helpt me: dit maakt een schone dameruil mogelijk. Sterker was om de dames op het bord te houden en druk te zetten met Qf3 of Qd4. 25… Qxg4 26. hxg4 Rxe5 27. Rxe5 Rxe5 28. Kf2 f5 29. gxf5 Rxf5 30. Kf3 Op dit punt realiseer ik me dat ik eigenlijk een pion voor sta, maar dat het waarschijnlijk theoretisch remise is (computer bevestigt dat later). 30… Kg7 31. Rg1 Kg6 32. Rd1 Kg5 33. b3? Dit was het kantelpunt, zoals ik in de analyse na de partij ontdekte. 33… cxb3? (Winnende zet was 23…. Re5 onmiddellijk) 34. axb3 Re5 Rond dit moment raadpleegde ik onze teamcaptain en bood ik remise aan. Mijn tegenstander raadpleegde ook zijn captain en het remiseaanbod werd afgewezen. Achteraf bleken beide captains gelijk te hebben — ik stond een paar zetten later verloren. 35. Rd3 h5 36. c4 Re3+ 37. Rxe3 fxe3 38. Kxe3 Kg4 39. Kf2 Kf4
40. b4?? (-8.0) a5?? (+8.0) Dit was een blunder, maar geen van ons zag het. Zoals na de partij door een toeschouwer werd aangetoond, wint wit nu met het simpele 41. c5!. Maar mijn tegenstander zag het niet en daarna was het eigenlijk voorbij. 41. bxa5 bxa5 42. c5 Ke5 43. Ke2 Kd5 44. Kd2 Kxc5 45. Kc2 Kd4 46. Kd2 a4 47. g3 a3 48. Kc2 Ke3 0-1”
Met een ruime 6,5-1,5 overwinning staat RSB-3 mooi aan kop in de competitiestand. Hierbij een impressie van de wedstrijd d.m.v. een paar partijen.
Aan bord 1 ging het wel mis. Zoran vertelt: “Deze partij begon met de vreemde openingszet 1 b4. Ik gebruikte veel tijd om een passende opening te vinden, maar na zet 5 ging mijn toren verloren. Toen werd me duidelijk dat je in de b4 opening snel mat wil geven. Verlies van de toren accepteren zou de beste optie zijn in deze toestand, maar op dat moment wilde ik perse de loper op h8 vast houden. Een vreemde situatie: mijn koning komt in beweging op de 6e zet, voordat ik zelfs maar een paard, loper of dame zet heb gedaan. Verder probeer ik mijn stand op het bord te verbeteren en het verlies zo klein mogelijk te houden. Maar het blijkt dat het ik het met elke zet erger maak. Elke zet leidt tot een verloren partij en eigen initiatieven werken niet. Ik heb het 35 zetten volgehouden maar toen opgegeven. Wat ik erg vind is de fout in begin met verlies van een toren. Hoe zou de partij gegaan zijn als ik dit verlies had geaccepteerd en verder met de ontwikkeling van mijn stukken was verder gegaan. Op deze vraag is er geen antwoord. Als team hebben we gewonnen maar een verloren partij met groot verschil in rating geeft een vreemd gevoel. Mijn boodschap voor de toekomst: let op bij de b4 opening!”.
Bij Bert op 2e bord is het anders om: ”Over mijn partij kan ik kort zijn. Ik kreeg met wit de Franse opening die door mijn tegenstander goed werd gespeeld. Op de 14e zet gaf hij echter een dame weg. Einde partij die waarschijnlijk nog geen kwartier duurde. Een leuke bijdrage aan de monsterscore, maar schaaktechnisch een ‘waardeloze’ overwinning.”
Eelko speelt aan bord 5 met zwart. “Allereerst moet ik mijn excuses maken richting Jeroen Festen. Ik had hem gevraagd om in te vallen, maar werd door onze extern wedstrijdleider erop gewezen dat Jeroen een te hoge elo-rating heeft voor dit team. Het schijnt dat het verschil tussen de invaller en de hoogste elo van de basisopstelling niet meer dan 40 punten mag zijn. En Jeroen heeft net 5 punten meer. Ik had al een berichtje klaarstaan hem dit te melden, maar was vergeten om op verzenden te drukken. Sorry Jeroen! Gelukkig kon je nog in de interne competitie meedoen. Mijn partij ging voorspoedig. Mijn tegenstander liet zich in een passieve stelling drukken waardoor ik materiaal kon winnen en daarmee de partij. Hieronder het verloop van deze wedstrijd.
