KAMPIOEN door MAT!

Het is al laat op de avond. De stand is 2,5-3,5. We hebben nog minimaal een half punt nodig en dan opeens! Een  klap op het bord: Yury zet zijn tegenstander pardoes MAT. We hebben 4,5 punt en we zijn KAMPIOEN!

We zijn op bezoek bij Spijkenisse. Deze club ontvangt ons hartelijk in een prachtige ambiance. Verschillende ruimtes in de bibliotheek, met een aparte zaal voor competitiewedstrijden. En een parkeergarage naast de deur. Het doel is gelijkspel of winnen, in beide gevallen blijven we koploper. Het werd uiteindelijk 2,5-5,5 maar het was wel op het eind nagelbijtend spannend.

De koude cijfers hierboven geven de resultaten weer maar niet de emoties. Na de stand 2,5-3.5 speelden Peter en Yuri nog hun wedstrijd om minimaalnet het halve punt binnen te halen. Beiden staan er niet al te best voor. Ze hebben beiden hun eigen verhaal maar Yuri gaat mat zetten! Daarna wint Peter zowaar zijn partij ook nog. Toch nog een ruime winst maar door het oog van de naald.

Zo komen we tot de volgende eindstand door 7 keer winst:

Eelko en Simon zijn samen topscores in klasse 4A en Bert staat daar op een gedeelde derde plek. Onze puntenpakkers!

Zoran krijgt wel zijn paarden in het spel maar het leverde geen winst op. Simon kreeg een remiseaanbod maar beantwoorde dat door de partij gewoon te winnen. Iets met een vrijpion. Chris kwam al snel in een T-L eindspel met gelijk aantal pionnen. Geen van beide kon doorbreken, dus remise.

Het verhaal van Bert: “Ondanks filevorming en dubieuze aanwijzingen van mijn navigatiesysteem kwamen wij op tijd aan bij de speelzaal van Schaakvereniging Spijkenisse. Spelend met zwart op het tweede bord kwam er een Siciliaanse opening op het bord: 1e4, c5; 2. Pf3, Pc6; 3. c3, e5; 4. d4; cxd4; 5. cxd4, exd4; 6. Pxd4, Lc5; 7. Pxc6,  Ik vond deze zet twijfelachtig, omdat zwart nu van de geïsoleerde d-pion af is 7. ….bxc6; 8. Lc4, Pe7? Dit is fout: 9. Lxf7+, Kxf7; 10. Dh5+ en 11. Dxc5. 9. 0-0, 0-0; 10. Pc3, Dc7; 11. Df3, Pg6; 12. Dh5, De5; 13. Dxe5, Pxe5; 14. Lb3, La6; 15. Te1, Pd3; 16. Tf1, Pe5; zwart is niet uit op herhaling van zetten, maar op enige tijdwinst 17. Te1, Pg4; 18. Le3, Pxe3; 19. fxe3

in deze stelling heeft wit nu een ongedekte dubbelpion en zwart het loperpaar, maar hij moet wel uitkijken voor de open f-lijn en de loper op c4. Maar zolang de loper op a6 staat, is er nog geen acute dreiging. 19 … Tfe8; 20. Tad1, Tad8; 21. Lc2, Kf8; om aanvallen over de f-lijn te voorkomen 22. Ld3, Lb7; 23. a3, a5; 24. Kf2? waarom moet de koning nu al oprukken terwijl wit in zijn bewegingsvrijheid beperkt is?  24. …, d5; 25. Kf3, d4; 26. exd4, Lxd4; 27. Td2, Td6; 28. Pe2?, dit is natuurlijk de bedoeling van de vorige zet, maar is tevens de beslissende fout

28. …, Tf6+; 29. Kg4, 29. Pg4 was minder slecht, maar na 29. …, g5 is het ook afgelopen. De witte koning staat in het open veld, bedreigd door twee torens en het loperpaar. 29. …, Lc8+; 30. Kg5, Le3+ en 0-1 want 31. Kh5, Td5+; 32. Kh4; Lf2+; 33. g3, Th6 en mat.”

