6 – 12

Het beloofde een spannend avondje te worden. Want de tegenstander Onesimus staat slechts 2 punten achter ons op de ranglijst. Het begon echter vredelievend, want Bert was al snel klaar met een remise.

De laatste partij gaf ook een remise, maar daar tussendoor allemaal winstpartijen met 4-2 in ons voordeel wat een eindstad van 5-3 oplevert.

Zoran op bord 1 met zwart. Jeroen geeft het volgende door: “Zoran miste in de onderstaande stelling TxPh4, en speelde a5. Pion a5 is ook goed, aangezien deze een vrije doorloop naar a1 heeft. De witte Toren is nodig voor de dekking van g3 en kan niet deze pion stoppen. Dat is natuurlijk ook een goed plan.

1… a5 2. Kxh3 a4 3. Pg2 a3 (ook hier stuk winst gemist TxLg6) 4. Pf4 a2 5. Tc1 Le5 (voor de 3de keer stukwinst gemist LxPf4 en TxLg6) 6. Lxh5 Tg7 7. Lg6;

] en zwart wint op de volgende zet 0-1”

Bert: “Spelend op het tweede bord kreeg ik Scandinavisch voorgeschoteld. Een opening die ik maar in de marge ken. Het ging allemaal goed; Fritz vond dat ik in de opening betere zetten had kunnen doen, maar mijn tegenstander liet ook steekjes vallen. Het resultaat was een vlakke partij waarin noch ik, noch mijn tegenstander een plan kon bedenken. Een kleurloze remise op de 21e zet was het resultaat.”

Peter met wit op bord 4. Op het bord kwam de Drakenvariant van de Siciliaan. Lang rokeren, Dd2, Le3: ruilen op g7 en h4 spelen. Zo had ik het in de middag ervoor op internet nog gezien. Doorstoten, even wat offeren en mat zetten op de h-liin, zoiets zou Fischer ooit gezegd hebben. Maar ja, hoe doe je dat? De computer geeft wel steeds voordeel, maar ik weet er niet doorheen te breken. In de onderstaande stelling was Pf5 een optie (gf5: dan Dg5). Wel gezien en overwogen, maar niet gedaan. (gf5: dan Dg5)

En later speel ik Dd3 (met e5 en Th5 in gedachten) terwijl de computer Pf4 groot voordeel geeft.

Een gewonnen pion moest ik toch weer inleveren en er ontstond een remise-achtige-stelling. Omdat toen de teamstand 4,5-2,5 was besloten we tot remise.

Eelko met zwart op bord 5: “1.d4 Nf6 2.Nc3 g6 3.Bf4 Bg7 4.Nb5 d6 5.e3 O-O 6.f3 Nbd7 7.g4 c5 8.h4 Qa5+ 9.c3 Nd5 10.dxc5 Nxf4 11.exf4 dxc5 12.Bc4 a6 13.Na3 Bxc3+ 14.bxc3 Qxc3+ 15.Kf2 Qxa3 16.Bd5 Rb8 17.h5 Nf6 18.hxg6 hxg6 19.Nh3 Qb2+ 20.Kg3 e6 21.Bb3 b5 22.Qd6 Bb7 23.Qxc5 Rbc8 24.Qg5 Bxf3 25.Nf2 Bxh1 26.Rxh1 Rc3+ 27.Kg2 Qxf2+ 28.Kxf2 Ne4+ 29.Ke2 Nxg5 30.fxg5 Rd8 31.Rf1 Rd4 32.Rf3 b4 0-1 Maar toch, de meeste interessante stelling is op zet 24 nadat wit Dc5-g5 speelde.

Ik sloeg hier met de loper de pion op f3. Een sterke zet, maar Eelco Naarding had nog een betere zet gezien. Ziet u die ook?

Bord 6 – Chris met wit. “Mijn tegenstander rokeerde niet en had al zijn stukken op een kluitje rond de koning staan. Pas op de 16e zet werd er een pion geslagen. Toen zwart op de 26e zet een toren weggaf, was het afgelopen.”

Bord 8 Hans met Pc3-wit. Hans probeerde nog een remise voorstel, maar dat werd afgeslagen

Hieronder staat de stand na deze ronde. Met 12 uit 6 ongeslagen bovenaan. Wij spelen nog tegen Spijkenisse en Fianchetto heeft Pascal als laatste tegenstander.  We hebben het in eigen hand.