1.e4 d5 2.exd5 Qxd5 3.Nf3 Nf6 4.Nc3 Qd8 5.h3 a6 6.Bc4 e6 7.a3 b5 8.Ba2 c5 9.d3 Bb7 10.Qe2 Be7 11.O-O O-O 12.Bf4 Nbd7 13.Rfe1 Qb6 14.Bg3 Rac8 15.Rab1 Qc6 16.Ne4 Nxe4 17.Qxe4 Qxe4 {Het ruilen van de dames zorgt ervoor dat c5-c4 mogelijk wordt waarmee de witte loper voorlopig even niet meer meedoet} 18.dxe4 c4 19.Rbd1 Rfd8 (Direct 19…Nc5 verhoogd de druk op e4 en na 20.Bd6 Bxd6 21.Rxd6 Nxe4 wint zwart zelfs de pion.) 20.c3 Nc5 21.Rxd8+ {Deze ruil is niet gunstig voor wit. Zwart krijgt hier de controle over de d-lijn} 21…Rxd8 22.Bb1 (Niet helemaal duidelijk of deze loperzet van wit op dit moment wel goed is. De loper staat slecht, maar zoals we hierna zien kost het verplaatsen wit de b- pion) 22…Na4 {met minimaal pionwinst.} 23.Bc2 (Verdedigen met de toren helpt niet: 23.Re2 Rd1+ 24.Re1 Rxe1+ 25.Nxe1 Nxb2 26.Bc2 Bxa3) 23…Nxb2 24.Ra1 Nd3 (Een fijn veld voor het paard.) 25.e5 (Het opgeven van de pion is misschien iets beter omdat wits paard dan actiever staat: 25.Nd4 Bxe4 ) 25…Bxf3 (Een ruil van loper tegen paard vond ik hier wel op z’n plaats omdat hiermee wit een dubbel pion krijgt.} 26.gxf3 Bc5 {met de idee om te gaan slaan op f2} 27.Kg2 g6 {Niet nodig, maar voor de zekerheid een gaatje voor de koning; direct 27…Nxf2 wint een pion ) 28.f4 … ( 28.a4 b4 29.Bxd3 cxd3 30.cxb4 Bxb4 is nog steeds lastig voor wit)
28…Nxf2 29.Bxf2 Rd2. Hier gaf wit op, 0-1
Hans speelde weer zijn Pc3: “Mijn partij was al min of meer beslist na een paar zetten: 1.Pc3 e5 ;2.Pf3 Pc6 ;3.d4 d6. Vaker gezien, evenals een zekere van Geet, immers. Er volgt 4.de5 de5 ;5 Dxd8 Kxd8 6.Lg5 Le7 7.0-0-0 Pd4
8.Lxe7 Kxe7 9.Pxd4 ed4 10.Txd4. En iets later worden wat andere stukken geruild zodat je bij zet 35 nog steeds die ene pion meer hebt plus wat pionnen + ieder 1 paard. Die ene pion is ruim voldoende om de partij te beslissen.”
De partij te beslissen en de wedstrijd!
En: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de pion terug in dezelfde doos”.
Het RSB-3 team speelt op 1-12 tegen Fianchetto 3. Beide teams hebben hun eerste twee wedstrijden gewonnen met iets meer bordpunten voor onze tegenstander. Het belooft dus een spannende avond te worden. Dat wordt ook werkelijkheid. Al lijkt het er eerst niet op.
We komen namelijk voor met 3,5-0,5. Maar dan zien we wat donkere wolken boven de borden van Hans, Yuri en Ruud. En helaas worden dat drie verliespartijen. We kijken dus vol spanning naar bord 1 met Zoran. Hij weet echter raad met de druk en met de tegenstander! Zo wordt het (weer) 4,5-3,5.
Het wedstrijdformulier is gespiegeld ten opzichte van de vorige wedstrijd. Nu 1 1 1 1 0,5 0 0 0 i.p.v. 0 0 0 0,5 1 1 1 1 bij de vorige keer.
[Bord 1 – Bela Hlavaj – Zoran Zekusic
1 e4 e5 2 Lc4 Pf6 3 d3 c6 4 Pc3 b5
Vanuit de Bishop Opening gaf me dit de mogelijkheid meer druk zeten op b en c lijn met b-pion.
Dat waren eerste 15 zetten waar de ontwikkeling van de stukken zichtbaar is. Beide spelers zijn op zoek naar een vrij veld dat mogelijk een dreiging wordt voor zijn tegenstander. De witspeler heeft de mogelijkheid Pf5, met een dreiging op de pion d6. Maar ook de dubbele pionnen op b en e lijn zijn zwakke pionnen. Afruilen met cxb4 is niet goed voor mijn tegenstander zoals hij wel wist. Daarom ging hij op zoek naar betere positie.
16 d4 a5 17 Dc2 Db6 18 Pf5 Tad8 19 d5 Pb8 20 Pd2
De laatste zet Pd2 had ik niet verwacht. Deze zet brengt problemen mee. Met Pc4 komt mijn pion d6 in echte problemen. Bij de volgende zet had ik meer tijd nodig om het juiste antwoord te vinden. Als hij Pc4 gaat spelen dan is mijn dame aangevallen en de pionnen op de a- en d-lijn.
20..;g6 deze zet was een van de beslissende zetten in deze partij. De tegenstander kreeg een gratis pion met voor mij als doel een vrije h-lijn en nog een dubbel pion op de g-lijn.
Door het offeren van de h-pion wordt zichtbaar dat de strijd werd verplaats naar de h-lijn en naar de zwakke pion op g4. Mijn paard staat buiten spel maar op dit moment is het niet mogelijk hem is spel zetten maar hij krijg later belangrijke rol.