Peter wit aan bord 5: Deze wedstrijd viel precies in onze vakantie (agendafoutje) maar toch vanuit ons vakantieadres In Renesse naar Spijkenisse getogen. Marianne, mijn vrouw, kon zo een stille getuige zijn van deze bijzondere avond! Mijn tegenstander dacht erg lang na, een uur over de eerst 12 zetten! Maar hij had het in het middenspel wel beter gezien. Na mijn d4 kom ik slechter te staan en verlies een pion.

Het wordt nog erger door het verlies van een kwaliteit (-3). Wat nu? We staan voor met 2,5-3,5. Maar ik zie niet precies hoe Yury ervoor staat. Het lijkt me voor hem geen gemakkelijke winststelling. Dus doorspelen maar. Mede vanwege de tijdnood van mijn tegenstander. Ik probeer te dreigen op de koningsvleugel met D, P, L en pi. Hij doet het allemaal goed tot mijn zet 32 Lf6.

Ik hoop op gf6: en eeuwig schaak, maar hij speelt 32…Le6, dan volgt 33 Dg5 g6 34 Dh6 en met nog twee seconden op de klok geeft hij op. Hij had 32…e3 moeten spelen met dreiging op f2.  Intussen had Yury zijn beslissende slag al geslagen en mij restte nog om sorry te zeggen tegen mijn tegenstander.

Eelko aan bord 6 met zwart: 1. e4 c5 2. c4 g6 3. Nf3 Bg7 4. d4 cxd4 5. Nxd4 d6 6. Nc3 Bd7 7. Be2 Nc6 8. Nxc6 Bxc6 9. Bd3 Nf6 10. Nd5 O-O 11. O-O Nd7 12. Nb4 Ne5 13. Nxc6 Nxc6 14. a3 Rc8 15. Rb1 Qc7 16. Be3 Rfd8 17. f4 e6 18. Qe2 f5 19. Rfc1 Qa5 20. Bd2 Qa4 21. Bc2 Nd4 22. Qd3 Qxc4 23. Qxc4 Rxc4 24. Bd1 Rc5 25. Rxc5 dxc5 26. e5 b5 27. Be3 a6 28. Kf2 Bf8 29. Rc1 c4 30. g3 Bc5 31. Bf3

Nxf3 32. Kxf3 Rd3 33. Rc3 Rxc3 34. bxc3 Bxa3 35. Bb6 b4 36. cxb4 c3 {0-1}

Yury aan bord 7 met wit: “Met de stand in de wedstrijd op 3,5 punt voor Messemaker waren alleen de partijen van Peter Borg en mij nog bezig. Een gelijkspel in de match was genoeg voor het kampioenschap, maar op dat moment zag het er op beide borden niet bepaald rooskleurig uit. In mijn partij had ik met wit een torenoffer aangenomen dat achteraf zeer gevaarlijk bleek: zwart kreeg actief spel, een sterke vrijpion en aanvalskansen tegen mijn koning. Toch draaide de partij nog volledig om – en uiteindelijk viel de beslissing met mat op de andere vleugel. De partij begon als een Vierpaardenspel met Schotse structuur:

Yury Petrachenko – Klaas Mol, bord 7  1 e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Pc3 Pf6 4. d4 exd4 5. Pxd4 Lb4 6. Pxc6 bxc6 7. Ld3 d6 8. h3 O-O 9. O-O h6 10. Pe2 Te8 11. c3 Lc5 12. b4 Lb6 13. Pg3 a6 14. Df3 d5 15. exd5 cxd5 16. c4 dxc4 Hier kwam het eerste kritieke moment. Zwart liet de toren op a8 in staan, maar het aannemen daarvan bleek veel riskanter dan het op het eerste gezicht leek. Stelling na 16…dxc4 – het moment waarop de toren op a8 “in de aanbieding” kwam:

Ik speelde: Dxa8 Dxd3 Materieel leek dit aantrekkelijk, maar zwart kreeg compensatie: mijn loper op d3 verdween, mijn dame stond ver weg op a8 en zwart kreeg actieve stukken richting mijn koning. De partij ging verder: 18 Kh2 Ld4 19. Le3 Lxa1 20. Txa1 Pd5 21. Lc5 c3 22. b5 c2 23. Tc1 Dd1 24. La3 Dd3 25. Dc6 Te6 26. Dc5 axb5 Zwart koos ervoor om vooral op de sterke vrijpion op c2 te spelen. Achteraf bleek dat zwart waarschijnlijk gevaarlijker kon spelen door sneller mijn koning open te breken, bijvoorbeeld met ideeën rond …Lxe3! in plaats van puur materieel en de c-pion te volgen. Tijdens de partij voelde het alsof ik vooral aan het overleven was: mijn toren stond gebonden aan de c-lijn en de zwarte dame en toren waren actief. Toch ontstond er ineens een tactische kans aan de andere kant van het bord:  27 Df8+ Kh7 28. Lb2 Dit was het beslissende moment. Zwart had al zijn aandacht op de vrijpion en de damevleugel gericht en miste de matdreiging op de koningsvleugel.

Hans aan bord 8 met zwart geeft door: “De partij aan het 8-e bord verliep aanvankelijk niet slecht voor hekkensluiter Krol met zwart. De opening was Weens. Waarbij beide spelers beiden lang rokeerden bij zet 11. Het offensief lag hierna bij zwart dat tot een interessante stelling leidde. Helaas maakte zwart een beslissende blunder en met 1 stuk achterstand moest ik mijn tegenstander feliciteren. Gelukkig konden wij als team wel de winst noteren!”

Aan het eind opluchting en blijdschap: het is gelukt, kampioen. Zoran regelt daarna nog de teamfoto om dit vast te leggen.

En: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de pion terug in dezelfde doos”.

P.S. Met de auto terug naar Zeeland. Radio aan. En ja hoor, hij komt langs: Queen met “We are the Champions”!

                         6 – 12

Het beloofde een spannend avondje te worden. Want de tegenstander Onesimus staat slechts 2 punten achter ons op de ranglijst. Het begon echter vredelievend, want Bert was al snel klaar met een remise.

De laatste partij gaf ook een remise, maar daar tussendoor allemaal winstpartijen met 4-2 in ons voordeel wat een eindstad van 5-3 oplevert.

Zoran op bord 1 met zwart. Jeroen geeft het volgende door: “Zoran miste in de onderstaande stelling TxPh4, en speelde a5. Pion a5 is ook goed, aangezien deze een vrije doorloop naar a1 heeft. De witte Toren is nodig voor de dekking van g3 en kan niet deze pion stoppen. Dat is natuurlijk ook een goed plan.

1… a5 2. Kxh3 a4 3. Pg2 a3 (ook hier stuk winst gemist TxLg6) 4. Pf4 a2 5. Tc1 Le5 (voor de 3de keer stukwinst gemist LxPf4 en TxLg6) 6. Lxh5 Tg7 7. Lg6;

] en zwart wint op de volgende zet 0-1”

Bert: “Spelend op het tweede bord kreeg ik Scandinavisch voorgeschoteld. Een opening die ik maar in de marge ken. Het ging allemaal goed; Fritz vond dat ik in de opening betere zetten had kunnen doen, maar mijn tegenstander liet ook steekjes vallen. Het resultaat was een vlakke partij waarin noch ik, noch mijn tegenstander een plan kon bedenken. Een kleurloze remise op de 21e zet was het resultaat.”