En: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de pion terug in dezelfde doos”.

Kampioenskansen van RSB team-1 krimpen

(door Albert Segers)

De kampioenskansen van ons eerste RSB-team zijn flink gekrompen in Krimpen. Nu ook de uitslag van RSR Ivoren Toren binnen is, kunnen we beter zeggen dat de hoop van Auke is “verschrompeld” tot een nietig ashoopje. Er is de laatste weken wat zand in de motor geraakt van onze RSB teams. Het tweede team had een paar weken geleden ook al een totale OFF-day tegen Pascal waardoor ze geheel onnodig de koppositie verloren in klasse 2B. Alleen ons derde team weet zich aan deze malaise te onttrekken en ligt – met nog slechts één ronde te gaan – fier op ramkoers voor het kampioenschap: zij hebben alle zes wedstrijden gewonnen!

Na een vlotte heenreis naar Krimpen a/d IJssel kwamen we aan bij de speellocatie getiteld “De vrolijke vogelclub” oid. Nou ja, schakers zijn soms vreemde vogels en soms ook best wel vrolijk. We werden bij aankomst vriendelijk welkom geheten door onze clubgenoot Remko. Maar even later kwam de aap uit de mouw … Hij zou eerst WL zijn, maar viel op het laatste moment alsnog in voor Krimpen en dat hebben we geweten …

Het duurde vrij lang voordat er enige tekening in de wedstrijd kwam. Vrijwel alle stellingen leken, hoe interessant ze er ook uitzagen, gelijke kansen te bieden.

Guido (met zwart) wint als eerste zijn partij tegen ‘good old’ Joop Huijzer. Het was vrij origineel openingsspel van beide kanten, het ging lange tijd ook gelijk op, maar Guido kreeg op zet 25 toch een winnend initiatief op de damevleugel. En dat maakte hij overtuigend af.

Ikzelf (Albert) speelde met wit een moeizame partij. Ik heb eigenlijk geen moment het gevoel gehad dat ik ‘in control’ was. De opening was in dit kader ook bijzonder illustratief: wat begon als een Pirc/Modern ging via een Philidor over naar een hybride Italiaanse Spanjaard en mondde uit – geloof het of niet – in een onvervalste Konings-Indiër met de bekende wederzijdse aanval op de flanken. Dat laatste wilde ik eigenlijk vermijden (ik ben tenslotte geen 1.d4 speler) maar voelde me uiteindelijk toch gedwongen daartoe. De stelling bleef steeds wel oké voor wit, maar het ontbrak me dus aan een goed (consistent) plan. En op het kritieke moment dacht ik lang na over twee mogelijkheden en koos toen natuurlijk de verliezende zet. Maar zeker ook credits voor mijn tegenstander die het vlot en handig heeft gespeeld.

Scott moest het opnemen tegen clubgenoot Remko. Die had geen enkele schroom om Messemaker pijn te doen en speelde zoals gewoonlijk zijn scherpe tactische spel. Scott ging in op het pionoffer van Remko en stond toen volgens de comp wel iets beter, maar Remko had goede compensatie en Scott ging helaas al snel de fout in. Remko won niet allen de pionnen terug, maar had ook nog steeds de veel actievere stukken. Dit maakte Remko overtuigend en in stijl af.

Zodoende kwamen we dus op achterstand (1-2). Maar de stellingen van Peter, Kees en Jan beloofden de volle 3 punten. Auke stond in principe verloren, maar een remise van Rob (die op dat moment wel minder stond) zou ons alsnog aan de overwinning kunnen helpen.

Peter met wit bereikte geen echt voordeel vanuit de opening en in het middenspel (hij heeft volgens de comp ook enige tijd wat minder gestaan), maar wist uiteindelijk toch een “rotte kies” op c5 aan te boren. De druk werd flink opgevoerd en toen ging zijn tegenstander de fout in waardoor hij niet één maar twee pionnen ging verliezen. Dat was al snel onhoudbaar.

Kees (met zwart) speelt een bekende variant waarin hij twee pionnen offert, maar wit nog geen enkel stuk heeft ontwikkeld. Bij correct spel van wit zou dit een gelijkwaardige stelling opleveren, maar zijn tegenstander dacht én heel lang na én speelde het niet goed (wilde hij misschien te hardnekkig “de weerlegging” vinden?). Kees kwam uiteindelijk materiaal voor en had geen moeite om het punt binnen te halen.