26.Dg3
Deze zet vind ik een foute zet. Volgens mij is Df3 beter omdat mijn paard nu kans krijgt om in het spel te komen.
26…;Th4 27 Kf2 Td8h8 28 Ke2 Pd7 29.Tf2 Pf6 30 g5
Hij zag Pxe4 niet waarbij dame en toren werden aangevallen. 30….Pxe4 31Df3 Pxf2 32 Dxf2 Tg4 33 Df3 Dxg5 34 Pxd6 Txg2+ 35 Kd3 f5 36 Kc4 Tg3 37 Df2 bxc3 38 bxc3 Txe3 39 Txa5 Df4+ 40 Dxf4 exf4 41Txc5
En f3 was de laatste zet. De tegenstander gaf op.
Bord 2 Bert met wit. “Ik kwam, met wit spelend) matig uit de opening; de machine gaf -0.6 aan. Toch kon wijn tegenstander geen weg vinden om een doorbraak te forceren. Op de twaalfde zet gaf hij zijn voordeel op. De 18e zet was een duidelijke fout, hij liet toe dat ik een onkwetsbaar paard op e5 kon positioneren. De koningsaanval die zwart voor ogen stond kon daardoor niet doorgaan. Op de 22e zet gaf zwart pardoes een pion weg. Ik kon daarbij de dames ruilen en bleef er een eindspel over van twee torens aan beide kanten en met wit een pluspion. Op zich is dat nog niet beslissend, maar dan moet je als zwart wel je torens in het spel houden. Dat deed mijn tegenstander niet en ik kon met mijn pluspion de partij winnend afsluiten.”
Bord 3 Simon met zwart. Simon weet pionnen te winnen en de houdt de de witspeler continu onder druk. Uiteindelijk moet wit opgeven.
Bord 4 Eelko met wit. In mijn partij won ik in de opening een stuk tegen een pion. Daarbij kreeg zwart een dubbelpion op de g-lijn en een gat in zijn koningsstelling. Door zelf lang te rokeren kon ik de druk op de koningsvleugel hoog houden. Een loperoffer bracht een van mijn torens midden op het bord waar deze naar harte lust pionnen kon opeten. Het laatste valletje zette ik door met mijn paard de verdediging van de pion op e4 los te laten. Zwart hapte toe maar zag toen dat mijn paard op f6 mat kon zetten. Zover liet hij het niet komen en gaf zich gewonnen. Stelling na16…a5
Met een loperoffer kwam mijn toren midden in het spel: 17.Lxd5! cxd5 18.Txd5 De6?! 19.Txg5 b4?! Stelling na 19…b4?!
Ik speelde 20.Pd5 waarna zwart (te snel) 20…Dxe4 speelde en toen opgaf.
Bord 5 Peter met zwart. In 1935 tijdens de 26e wedstrijd van de WK-match speelt Aljechin de Hollandse (!!) verdediging tegen Euwe. Uit beleefdheid of hoffelijkheid? Het wordt de Parel van Zandvoort, een prachtige en beslissende overwinning voor “onze” Max. De cruciale stand is zelfs op postzegel uitgegeven.
Uit beleefdheid of hoffelijkheid (??) speel ik tegen mijn tegenstander van Fianchetto (!) de Owens Defense: 1….;b6. Het wordt, helaas, niet de Parel van Gouda. Probleemloos komt zwart uit de opening, maar we zien beiden geen mogelijkheden in een uitgedunde stelling vooruitgang te boeken. Het remisevoorstel van mijn tegenstander neem ik daarom aan. Mijn goede vriend Stockfish vertelt me later dat ik misschien wel door had kunnen spelen….Toch maar eens mijn doffe parels wat meer oppoetsen.
Bord 6 Ruud met wit “Met wit speelde ik met de Engelse opening een spannende partij tegen Gilles Deegeling. Lang leek de partij op remise afstevenen, maar door een voor mij ongunstige ruil op het eind bleef ik zitten met een witte loper tegen over een paard en een gelijk aantal pionnen. Mijn witte loper kon niets beginnen tegen de 5 pionnen, die bij Gilles allemaal op zwart stonden, terwijl zijn paard en koning uiteindelijk de ruimte hadden om mij tot overgave dwingen.”