Peter met wit op bord 4. Op het bord kwam de Drakenvariant van de Siciliaan. Lang rokeren, Dd2, Le3: ruilen op g7 en h4 spelen. Zo had ik het in de middag ervoor op internet nog gezien. Doorstoten, even wat offeren en mat zetten op de h-liin, zoiets zou Fischer ooit gezegd hebben. Maar ja, hoe doe je dat? De computer geeft wel steeds voordeel, maar ik weet er niet doorheen te breken. In de onderstaande stelling was Pf5 een optie (gf5: dan Dg5). Wel gezien en overwogen, maar niet gedaan. (gf5: dan Dg5)

En later speel ik Dd3 (met e5 en Th5 in gedachten) terwijl de computer Pf4 groot voordeel geeft.

Een gewonnen pion moest ik toch weer inleveren en er ontstond een remise-achtige-stelling. Omdat toen de teamstand 4,5-2,5 was besloten we tot remise.

Eelko met zwart op bord 5: “1.d4 Nf6 2.Nc3 g6 3.Bf4 Bg7 4.Nb5 d6 5.e3 O-O 6.f3 Nbd7 7.g4 c5 8.h4 Qa5+ 9.c3 Nd5 10.dxc5 Nxf4 11.exf4 dxc5 12.Bc4 a6 13.Na3 Bxc3+ 14.bxc3 Qxc3+ 15.Kf2 Qxa3 16.Bd5 Rb8 17.h5 Nf6 18.hxg6 hxg6 19.Nh3 Qb2+ 20.Kg3 e6 21.Bb3 b5 22.Qd6 Bb7 23.Qxc5 Rbc8 24.Qg5 Bxf3 25.Nf2 Bxh1 26.Rxh1 Rc3+ 27.Kg2 Qxf2+ 28.Kxf2 Ne4+ 29.Ke2 Nxg5 30.fxg5 Rd8 31.Rf1 Rd4 32.Rf3 b4 0-1 Maar toch, de meeste interessante stelling is op zet 24 nadat wit Dc5-g5 speelde.

Ik sloeg hier met de loper de pion op f3. Een sterke zet, maar Eelco Naarding had nog een betere zet gezien. Ziet u die ook?

Bord 6 – Chris met wit. “Mijn tegenstander rokeerde niet en had al zijn stukken op een kluitje rond de koning staan. Pas op de 16e zet werd er een pion geslagen. Toen zwart op de 26e zet een toren weggaf, was het afgelopen.”

Bord 8 Hans met Pc3-wit. Hans probeerde nog een remise voorstel, maar dat werd afgeslagen

Hieronder staat de stand na deze ronde. Met 12 uit 6 ongeslagen bovenaan. Wij spelen nog tegen Spijkenisse en Fianchetto heeft Pascal als laatste tegenstander.  We hebben het in eigen hand.

En: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de pion terug in dezelfde doos”.

              PPPPPP

Weer een overwinning voor RSB-3. Met Prima Partijen met mooie Paard- en Pionzetten in Papendrecht tegen Pascal! Op een mooie dinsdagavond gaan we naar Papendrecht en zien ook veel van Rotterdam, want op de terugreis is de van Brienenoordbrug afgesloten en gaan met een omweg om Rotterdam terug, wel met een 5,5-2,5 overwinning mee in onze tas.

In het begin gaat het echter niet goed. Hans verliest snel. Yuri zorgt voor 1-1 maar daarna verliest ook Eelko zijn partij (zijn we niet van hem gewend!). 2-1 achter.  Zoran krijgt remise aangeboden, maar na enig overleg: doorspelen, we staan achter! En dan komen toch de punten te beginnen bij Simon ook langzamerhand binnendruppelen.

Op bord 1 speelt Zoran met wit tegen Arie Prins: “Om over deze partij iets te zeggen en een diagram te maken dan is het notitie papiertje van de partij van groot belang. Deze stukje papier ben ik vergeten of kwijtgeraakt. Ik heb een poging gedaan om de partij op te halen via mijn herinnering maar na de tiende zet is dat mislukt.  Het gaat om de Scandinavische opening met lichte aanvallen van beide kanten maar vooral een gevecht om de middelste velden. Zijn twee lopers hadden veel invloed op de veiligheid van mijn koning en ik moest goed opletten met wat zijn volgende zet zou kunnen zijn. Tegenover twee lopers van mijn tegenstander had ik twee Paarden die niet echt actief waren. Bij zet 25 kreeg ik een remise aangeboden maar deze werd (dankzij team kapitein) afgewezen.  Ik wist met mijn twee paarden de weg te hebben gevonden om een actief spel te voeren met mijn schaakstukken en dat leverde de winst op.” 