Auke had het met zwart moeilijk tegen Diederick Casteleijn. Vanuit de opening kwam hij in de verdrukking op de damevleugel. Daar verloor hij veel tijd en toen switchte zijn tegenstander sterk naar de koningsvleugel met desastreuse gevolgen. Met een weliswaar onnodig maar zeer fraai stukoffer kreeg wit een onstuitbare aanval. Het mat was onafwendbaar en Auke gunde zijn tegenstander ook de uitvoering ervan.

Jan speelde met wit de opening niet optimaal en kwam licht in het nadeel. Maar nadat zijn
tegenstander iets te frivool met zijn torens omging, werden de bordjes fluks verhangen. Jan kreeg groot strategisch voordeel in het eindspel waar zijn tegenstander met lelijke structurele zwaktes te kampen had op de damevleugel. Dat leverde uiteindelijk twee pluspionnen op en dat maakte Jan vlot af.

Dit alles leverde dus een tussenstand van 4-3 in ons voordeel op. Alle ogen waren nu gericht op de partij van Rob, die opeens nog alle kanten op kon gaan.

Rob kwam met zwart best wel redelijk uit de opening, ondanks de – naar eigen zeggen – kreupele loper op b7. Maar op een gegeven moment kreeg wit toch wel behoorlijke druk op Rob’s koningsstelling. De stelling was echter enorm ingewikkeld en de kansen golfden op en neer en heen en weer. In wederzijdse tijdnood ontstond er een stelling waarin Rob twee lopers voor de toren had, maar wit beschikte over een geduchte pionnenwals op de koningsvleugel. Rob kreeg plotseling aanvalskansen over de witte velden, waardoor zijn loper dus van schlemiel de held werd! Helaas speelde Rob het niet optimaal (kan natuurlijk ook niet in tijdnood), hij kwam uiteindelijk wel een stuk voor maar toen werd de witte pionnenwals opeens onhoudbaar.

Zodoende eindigde dit bloedbad (‘no prisoners taken’) in een 4-4 gelijkspel. Voor Krimpen misschien ook onvoldoende, want die blijven in serieus degradatiegevaar.

Zo vlot als de heenreis verliep, zo langdurig was de thuisreis. De navi van Kees stuurde ons tientallen kilometers over smalle binnenweggetjes door uitgestrekte polders en het plassen/moerasgebied. Dit gevoel werd natuurlijk extra versterkt door het gegeven dat er drie nullen met Kees meereden …

Nu ook de uitslag van de concurrent RSR Ivoren Toren binnen is (winst op Erasmus), is het duidelijk dat we de kampioenstitel nu definitief kunnen afschrijven. Met nog één ronde te gaan en 2 matchpunten en 5 bordpunten achterstand is zelfs hopen niet realistisch meer. Heel jammer, twee ronden geleden zag het er nog zo rooskleurig uit!

Messemaker KNSB-team 1 gedegradeerd: hoe is het mogelijk?

(door Rob van de Walle)

Of moet de titel luiden: ‘Eerste kampioen in de 4 e klasse seizoen ’26 – ’27 bekend’?

Een half bordpunt te weinig om ons te handhaven: dat is de zure conclusie die we moesten trekken na de nederlaag van 4 ½ – 3 ½ ( de derde keer dat we deze uitslag maakten) tegen HWP Sas van Gent 2. We wisten aan het begin van het seizoen dat na het vertrek en afzeggen van enkele sterke spelers het moeilijker zou worden, maar dit was toch echt onnodig. De onverwachte nederlaag tegen (het toen op de laatste plaats staande) Goes in de vorige ronde, waar toen opeens van alles mis ging, heeft ons toch genekt.

Zeeuws-Vlaanderen, dat is toch een andere wereld. Waar we hier in het Westen het vaak moeten doen met rommelige buurthuizen met fanfarekorpsen in een belendende zaal en koffie uit een thermosfles, was Sluiskil een verademing. Veel parkeergelegenheid, een prachtige ruime speelzaal, een goede bar en analyseruimte. Ikzelf zag het helemaal zitten en zeker na een analyse van de ratings: dit moet lukken. Maar het liep anders.