Bord 7 Yuri met zwart. Deze partij was een psychologische strijd in drie fasen. Na een scherp moment in de opening te hebben overleefd en een gelijke stelling te hebben bereikt, zorgde een te passieve stukkenopstelling in het middenspel ervoor dat Wit het initiatief kon grijpen. Hoewel de verdediging lang standhield, bleek de overgang naar een verloren eindspel uiteindelijk fataal. Tegen 1. e4 kwamen we in een scherpe Siciliaanse Taimanov terecht, het werd meteen tactisch. Na 5…Lb4 misten beide spelers de kritieke wending 6. Pxc6!, die Zwart voor serieuze problemen had gesteld. In plaats daarvan kreeg Wit na 6. Pb5 d5? een uitgelezen kans met 8. Lf4! Gelukkig koos Wit voor 8. a3?, waarmee de spanning wat uit de stelling werd gehaald. Bij zet 11 ontstond de stelling, die volgens de engine ruwweg gelijk is (+0,24):
1. e4 c5 2. Pf3 e6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pc6 5. Pc3 Lb4? 6. Pb5 d5? 7. exd5 exd5 8. a3? Lxc3+ 9. Pxc3 Le6 10. Le2 Pe7 11. O-O O-O De volgende fase was beslissend voor de uitslag. Wit manoeuvreerde het paard zeer effectief (Pa4–c5) en ik had moeite om actieve velden voor mijn stukken te vinden. Mijn grote fout was om de dame op a7, achter mijn pionnen op de damevleugel, te parkeren. Daardoor viel de dame praktisch uit het spel en kreeg Wit alle tijd om een aanval op de koningsvleugel op te zetten. Deze passiviteit leidde uiteindelijk tot het verlies van de pion op e6. Desondanks wist ik de directe matdreigingen op de koningsvleugel te pareren en bereikte ik een moeilijke, maar nog steeds speelbare stelling: 12. Lf4 a6 13. Ld3 Dd7 14. Pa4 Dd8 15. Pc5 Db6 16. b4 Da7?
Hier speelde ik 28…Te7?? en dwong daarmee torenruil af. In een toch al onaangename stelling (engine-evaluatie ongeveer +2,30) was het op het bord houden van de torens met 28…Tc7 waarschijnlijk de enige praktische kans om nog enig tegenspel te creëren. Na de tekstzet was het in feite gedaan: 28… Te7 29. Txe7+ Pxe7 30. Kf1 Pc6 31. Ke2 h6 32. Ld5 Pe5 33. Lxb7 Pc4 34. Lxa6 Pxa3 35. Kd3 Kf8 36. b5 1–0
Bord 8 Hans met wit. Dit is de langste partij van de avond. Over het begin was Hans al wat ontevreden: “1 Pc3 e5 2.Pf3 Pc6 3 d4 d6 4. Ik deed nu na lang nadenken: e4 ipv de5 en dameruil.” Zoran staat inmiddels op winst als het volgende gebeurt: “Mijn partijtje via van Geet (Pc3) leek goed te gaan totdat ik een schaak over het hoofd zag
Er volgt zwart…..cd5: en daarna Ld5: en Da5.”
Zo eindigt de wedstrijd met de kleinst mogelijke winst. We staan bovenaan in de competitie. Gloort er meer achter de horizon?
En: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de pion terug in dezelfde doos”.
Het RSB-3 team vertrekt op 7 november naar Overschie. Door wat parkeerproblemen zijn we wat te laat en starten even na achten. In een klein zaaltje met 16 spelers in een HELE GROTE kerk. De temperatuur loopt daardoor gaandeweg op: in de zaal en op de borden.
Aan het eind wil iedereen zien hoe het afloopt bij Zoran. Het is een ingewikkelde strijd tussen 3 lichte stukken van Zoran en 2 torens.
Halverwege de avond staan we nog voor met 1-4 met een verliespartij voor Simon. Wordt het weer een 1-7?? Nee, met de hakken over de sloot eindigt de wedstrijd in 3,5-4,5. De eerste drie borden een 0, het vierde bord een 0,5 en de laatste 4 borden een 1. Wel leuk voor het wedstrijdformulier: 0 0 0 1/2 1 1 1 1
Bord 1 Zoran met wit .“De wedstrijd in de Grote Kerk in Overschie was voor mij persoonlijk de tweede wedstrijd die ik heb verloren. De eerst verloren wedstrijd was 3 jaar geleden. Op deze 7e november moest ik mijn koning neerleggen. Tegenstander was Niels van Diejen. Na een Siciliaanse opening volgt een lange partij die eindigt als de laatste partij van de wedstrijd en met een slechte afloop voor de witte koning. De eerste fout, of beter gezegd: niet gezien, was voor mijn rekening. Maar na doorrekenen vond ik het verlies van een toren tegen paard niet slecht. Mijn toren kwam vast te zitten en afruilen voor twee lopers was een goed idee. Het eindspel had ik een lange periode goed in handen maar toch wist mijn tegenstander mijn witte koning mat te zetten.”
Bord 2 Bert met zwart: “Had ik nu echt een off-day of is het structureel? Ik begon met goede moed mijn tweede externe partij van dit seizoen. Aan bord 2 kreeg ik met zwart een geweigerd dame gambiet op het bord. Door mijn zwakke 15e zet en foute 17e zet kreeg mijn tegenstander een sterke aanval op de damevleugel die mij 2 pionnen kostte. Hoewel ik nog 25 zetten fel tegenstand bood, kon ik niet verhinderen dat er nog een pion op de damevleugel verloren ging, waarna mijn tegenstander feilloos het pionneneindspel tot een voor hem goed einde bracht.”.
Bord 4 Chris met zwart. “Met zwart op bord 4 bood mijn tegenstander op de 26e zet remise aan. Gelijke stand, maar mijn loper stond door eigen pionnen ingesloten. Positioneel stond mijn tegenstander iets beter, dus ik nam zijn remiseaanbod graag aan. We stonden ruim voor op dat moment, dus waarom niet… Maar de overige partijen eindigden niet zo gunstig voor ons. Gelukkig wonnen we nog met de kleinst mogelijke marge”.