Op bord 2 speelt Bert met zwart: “” Bij de vorige wedstrijd (Messemaker 1847 – IJsselmonde/Barendrecht) mocht ik na een kwartier de stukken in het doosje doen, deze keer deed ik er drie uur langer over.  Aan het tweede bord probeerde ik met zwart spelend een Franse opening, maar volgens mij maakte mijn tegenstander er een fantasie-opening van: 1 e4, e6; 2 g3, mij volledig onbekend, maar het lijkt mij passief, Er volgde 2 …, c5; 3 Pc3, Pc6; 4 d3, Pf6; 5 f4, d6; 6 Pf3, e5; 7 Lg2, a6; 8 0-0, Le7; 9 a3.

Ik had a4 verwacht om mijn damevleugel vast te leggen, maar volgens de engine is dit ook een acceptabele zet. 9 …, b5; 10 fxe5, dxe5; 11 Lg5, Le6; ik had geen zin om een witte pion op d5 te krijgen na 12 Lxf6, Lxf6; 13 Pd5, en dan 13 … Le6;. De zwarte stelling heeft iets weg van de Rhino-opening. 12 Dd2, h6; 13 Lxf6, Lxf6; 14 Df2, Dd6; 15 Tad1, Pd4; 16 Pxd4?

Dit is fout. Tot nu toe was de stelling is evenwicht, maar door deze zet komt voor zwart de c-lijn open , waardoor nu ook de slechte samenwerking van de witte stukken aan het licht komt 17 Pd2?, de tweede fout, veel keus was er niet voor het witte paard, maar Pd5 toont meer perspectief dan Pe2 17 …, Tc8; 18 Pc1, Dc5; 19 Td2, Lg5; de rhino ontwaakt.

20 Te2, Le3; 21 Txe3, dxe3; 22 De2, Dxc2; ik heb nog gekeken naar 23 …, Lg4; maar dat levert niets op: 24 Lf3, Lxf3: 25 Dxf3, en dan alsnog 25 …, Dxc2 en ik heb mijn sterke loper tegen zijn gebonden witte loper geruild. 23 Dxe3, Dc5; dwingt tot dame ruil, waardoor de zwarte torens de aanvallende taak kunnen overnemen. 24 Kf2, Dxe3+; 25 Kxe3, Tc2; 26 Pe2, Txb2; 27 Ta1, 0-0; activeert de tweede toren. Overigens was 27 …,  Kd7 ook goed.  28 Lf3; Td8; 29 h4, Tb3; 30 Pc1, Tc3; 31 Le2, Tdc8; 32 Kd2, Tc2+; 33 Kd1

Alle witte stukken staan vast, zwart kan zijn koning naar voren brengen. 33 …, g6; 34 Lf3, Tf2; 35 Le2, Tg2; 36 a4, wanhoopspoging enig tegenspel te krijgen. 36 …,b4; 37 d4, b3; 38 d5, Tg1+; 39 Kd2, Tc2+; 40 Ke3, Tgxc1; 41 Txc1, Txc1; 42 dxe6, fxe6; 43 Lc4 en gelijktijdig opgegeven.

Op bord 3 speelt Simon met wit: De onderstaande stelling geeft een zeer vereenvoudigde weergave weer van de stand op het bord met wit aan zet. Alle 32 stukken staan nog op het bord en in die drukte zag de zwartspeler de zet Pb5: niet aankomen.

Daarna voert Simon langzamerhand de druk steeds verder op. Met als gevolg dat bijvoorbeeld Pb8 blijft bijna de hele partij op b8 staan. Er komt een mooie open e-lijn voor de torens en uiteindelijk geeft zwart op.