Op bord 8 was Kees als eerste klaar. Kees liet toe dat de h-lijn open ging (zijn tegenstander had nog niet gerokeerd) en kreeg een aanval op zijn koning over zich heen. Na het verliezen van de h-pion was het snel voorbij.

Sjoerd op bord 1 kon spelen tegen de geïsoleerde d-pion van zijn tegenstander, maar overzag een trucje waardoor hij twee paarden tegen een toren won, maar ook nog een pion verloor waarbij zijn tegenstander zeer actieve torens had. Hij wist het nog net remise te houden.

Scott op bord 7 speelde een puike partij. Nimzo-Indisch waarbij een paard van zijn tegenstander op c3 belandde en gedekt moest worden met een pion op d4. Scott wist goed de druk erop te houden. Achteraf bleek het allemaal theorie te zijn geweest. Zijn tegenstander moest nauwkeurig spelen en vergaloppeerde zich toen hij zijn paard naar g4 speelde, terwijl zijn loper al op h3 stond. Scott maakte het keurig af. De stand was weer gelijk.

Ondertussen zag het er op de andere borden niet goed uit. Zoals gewoonlijk dit seizoen, stond Auke goed, maar Peter had een dode remisestelling (daar had ik toch op een vol punt
gerekend), Erik stond vanaf de opening al slecht en Jan overzag een standaard truc in een stelling waarbij (ook alweer) zijn tegenstander een geïsoleerde d-pion had: paard op e5, dame op e2, toren op e1 en dan slaan met het paard op f7. Bernard had een gelijke stelling. Hierdoor zag het er al met al slecht uit.

Ondertussen was Auke klaar. Hij had de afwikkeling van het middenspel beter beoordeeld dan zijn tegenstander en kwam in een D+2T eindspel waarbij hij met zijn torens op de 7 e rij kwam, twee pionnen won en uiteindelijk kon kiezen op welke manier hij de genadeklap ging uitdelen.

Jan had zich herpakt en wist van nog van niets iets te maken en leek zelfs te kunnen winnen. Bij het bord staande zagen we allemaal niet hoe wit zich nog kon redden, maar de witspeler vond de enige zet die niet verloor en slaagde erin de dames te ruilen, waarna het uit was.

Erik kwam uit de opening verkrampt te staan met twee passieve lopers en een kreupel paard. Hij offerde een pion op de damevleugel om ruimte te krijgen, waar zijn tegenstander niet op in ging, zodat hij daar niets bereikte. Toen offerde hij een paard tegen 2 centrumpionnen om zich te bevrijden, maar afgezien van dat zijn tegenstander een open koningsstelling had, waren er weinig aanknopingspunten. Toch leek Erik er nog iets van te kunnen maken, dreigde met twee verbonden vrijpionnen, maar zijn tegenstander verdedigde goed en trok de partij uiteindelijk naar zich toe. Als niet-spelend teamlid leer je nog wat over je collega’s: dat handschrift van Erik. Totaal onleesbaar! Moest ik elke keer omlopen om te zien wat zijn tegenstander had genoteerd om de partij goed te kunnen volgen.

Bleven over de partijen van Peter en Bernard. Peter kreeg Hollands tegen zich waarbij zwart er eerst in slaagde e5 te spelen en daarna ook zijn zwakke d-pion te ruilen. De stelling was helemaal dood. Achteraf bleek er voor Peter nog iets in gezeten te hebben:

Ome Fritz geeft een fantastische variant vanuit deze stelling: 1.Pe6 Txd2 2.Txd2 Da5 3.Lxg7+ Kg8 4.b4 Dxb4 5.Td4, waarna zwart het beste voortzet met 5…Te8 6.Txb4 Pxb4 met een waardering van +0.80. Tja dat moet je ook maar zien.

Peter probeerde er in het eindspel nog iets van te maken, maar zijn tegenstander verdedigde goed, waardoor het remise werd.

En dan bleef, met de stand 4-3 nog de partij van Bernard over. De dames waren er in de opening al afgegaan en er ontstond een eindspel waarbij Bernard een 2-1 meerderheid op de damevleugel had, maar de koning en paard van zijn tegenstander waren daar succesvol aan het rommelen. Er was niets van te maken en Bernard moest berusten in remise. De degradatie was een feit. En dan moet je nog twee uur terug in de auto hè.