Bord 5 Peter met wit. “Wit komt een pion voor. Maar zwart weet de pion terug te winnen. Hij moet dat wel doen door eerst zijn sterke paard te ruilen voor een niet al te sterkte witte loper. Daarna zet ik voort met de pionzet f4: (zwarte toren op e8!)
Dreigt f5 en f6. In de nabeschouwing (en Stockfish) wordt gesteld dat zwart nu f5 moet spelen. Hij speelt echter g6 en gaat dan na f4-f5 ten onder aan de aanval met dame, toren en paard. De slotzet is het paardoffer op g6″.
Bord 6 Eelko met zwart. “Nadat ik met de dame op d3 sloeg, had ik twee manieren sneller mat kunnen geven, maar het mat was onvermijdelijk”.
stelling na 24. Kc1
Bord 7 Yuri met wit. “Voor mijn tegenstander werd het geen lange partij en na negen zetten was het al mat. De engine beoordeelde de partij met 100% nauwkeurigheid. Grappig genoeg volgt de zetvolgorde nauw de miniatuur José Raúl Capablanca – Edward Beckley Adams (1909):
Niet Gouda’s Harmonie ‘De Pionier’, maar schaakclub de Pionier uit Hellevoetsluis komt stilletjes de speelzaal binnen. Maar met enig tromgeroffel en toeters en bellen kunnen we een 7-1 overwinning doorgeven van het RSB -3 team. Simon zorgt voor het eerste punt en daarna lopen de punten tot de Fischerstand 6-0 binnen. Daarna stokt het wat en komen er nog twee remises. Maar daar hoort ook nog een verhaal bij, zie bord 4 en bord 7.
Simon loopt al snel bij de andere borden te kijken wat betekent dat hij het eerste punt al binnen heeft gehaald.
Bord 1 Zoran met zwart: Mijn tegenstander op het bord was Wim Noordermeer. 28 zetten waren nodig om de witte koning neer te halen. Twee posities waren belangrijk en hebben de partij in de goede richting geleid. De eerste positie was toen ik twee pionnen gratis kon krijgen, maar ik had besloten om een harde aanval op de dame uit te oefenen. De tweede positie was een aanval met twee paarden, daaruit ontstond een mooie combinatie waaruit geen ontsnapping meer mogelijk was. Neerleggen van de witte koning was de enige optie.
Bord 2 Bert met wit: Vol goede moed begon ik aan het tweede bord aan mijn partij. Het werd een Philidor opening met dus de beste kansen voor wit. De machine gaf voortdurend + 0,5 tot 1,0 aan. Op een of andere manier varieerde de waardering van + 0,3 tot -0,2. Een blunder van mij werd door mijn tegenstander niet gezien en op de 17e zet kon een vol paard incasseren. Dit ging wel ten koste van de volledige piondekking van mijn koning. Dat maakte de stelling kwetsbaar toen de resterende lichte stukken van het bord verdwenen en de zwarte dame en torens actief konden worden. Mijn paard stond echter passief op d2, maar ik kon de verdediging goed organiseren. Toen ik mijn torens actief kon inzetten bij een koningsaanval en ook mijn paard eindelijk kon gaan springen, beging mijn tegenstander een fout die hem de volle toren kostte. Einde partij dus.
Bord 4 Chris met wit:Na bijna 3 uur schaken kun je soms een eenvoudige winnende zet over het hoofd zien: 39 e zet: c5…Pion e6 van zwart gaat verloren en daarmee de partij. Ik zag het niet en nam het aangeboden remiseaanbod aan, omdat ik niet op tijd van mijn tegenstander wilde winnen en dacht dat de stelling in evenwicht was. Gelukkig wonnen we als team dik, dus een foutje was niet erg. Het valt trouwens op, dat je als toeschouwer betere zetten ziet dan als speler. Misschien omdat je letterlijk en figuurlijk meer afstand neemt? Slotstand:
Bord 5 Peter met zwart: De witspeler doet wat veel zetten met zijn pionnen waardoor mijn ontwikkeling makkelijk gaat. Hij krijgt een geïsoleerde pion die eenvoudig opgesnoept wordt door de enige (paard)verdediger uit te schakelen. Daarna kan ik met de torens binnendringen en is het gauw afgelopen met ook nog plots: mat!
Bord 6 Eelko met wit: In mijn partij kreeg ik veel cadeau. Het begon in de opening. Een vorkje leverde mij een stuk op. Volgens mij had mijn tegenstander nog een pion kunnen winnen, maar ook die eer liet hij aan mij. Ik had meteen het initiatief en kon voorkomen dat zwart kon rokeren. Met actieve lopers en ondersteuning van mijn dame moest mijn tegenstander van alles bedenken om mat te voorkomen. Hierdoor kreeg ik de kans om weer twee pionnen te pakken. Toen ik nog een loper won en even later ook nog een pion, vond mijn tegenstander het wel welletjes en het punt was binnen.