Op bord 4 speelt Peter met zwart: ”We spelen een gelijk opgaande strijd met wel veel spannende momenten in de partij. Onze achterste rij is b.v. steeds een bottleneck in combinaties. Na zijn g3 speel ik dan ook maar g6 om onze hartslag wat terug te brengen. Uiteindelijk win ik een pion met Ta4:.

Maar hoe win je deze partij? Want het liefst heb je de toren achter en vrijpion. Het leek me nog een hele klus. Maar dan speelt mijn tegenstander een zet met zijn Paard. Dit Paard heeft de hele wedstijd op f3 heeft gestaan en wil ook graag meedoen. Maar het gaat meteen fout!

Hij speelt Pd2 en dan volgt 35….;Td4 36 Pb3; Pe3; schaak 37 fe3: Td7: 38 Pa5; Td5 en de Pion op e5 wordt ook opgepeuzeld. Hij geeft daarom op.”

Op bord 5 speelt Eelko met wit: “In mijn partij liep het een keer niet zo lekker. Mijn tegenstander ontwikkelde langzaam. Ik had al mijn lichte stukken al in het spel gebracht, terwijl hij enkel nog stukken van de damevleugel dan gespeeld. Het kwam dan ook in mij op om mijn pijlen te richten op g7. Immers als alle stukken daar nog op z’n plek staan dan staat daar een toren geduldig te wachten tot mijn loper hem komt bezetten. Ik had dus wel gezien dat de zwarte dame op g2 een pionnetje kon pakken. Niet erg want na lange rokade is de g-lijn van mij, toch? Maar mijn rekenwerk liet me deze keer in de steek. De zwarte dame haalde de loper erbij. Oeps! Nu moest ik wel rigoureuze beslissingen nemen. Ik besloot mijn eigen dame te offeren. Ik had immers in het vooruitzicht om pion op g7 en toren op g8 te pakken?! En anders wel een drie lichte stukken. Helaas de zwart dame was genadeloos en liet mijn stukken dansen alsof het haar Pionnen waren. Hoe langer ik nadacht, hoe slechter mijn stelling werd. In deze partij heb ik geleerd meer respect te hebben voor de dame.”

Op bord 6 speelt Ruud met zwart: Er komt een eindspel op het bord met aan beide kanten een loper op de witte velden en een Pion meer voor Ruud. Dat lijkt op een winstpartij voor onze kant. Maar de witte Pionnen gaan allemaal op een zwart veld staan en zwart komt er niet doorheen: remise!  

Op bord 7 speelt Yuri met wit en hij is al snel klaar met een winstpartij. Details ontbreken vooralsnog

Op bord 8 speelt Hans met zwart: Mijn partij verdient niet de schoonheidsprijs van mijn kant”. Wel die van mijn tegenstander. 1 d4  Pf6 2 Pf3 g6 3 Pc3 Lg7 4 Lf4 d6 5 Dd3 b6 6 e4 La6 7 De3 Lxf1

Dat ziet er hoopgevend uit, lopers afgeruild en wit kan niet meer kort rokeren. Maar hij rokeerde lang. Mijn rokade gaat op de 9e zet. De rest van de partij was minder florissant voor mij zodat de zaak bij de 15e zet al kon worden opgegeven. Gelukkig deden de teamgenoten het beter zodat ik toch nog goed geslapen heb!”

Het slot van de avond is voor Bert. Hij speelt de langste partij en zijn Prachtige Pion op g3 kan dame gaan halen. Op de terugweg wordt al heel voorzichtig (en natuurlijk heel voorbarig) het woord ‘kampioen’ genoemd….En concurrent Onesimus is de volgende keer onze tegenstander.

En: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de Pion terug in dezelfde doos”.