Promotiedromen blijven dromen

(door Wibo Bourguignon)

De promotiedromen van RSB-2 zijn vervlogen na een onverwacht verlies tegen Pascal 1. Vooraf wisten we wel dat dit een geduchte tegenstander was, maar met 6-2 verliezen, dat had niemand verwacht. Veel teamgenoten deelden in de malaise: tweemaal werd pardoes een stuk weggegeven, in een mooie combinatie werd een penning over het hoofd gezien met stukverlies tot gevolg en in weer een andere partij werd door een moment van schaakblindheid een direct winnend schaak niet gezien. Alleen Rob wist al vrij snel zijn partij te winnen en zag daarna al deze malaise voorbij komen.

Onze directe concurrent WSW Internos 1 wist met moeite een gelijkspel te behalen, waardoor zij nu 1 matchpunt vóór staan op ons. Maar er liggen meer kapers op de loer zoals de stand na 5 ronden laat zien.

Onderstaand enkele verslagen van de beslissende momenten in de partijen.

Bord 4: Jeroen

Ik speelde tegen dezelfde tegenstander, Melvin Holwijn, waar Ivar afgelopen zaterdag in de KNSB-competitie tegen speelde. Met wit kwam geweigerd Damegambiet Charousek-variant op het bord. Op zich een rustige variant. Na de ruil van alle lichte stukken kreeg ik een iets actievere stelling, en miste ik al een eenvoudige pionwinst. Het voordeel verdween hierna, maar mijn 31e zet krijgt 3 vraagtekens: 31.Te5-e4??

Helemaal gemist dat Txg3+ dreigt. En het is meteen uit, -4.87. Ik speelde nog wel door, maar werd op zet 40 mat gezet.

Bord 5: Eelco

In een weinig inspirerende partij ruilde mijn tegenstander elk stuk af wat hij kon, zelfs als hij een pion kon winnen, of er een paard terug moest naar b1. In een gelijk eindspel kreeg ik dan uiteindelijk toch nog een kans:

Het paard op e1 zit nu serieus in de problemen, en kan ingesloten gaan worden. Stockfish geeft geen definitieve winst, maar houdt dit op -2 na 39. .. Ke4 . Ik had dit plan ook opgevat, maar dacht dat ik beter eerst met pion 39. ..e4 en dan 40. ..Bd1 het paard kon vastzetten. Maar na 39. .. e4 40. Nc2 Bd3 41. Nd4+ was het paard toch ontsnapt. Oeps, remise.

Bord 8: Wibo

Mijn tegenstander speelde iets te verdedigend waardoor hij 2 tempo’s verloor en ik een mooie aanvalstelling kon opbouwen. Na 20 zetten stond deze stelling op het bord, alles staat klaar voor de beslissende aanval.

Ik speelde 21. Lxd5 waarna volgde 21…cxd5 22. Pxd5 Lc8.

Hier miste ik helaas 23.Pf6+!, dat zou de partij direct beslissen. Ik dacht dat de dame kon terugnemen….. een gevalletje van schaakblindheid. Ik speelde 23.Pf4. Een paar zetten later werd het remise door noodzakelijke zettenherhaling.

Overdracht van de rode lantaarn na duur verlies tegen concurrent

(door Bernard Evengroen)

28 maart 2026 was een datum waar ik al even naartoe leefde. Dit seizoen is niet lekker gestart. Maar we leken als team in vorm te komen. Waar we in 2025 2 MP uit 5 wedstrijden hadden gescoord, waren er in 2026 al 3 MP in 2 wedstrijden. Nipte uitslagen die telkens de verkeerde kant op vielen, zorgden voor een zorgelijk groot degradatiespook rond de jaarwisseling.

Gelukkig zat half maart 2026 de sfeer er weer goed in. We hadden veerkracht getoond en van hele slechte papieren, was de strijd onderin en in de middenmoot van klasse 3E ongekend spannend. De top is sindsdien ongewijzigd en uitgelopen van de rest, maar de rest ontloopt elkaar niet veel. Door de goede resultaten in 2026 was de hoop en het vertrouwen op een winst tegen de hekkensluiter groot.

Hoewel het een thuiswedstrijd betrof, werd het startschot eerder in Goes geopend. Peter Scheeren speelde vooruit tegen Sven Stange. Dat eindigde in een gelijkspel. De overige 7 spelers van beide teams traden in Gouda tegen elkaar aan.