Bord 7 Yury met zwart: Ik had een dramatische partij in mijn allereerste teamwedstrijd. Chess.com beoordeelt deze partij hoog, met een nauwkeurigheid van meer dan 85% voor beide spelers. Mijn tegenstander speelde het versnelde Londen-systeem, wat ik toevallig de afgelopen 3 weken met zwart had bestudeerd, dus ik kende de beste zetten tot zet 14, toen ik voor de tijdige centrale pionopstoot ging: 1. d4 d5 2. Lf4 c5 3. e3 cxd4 4. exd4 Pc6 5. c3 Lf5 6. Pf3 e6 7. Lb5 Ld6 8. Lxd6 Dxd6 9. Pbd2 Pe7 10. Ph4 0-0 11. Pxf5 Pxf5 12. Pf3 f6 13. Ld3 Pce7 14. 0-0 e5 15. dxe5 fxe5 De stelling is ongeveer gelijk, ik heb de opening overleefd en gelijkspel bereikt met wat initiatief in het vooruitzicht, maar mijn tegenstander maakt een fout en mist een pionvork:
Ik had Db3 verwacht, waarbij de b7-pion niet geslagen kan worden vanwege Tfb8. 16. Te1?? e4 17. Lxe4 dxe4 18. Dxd6 Pxd6 19. Pe5 Tac8 20. Tad1 Tfd8 21. f3 exf3 22. Pxf3 Pc6 Ik heb een voordeel, maar hoe zet ik dat om in winst? Er is nog veel om voor te spelen. 23. b3 Pb5 24. Txd8+ Txd8 25. c4 Pbd4 26. Pg5 Pc2 27. Te2 P2b4 28. a3 Pd3 29. b4 h6 30. Pf3 Pf4 31. Te4 Pg6 32. g3 Kf7 33. h4 Td3 34. Kf2 Txa3 35. b5 Pa5 36. c5 Tc3 37. h5 Pf8 38. Te5 Ik sta onder druk en ben op dit punt aan het verdedigen ondanks het materiële voordeel; mijn tegenstander valt me met alles aan. Nadat ik de mogelijkheid zag dat de witte koning in een vork zou lopen, sta ik nu een hele toren voor:
38. … Tc2+ 39. Ke3?? Pc4+ 40. Kd4 Pxe5 41. Pxe5+ Ke6 42. Pc6 Ta2 43. Pd8+ Kd7 44. Pxb7 Pe6+ 45. Kc4 Kc7 46. c6 Kb6 47. Pd6 a5 48. Pc8+ Kc7 49. Pa7 Tg2 50. Kd5 Pd8 51. Kc5 Pxc6 52. bxc6 Txg3 53. Pb5+ Kc8 54. Kb6 Volgens de engine heb ik tot aan deze kritieke stelling geen fouten gemaakt, waar ik de enige juiste zet vond om niet te verliezen:
54. … Tb3! 55. Kxa5 Kd8 56. c7+ Helaas raakte ik op dit punt in paniek en maakte een onreglementaire zet (het slaan van het paard), en direct daarna kwamen we remise overeen, omdat ik in feite al mijn voordeel in één zet verloor door niet te pauzeren en na te denken, ondanks dat ik nog meer dan 6 minuten op de klok had in deze laatste partij die nog bezig was. 56. … Kc8 57. Kb6 Txb5+?? 58. Kxb5 Kxc7 59. Kc5 Kd7 60. Kd5 Ke7 61. Ke5 Kf7 62. Kf5 Het drong tot me door dat de witte koning gemakkelijk de oppositie bereikt en dit remise is. Goed eindspel van mijn tegenstander, die ook voor het eerst in dit format speelde. Complimenten! 1/2-1/2
Bord 8 Hans met wit: Ik begon weer eens met 1 Pc3. En mijn tegenstander antwoordde met 1 …; f5. Het maakte de zaak gelijk interessant want tot nu toe niet gespeeld. De eerste zetten gingen als volgt: 1 Pc3; f5 2 e4; Pf6 3 e5 ; Pg4 4 Le2 ; h5 5 f4 ; e6 6 Pf3 ; Le7
Je ziet wel, niets om over naar huis te schrijven maar ik vond wel dat ik op mijn tellen moest passen. Verder vond ik dat mijn tegenstander weinig aan theorie studeren had gedaan maar verder best gevaarlijk kon zijn. Ik heb die eerste zetten nauwkeurig bestudeerd want niets is zo vervelend om in het begin al te verliezen. Enfin, zwart probeerde het ook nog met a5 op de tiende zet en ik besloot voorlopig niet te rokeren dat deed ik uiteindelijk op zet 18 en de partij overschreed de 40 zetten. Zonder dat ik hierover iets interessants te melden heb, behalve dat de overgave van zwart kwam bij een stand waarbij beiden een toren en paard bezaten maar wit 3 pionnen meer had dan zwart.
Eindconclusie: ook bij de twee remisepartijen heeft er meer ingezeten, maar 7-1 is natuurlijk prachtig.
We pionieren verder!
P.S. In het laatst nummer van het magazine SCHAKEN.NL gaat de puzzel over schaakclubs.
Vraag 3 luidt als volgt:” Goudse club die zelf meent de oudste club van Nederland te zijn?” Woord van 10 letters. Wie weet de oplossing?