RSB 3 extra (23-2)

Op bord 6 Yuri zijn partij. Hierbij zijn verhaal:

“Ik speelde met zwart tegen een tegenstander van vergelijkbaar niveau. Het werd een interessante partij die alle kanten op kon. 1. e4 c5 2. Nf3 e6 3. c3 d5 4. Bb5+ Bd7 5. Bxd7+ Nxd7 6. exd5 exd5 7. O-O Be7 8. d4 c4?!
Dit was mijn eerste praktische fout. Het “wint ruimte”, maar het zet ook de structuur vast en geeft wit makkelijke doelen en voorposten, en ik loop nu ook achter met rokeren.
9. Re1 Ngf6 10. Bg5? O-O 11. Nbd2 h6 12. Bh4 Re8 13. Ne5 Nxe5 14. Rxe5 Nd7?
Dit laat wit belangrijke materiaal-/structuurwinst behalen met Bxe7 en daarna Rxd5. Beter was 14…Ne4 of 14…Rd7 om controle te houden en niet toe te laten dat de toren domineert. Op dat moment leek het mij een keuze tussen een pion verliezen of mijn koning openbreken.
15. Bxe7! Rxe7 16. Rxd5 Qc7 17. Nf3 Rae8 Ik dacht dat er nog veel te spelen was, dus mikte ik op het verdubbelen van de torens op de e-lijn 18. Rh5?! b6 19. Qa4 Qd6?



Wit zou gewoon de pion op c4 moeten nemen; daarop had ik g5 + Qg6-dreiging voorbereid, maar ik zie nu dat het niet werkte. 20. Ne5 Qe6? Ik creëerde een “monster” van een e-lijn, maar de computer wilde hier 20… g6 met een klein voordeel voor zwart.
21. Qd1 g5?! Dit was riskant, maar ik dacht dat ik het moest proberen.
22. h3 Nxe5 23. dxe5 Qg6 24. f4 gxf4 25. Qg4? Wit helpt me: dit maakt een schone dameruil mogelijk. Sterker was om de dames op het bord te houden en druk te zetten met Qf3 of Qd4.
25… Qxg4 26. hxg4 Rxe5 27. Rxe5 Rxe5 28. Kf2 f5 29. gxf5 Rxf5 30. Kf3
Op dit punt realiseer ik me dat ik eigenlijk een pion voor sta, maar dat het waarschijnlijk theoretisch remise is (computer bevestigt dat later). 30… Kg7 31. Rg1 Kg6 32. Rd1 Kg5 33. b3?
Dit was het kantelpunt, zoals ik in de analyse na de partij ontdekte. 33… cxb3? (Winnende zet was 23…. Re5 onmiddellijk) 34. axb3 Re5
Rond dit moment raadpleegde ik onze teamcaptain en bood ik remise aan. Mijn tegenstander raadpleegde ook zijn captain en het remiseaanbod werd afgewezen. Achteraf bleken beide captains gelijk te hebben — ik stond een paar zetten later verloren.
35. Rd3 h5 36. c4 Re3+ 37. Rxe3 fxe3 38. Kxe3 Kg4 39. Kf2 Kf4



40. b4?? (-8.0) a5?? (+8.0) Dit was een blunder, maar geen van ons zag het. Zoals na de partij door een toeschouwer werd aangetoond, wint wit nu met het simpele 41. c5!. Maar mijn tegenstander zag het niet en daarna was het eigenlijk voorbij.
41. bxa5 bxa5 42. c5 Ke5 43. Ke2 Kd5 44. Kd2 Kxc5 45. Kc2 Kd4 46. Kd2 a4 47. g3 a3 48. Kc2 Ke3 0-1”

Partij Leslie Tjoo – Sjoerd Hubregtse

(Commentaar van Leslie Tjoo)

Interne competitie 10-03-2025

1. e4 c5 2. Pc3 g6 3. f4 Lg7 4. Pf3 Pc6 5. a3 !?

Een alternatief voor het meer gebruikelijke Lb5 of Lc4 in de Grand Prix aanval. Wit offert een pion voor actief spel en aanvalskansen.

5…. e6 6. b4 cxb4 7. axb4 Pxb4 8. La3 Db6 9. Pb5!?