Ikzelf mocht achter de zwarte stukken van bord 7 plaatsnemen tegen Joey van de Braak. Hij verraste me op zet 2. Precies zijn bedoeling gaf hij aan. Maar door mijn antwoord werd hijzelf ook aan het denken gezet. Wat volgde was een stelling met veel stukken op het bord, waarin de witte koning onhandig in het midden bleef. Het lukte om verschillende dreigingen op te bouwen en uiteindelijk sloeg dat door.

Na het analyseren van mijn partij zag ik dat Auke ook gewonnen had. In het langslopen had ik een paar keer een stelling gezien, waar ik niet veel van begrijp. Maar Auke bleek zijn vorm van de laatste tijd vast te houden door zijn overwinning.

Op dat moment was de voorsprong met 2,5 – 0,5 royaal, maar een kort rondje langs de velden leerde anders. Rob stond op het eerste bord goed, maar de overige borden zagen er niet goed uit. In gesprek met Auke besprak ik hoopvol wie er voor de matchpunt(en) nog een resultaat konden halen.

Kees (bord 8) was een kwaliteit achter gekomen en zijn tegenstander had deze teruggegeven voor een toreneindspel met een pion meer. We hoopten dat er misschien daar een halfje vandaan kon komen. Dat bleek een illusie, want zijn tegenstander Luuk maakte het eindspel nauwkeurig af.

Dan was er Sjoerd (bord 6) die vorige wedstrijd een pionneneindspel tegen 2200+ won, zou hij dat trucje nog een keer uit kunnen halen, nu hij weer 2200+ tegenover zich kreeg? Winnen ging in ieder geval niet, want hij stond duidelijk minder. Ook dit eindspel was akelig nauwkeurig uitgeteld vanuit de Goese zijde.

Ook Jan (bord 5) had een eindspel met minder pionnen gekregen. Aangezien het een eindspel betrof met beide een toren en loper, had ik de hoop dat inclusief het offeren van een loper alle pionnen zouden verdwijnen. Ook dit bleek een illusie, want er verdwenen pionnen, maar alleen van zwart.

Toen ging het opeens hard, want met op papier een voorsprong in de tussenstand, waren de zo nodige matchpunten opeens heel ver weg.

Van de partij van Scott (bord 3) heb ik niet veel gevolgd, maar ook hij noteerde een nul. Ik waande me opeens weer in 2025, toen ook alles slecht uitviel.

Met een definitief verlies voor het team, vocht Rob (bord 2) nog door. Hij schrijft zelf over zijn partij het volgende:

Ik kreeg een Trompowski op het bord wat mijn tegenstander nogal merkwaardig behandelde. Ik rokeerde lang en speelde op een koningsaanval, maar objectief gezien was dat wat te langzaam. Mijn tegenstander probeerde er op de damevleugel wat van te maken, wat jammerlijk mislukte en ik twee gezonde pionnen won. Daarna ontstond een lange manoeuvreerpartij waarbij mijn tegenstander activiteit probeerde te krijgen en ik dat steeds voorkwam en probeerde stukken te ruilen. Hij moest steeds de goede zet zien te vinden en maakte uiteindelijk een fout waardoor ik een stuk zou winnen, waarop hij opgaf.

Dat bracht de eindstand op een 3,5 – 4,5 verlies tegen Goes, die ons daarbij op de ranglijst passeert. Hoewel we nu zelf laatste staan, staan plek 5 tot en met 10 nog steeds relatief dicht op elkaar. Er is de laatste ronde dus nog van alles mogelijk.

Tijd om de veerkracht die we met de jaarovergang hebben laten zien opnieuw te tonen. Dat mag al op 11 april tegen Sas van Gent. We hebben twee weken om onze focus daarop te leggen. Als tegen die tijd dit verlies nog te gevoelig ligt, is het mogelijk om over Antwerpen te rijden, maar dat laat ik aan de chauffeurs van dan.