Er was eens een mooie stad in het midden van het Groene Hart. Daar woonden biermakers, pijpmakers, stroopwafelmakers, kaasmakers en ook messemakers. Het ging er rustig en vredig toe, maar…….op een pleintje naast een heel erg oud en mooi gebouw werd er zwaar en hard gestreden. Alleen op de zaterdag. Op 64 velden.
Met zelfs een paardoffer op g3.
Wandelaars, bezoekers en winkelend publiek speelden er een partijtje. Op een dag ontstonden er plots bij de bezoekers hele mooie stellingen op het pleintje. Een fee maakte er foto’s van. Een andere fee maakte er diagrammen van, onderaan.
De zwartspelers waren aan zet en ze wonnen de partij! Maar hoe?? Drie keer is zwart aan zet en hij/zij ging winnen. Wat waren dat voor schaakgiganten in dat stadje dat ze deze mooie combinaties vonden?Ze speelden de partij uit, gingen naar huis en leefden en schaakten daarna nog lang en gelukkig!
P.S. Helaas is de waarheid in sprookjes soms ver te zoeken. Ook in dit sprookje. In werkelijkheid kwamen twee schaakreuzen “langs”: Bobby Fischer (2 keer uit 1960) en Frank Marshall (van de Marshallvariant van het Spaans) uit 1912!
Onze laatste competitiewedstrijd speelden we tegen 3-Torens V1 om des keizers baard. Promotie of degradatie speelden geen rol. We gingen voor de eer! Om 20.00 uur gingen we van start tegen de 3-TORENS uit Berkel met 4 torens op de 4 borden. Er was strijd op alle vier de borden.
Simon was als eerste klaar. Een winstpartij met een welgemeend compliment van een sterke tegenstander (rating 1824).
Ruud speelde tegen een invaller. Uit niets bleek dat dit een voordeel was. Hij zette Ruud steeds onder druk en won uiteindelijk de partij.
Mijn tegenstander opende met 1 d3. De voorbereide varianten konden toen in de prullenbak. Zijn ruil Ph4xLg6 zorgde voor een open h-lijn. Dromen van een torenoffer op h3!! Toen kwam de volgende stelling:
Mijn focus was langzamerhand gericht op het winnen van pion d3 met Thd8. Zoran (wie anders!) zag het later direct: Speel Th3! B.v. Kg1-f3: De4-Dg5; g3- Dh5. De droom blijft een droom…Gelukkig ging het eindspel wel goed met een rennende pion.
Eelko aan bord 2: “In de partij kwam ik aan het einde van de opening met een dubbelpion te zitten. Ik dacht met een mooi loperoffer op h6 de partij weer in evenwicht te kunnen krijgen. Maar mijn tegenstander wist steeds weer een zetje waardoor ik niet door kon pakken op de koningsvleugel. Even later door een verkeerde ruil kwam ik definitief achter te staan. Hopende dat mijn tegenstander toch nog ergens een steekje zou laten vallen bleef ik doorspelen tot het eind. Maar ik kon er helaas geen remise forceren en dus werd de eindstand 2-2.”
Deze remise bracht ons op de 4e plek in de rij van 7 teams, een echte middenmotor.
En: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de pion terug in dezelfde doos”.
RSB-3 speelde op 7-4 tegen de koploper WSV INTERNOS.
Zij hadden tot nu toe alle wedstrijden gewonnen. Wij staan in het “rechterrijtje”. Dus dat beloofde een heftig avondje te worden…. In het begin ging het nog goed.
Ruud plaatste tegen de kopLOPER een mooi aftrekschaak met zijn LOPER met winst van de dame. Maar daarna ging het mis aan de andere borden.
Op bord 1 verloor Chris na, ik meen, een Sicilaan. (tussen twee haakjes uit een cryptogram: niet alleen schakers vrezen de Siciliaanse opening: ETNA)
Hans speelde aan bord 2 met wit. Je mag raden wat zijn openingszet was. Maar zijn tegenstander van de kopLOPER wist geen LOPER maar wel een paard te winnen. Gecombineerd met een aanval met de zware stukken eindigde dit in mat!
Zelf speelde ik aan bord 3 met zwart. De computer geeft de onderstaande stelling als ongeveer gelijk aan. Wits laatste zet is Dc3 en ik overzie zijn dreiging Df3. Td6 was noodzakelijk maar mijn zet verdiende :?? En de kopLOPER komt een LOPER voor. De stand is op dat moment 2-1 voor de tegenstander dus in plaats van op te geven ploeter ik tegen beter weten maar wat door.
Zo verliezen we helaas met 1-3. De koploper bleek een sloper.
Maar: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de pion terug in dezelfde doos”.
Op 25-11 speelt RSB tegen De IJssel uit Moordrecht. Natuurlijk geen burenruzie maar een mooie schaakwedstrijd tussen twee goede buren. Helaas voor Messemaker is het eindresultaat negatief: 1,5-2,5. Onze nestor weet als enige een winstpunt binnen te halen.