Hier heb ik lang over nagedacht. Want na 9…. Lxa1 10. Lxb4  Lf6 is een scherpe en complexe stelling ontstaan die ik moeilijk kon doorgronden. Ik meende wel genoeg compensatie te hebben voor de geofferde kwaliteit en ergens ook eeuwig schaak te kunnen geven. Dus nam ik de gok, want wie niet waagt wie niet wint zeg ik maar. De computer stelt overigens dat het ongeveer gelijk staat en geeft meerdere ingewikkelde varianten met kansen voor beide partijen.

Zwart speelde echter

9….. Dc6 ?

Op het eerste gezicht lijkt dit een sterke zet omdat zowel c2 als e4 aangevallen staan. Maar na :

10. c3! 

moet zwart het paard geven voor 2 pionnen. In totaal heeft zwart dan 3 pionnen voor het stuk. In de partij blijkt dit door zijn ontwikkelingsachterstand echter niet voldoende. Verder dacht ik tijdens de partij dat 10. Lxb4 Dxe4+ 11. Le2 Dxb4 12. Pc7+ Kd8, 13.Pxa8 niet goed mogelijk was omdat het paard later verloren gaat. Maar de computer laat zien dat het wel kan want na 13    Lxa1 14. Dxa1 moet zwart 14… f6 spelen om de toren op h8 te beschermen. Daarna speelt wit 15. Dxa7. Zowel Sjoerd als ik hebben dit gemist.

10…… Dxe4+ 11. Kf2 Dxf4 12. Lxb4  Le5 13. g3 Df6 14. Ld6

De computer vindt 14.Pxa7 wat beter, maar mijn plan was om de loper ( het enige ontwikkelde stuk naast de dame) te ruilen om zwart zo weinig mogelijk gelegenheid tot tegenspel te geven. Dit was ook mijn strategie in het vervolg van de partij.

14…. Lxd6 15.Pxd6+ Ke7 16. Pxc8+ Txc8 17. Txa7 Ph6 18. Da4 Thd8 19. Db4+ Ke8 20.Txb7 Df5 21. h3 Dd5 22. Tb5 Da2 23. Ld3

Dit ziet er uit als een voor de hand liggende ontwikkelingszet en dat is het ook, maar er schuilt gelijktijdig een addertje onder het gras.

23…. Pf5 ? 24. Ta5

De dame blijkt opeens gevangen en Sjoerd hield het voor gezien.

1-0

SPROOKJE

(Peter Borg)

Er was eens een mooie stad in het midden van het Groene Hart. Daar woonden biermakers, pijpmakers, stroopwafelmakers, kaasmakers en ook messemakers. Het ging er rustig en vredig toe, maar…….op een pleintje naast een heel erg oud en mooi gebouw werd er zwaar en hard gestreden. Alleen op de zaterdag. Op 64 velden.

Met zelfs een paardoffer op g3.

Wandelaars, bezoekers en winkelend publiek speelden er een partijtje. Op een dag ontstonden er plots bij de bezoekers hele mooie stellingen op het pleintje. Een fee maakte er foto’s van. Een andere fee maakte er diagrammen van, onderaan.

De zwartspelers waren aan zet en ze wonnen de partij! Maar hoe?? Drie keer is zwart aan zet en hij/zij ging winnen. Wat waren dat voor schaakgiganten in dat stadje dat ze deze mooie combinaties vonden?Ze speelden de partij uit, gingen naar huis en leefden en schaakten daarna nog lang en gelukkig!

P.S. Helaas is de waarheid in sprookjes soms ver te zoeken. Ook in dit sprookje. In werkelijkheid kwamen twee schaakreuzen “langs”: Bobby Fischer (2 keer uit 1960) en Frank Marshall (van de Marshallvariant van het Spaans) uit 1912!

Twee keer slaan op e3 en dan een dameoffer

Twee keer slaan op b1 en dan een torenzet

Marshall zet de dame op een “onmogelijke” plek.