Bord 1 Eelko speelt met zwart. In mijn partij kwam mijn paard aan het begin van het middenspel onderdruk te staan en ik moest hem opgeven tegen een pion. Mijn solide verdediging bezorgde mijn tegenstander kopzorgen en lange tijd had ik zicht op een doorbraak van mijn vier verbonden pionnen op de damevleugel. Wit wist alleen steeds te voorkomen dat ik een vrijpion kreeg. Bij de stand 1,5-1,5 waren de winstkansen voor mijn wel weg en kon ik alleen nog hopen op remise. Met zijn laatste zet plaatste mijn tegenstander zijn paard voor mijn vrijpion. Hierdoor kon ik niet meer op tijd promoveren.
Bord 2 Simon speelt met wit. Helaas verscheen er een zwarte koning midden op het bord met verder de beginstelling,
Bord 3 Hans speelt met zwart. Zie hierbij de stelling na mijn 22e zet met zwart: Td3. Zoals heel vaak draait het in een partij meestal om één zet, dat was dit keer Td3. Ik had lang nagedacht over deze zet. Ieder andere zet zou m.i. leiden tot hoogstens remise (afruil van de torens) en mijn pionnen stonden zeker niet beter dan die van mijn tegenstander. Mijn tegenstander speelde veel sneller dan ik en ik besloot het erop te wagen. Dit viel goed uit, wit deed Td2 en de partij eindigde met 1 loper tegen 2 pionnen in mijn voordeel .
Bord 4 Peter speelt met wit
Even terug in de tijd. 1985. 16e matchpartij tussen de twee K’s. Kasparov wint een prachtige en beroemde partij met een octopuspaard op D3. Dat paard domineert het bord zetten lang. Terug naar 2024. Het spelniveau en de ELO’s dalen met een gigantische snelheid, maar er is wel een overeenkomst: zwart wil D3 met een achtarmig kasparovoctopuspaard bezetten, gecontroleerd door pe4 en Lf5. Gelukkig kan wit dit met een tijdelijk pionoffer voorkomen. Daarna komt wit wat beter uit de situatie maar meer als remise ziet wit niet.
Winst is na deze burenclash voor ons nog geen goede vriend.
Maar: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de pion terug in dezelfde doos”.
Het viertal van RSB 3 gaat naar Rotterdam. Naar Onesimus.
Deze naam dateert van heel erg lang geleden vertelt hun website. Vlak bij het centrum van Rotterdam hebben we een gereserveerde parkeerplek geregeld in een parkeergarage 200 meter van hun locatie. De vierkamp wordt opgeluisterd door de buurt met veel en soms erg hard vuurwerk. Maar schakers zijn onverstoorbaar en spelen door of er niets aan de hand is. Het kan niet altijd muisstil zijn.
Vuurwerk buiten, maar is er ook vuurwerk op onze schaakborden? Helaas moeten we melden dat we slechts wat sissertjes afschoten. We verliezen met 3,5-0,5.
Chris, met wit, speelt op bord 1 en geeft aan: Mijn tegenstander veroverde een pion in het centrum. Zijn loper was heel sterk en mijn paard stond opgesloten in de hoek om de koning na de lange rokade te verdedigen. De 3 oprukkende pionnen van zwart richting de koning gaven de doorslag.
Aan bord 2 speelt Eelko, met zwart, en hierbij zijn relaas: Mijn tegenstander speelde goed, althans zo voelde dat tijdens de partij. Snel na onze rokades won hij een pion, maar een zet of 6 later had ik die alweer terug. Dit kleine beetje ruimte op het bord vergrootte de strijd om het centrum alleen maar meer. Mijn beste kansen waren toen wit de d-pion naar voren schoof.
28.d5 Qe2 (Ik dacht dat slaan op d5 niet goed was omdat wit dan te makkelijk druk kon zetten op f7.) 29.d6 Nf5 (Dit was niet goed. De witte dame kon te gemakkelijk weg en mijn paard deed toen eigenlijk niet echt meer mee. Wellicht was paard naar c6 beter.) 30.Qa4 b531.Qa6 (Hierna was het eigenlijk wel gedaan. Ik speelde nog een paar zetten door maar het misschien beter meteen op kunnen geven.) 1-0
Ruud speelt op bord 3, met wit.
Een achter gebleven pion op d3 gaat verloren, maar wit krijgt toch compensatie. Als de partij na de wedstrijd wordt nagespeeld ziet Ruud dat hij een winnende zet over het hoofd heeft gezien. Deze vuurpijl wordt afgeschoten maar ontploft niet! Daarna gaat het helaas mis.
Peter op bord 4, met zwart, geeft aan:
Mijn tegenstander speelt veel pionzetten in de opening zodat ik beter ontwikkeld ben. Ook de computer geeft in de onderstaande stelling voordeel aan (b.v. met Pa5 )
De rare pion op h6 weet ik te veroveren. Maar daarna kan hij toch weer terug krabbelen. Hij krijgt licht de overhand. In zijn tijdnood kan hij zijn pion terugwinnen en komen we tot herhaling van zetten. Een mager halfje is binnen.
Helaas geen goed begin van deze competitie. Geen reden tot vrolijk vuurwerk.
Maar: “Aan het einde van de schaakpartij gaan zowel de koning als de pion terug in dezelfde doos”