Messemaker KNSB-team 2 – Charlois 3: Zware laatste ronde

(door Eelco Naarding)

Voorafgaand aan deze laatste ronde (27 maart 2026) waren we redelijk zeker dat we niet meer konden degraderen. Nadat we dit seizoen begonnen met twee nederlagen, was dit toch al goed nieuws! Er komt een extra klasse bij, dus is alles wat onduidelijk, maar we stonden er met onze derde plek vrij goed voor. In theorie konden we zelfs nog kampioen worden. Maar dan had SHTV 2 wel moeten verliezen van Moira-Domtoren 4, en ze wonnen daar met 7.5-0.5. Helaas.

Ik had bedacht dat Frans, die al veel vaker zwart had gespeeld dit seizoen, op bord twee met wit zou gaan spelen met goede hoop een alvast een eerste punt. Nu kwam de tegenstander met 7 man opdagen, en lieten ze precies bord twee open! Waarvoor ze nog hun excuses aanboden, maar hun risico op degradatie met de een-na-laatste plek was te groot om ons van te voren in te lichten. Helaas voor Frans werd hij dus verwezen naar het aanmoedigende publiek, maar we hadden alvast wel het eerste punt, 1-0.

Derek was wat optimistisch in zijn koningsaanval en verloor een centrumpion. Zijn tegenstander dacht dat er meer te halen was, en pakte ook een kwaliteit met een paardvork op f2. Maar dit was een blunder. Na Txf2 Lxf2 had Derek Lh6 met matdreiging, en na de enige verdedigende zet Df6 werd de dame ingesloten met Lg5, met dank aan de witte pion op f5. Zijn tegenstander gaf op, 2-0.

Simons partij ging verloren, en Jonathan en Ivar eindigden allebei in gelijkspel. Nu was het dus 3-2.

Ik was als zesde klaar. Mijn tegenstander offerde een pion in het Frans, op een wat dubieuze manier. Ik heb dit eerder op het bord gehad, en wist in elk geval ongeveer wat mijn plannen waren.

In deze stelling kon ik precies op tijd 11. .. f6 spelen, waarna het paard na 12. h5 op e5 kan slaan. Wit kan op g6 slaan en de pionstructuur verslechteren, maar na de partijvoortzetting 12. Lxg6 hxg6 13. Dd3 Pxe5 14. Pxe5 fxe5 15. Txe5 Tf5 heb ik nog steeds een (inmiddels verbonden vrij-)pion meer en is de witte aanval voorbij. Mijn (overigens zeer sympathieke) tegenstander had volgens de computer nog een kans om gelijk te maken op zet 17, maar dit was niet makkelijk te zien. De definitieve fout kwam in deze stelling na 20. .. Dxg5:

21. Pxd5? e4! Wit had al geen goede opties meer, maar dit kost een vol stuk. Na nog een paar zetten gaf wit op. Nu was het dus 4-2, maar op de beide overgebleven borden zag het er moeizaam uit.

Frank, die op bord 1 een sterke tegenstander had, heeft daarover het volgende te zeggen:

Over mijn partij kan ik kort zijn. Ik speelde met zwart  en in de Hollandse opening speelde ik al snel mijn paard naar een verkeerd veld en stond direct druk. Ik verdedigde veel te passief. Pas op zet 27 kwam ik voor het eerst met een stuk op de vierde rij. Ik kwam er de gehele partij dus niet aan te pas. Een terechte en kansloze nederlaag van mij dus.

En dan Nick:

Helaas niet het einde waar ik op had gehoopt in de KNSB dit seizoen, de partij ging lange tijd gelijk op, maar ik moest uiteindelijk toch mijn meerdere erkennen in de tegenstander. De partij begon met 1. e4 c5 2. Pf3 Pc6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 d6. D6 kwam bij mij vrij passief over, dat gevoel had ik gedurende grote gedeelte van de opening, na 11 zetten was dit de stelling:

    Hier was ik vrij tevreden met mijn stelling, al was het natuurlijk nog nagenoeg gelijk, de partij ging verder met: 11. Df3 Ld7 12. Pde2 Pa5. En deze zet was vrij vervelend, helaas kon ik de witte loper niet gemakkelijk meer op het bord houden, ik had toch ergens a3 moeten spelen zodat ik mijn witte loper kon behouden. In deze stelling heb ik lang getwijfeld of ik moest gaan voor f5, maar ik besloot eerst voor 13.Dg3 te gaan, gevolgd door 13…Pxb3 14.cxb3. Lc6 15.Tac1, tactisch is de e4 pion nu beschermd:

    15… Pxe4 gaat niet vanwege Pxe4 en de loper kan niet bewegen omdat deze gepend staat, en 15…..Lxe4 16. Pxe4 Pxe4 17. Txc7 Pxg3 18. Pxg3 is simpelweg een veel betere stelling voor wit met de toren op de 7e rij en een stuk voor een pion. Echter, het feit dat een zet een pion tactisch verdedigt betekent nog niet direct dat het een goede zet is. De partij ging verder met 15. .. Da5 16. e5 Pe4 17. Dg4 Pxc3. In deze fase van de partij ging het van gelijk naar beter voor zwart, zoals eerder aangegeven twijfelde ik lange tijd om e5 of f5 te spelen, en ik besloot uiteindelijk om e5 te spelen, dit was de verkeerde zet, f5 was de juiste keuze. Ik zag: 16. f5 Pxe4 17. Pxe4 Lxe4. In deze stelling zag ik niet veel positiefs voor wit, maar ik had één zet over het hoofd gezien: 18.f6. Uiteraard! Wit dreigt mat en tegelijkertijd wordt de loper aangevallen, de enige optie is dan 18…Lxf6, maar vanwege de penning van de g pion kan wit simpelweg 19.Txf6 spelen en zo een loper voor komen.

    De partij ging verder met: 18. Txc3 dxe5 19. f5 exf5 20. Dxf5 Dd5 21. Dh3 f5. Hier was het meeste venijn inmiddels uit mijn aanval en helaas weinig mogelijkheid om er echt door te breken, ik probeerde nog een wanhoopspoging met 22.Lh6 in de hoop nog iets kunnen forceren met Tg3, maar dit werd vrij hopeloos na: 22…. f4 23. Td3 Dc5+, 24. Kh1 gxh6 25.Dxh6 Kh8 26. Th3 Le4. De rest van de partij was vrij hopeloos heen en weer schuiven van mijn onderdelen, tot ik op zet 28 ook nog Dh5 speelde:

    Na een aantal zetten uitstel van executie gaf ik op zet 36 op.

    Einduitslag, een zwaar bevochten 4-4. Daarna gingen we gezellig samen met het eerste team, dat ook thuis speelde, eten bij de Kaasbar. De kaasfondue was uitstekend!

    In de eindstand zijn we toch knap derde geworden. We hebben van de twee koplopers verloren, dus dan zit er niet meer in. Al met al een seizoen om als team trots op te zijn!

                  PPPPPP

    Weer een overwinning voor RSB-3. Met Prima Partijen met mooie Paard- en Pionzetten in Papendrecht tegen Pascal! Op een mooie dinsdagavond gaan we naar Papendrecht en zien ook veel van Rotterdam, want op de terugreis is de van Brienenoordbrug afgesloten en gaan met een omweg om Rotterdam terug, wel met een 5,5-2,5 overwinning mee in onze tas.

    In het begin gaat het echter niet goed. Hans verliest snel. Yuri zorgt voor 1-1 maar daarna verliest ook Eelko zijn partij (zijn we niet van hem gewend!). 2-1 achter.  Zoran krijgt remise aangeboden, maar na enig overleg: doorspelen, we staan achter! En dan komen toch de punten te beginnen bij Simon ook langzamerhand binnendruppelen.

    Op bord 1 speelt Zoran met wit tegen Arie Prins: “Om over deze partij iets te zeggen en een diagram te maken dan is het notitie papiertje van de partij van groot belang. Deze stukje papier ben ik vergeten of kwijtgeraakt. Ik heb een poging gedaan om de partij op te halen via mijn herinnering maar na de tiende zet is dat mislukt.  Het gaat om de Scandinavische opening met lichte aanvallen van beide kanten maar vooral een gevecht om de middelste velden. Zijn twee lopers hadden veel invloed op de veiligheid van mijn koning en ik moest goed opletten met wat zijn volgende zet zou kunnen zijn. Tegenover twee lopers van mijn tegenstander had ik twee Paarden die niet echt actief waren. Bij zet 25 kreeg ik een remise aangeboden maar deze werd (dankzij team kapitein) afgewezen.  Ik wist met mijn twee paarden de weg te hebben gevonden om een actief spel te voeren met mijn schaakstukken en dat leverde de winst op.” 

    Op bord 2 speelt Bert met zwart: “” Bij de vorige wedstrijd (Messemaker 1847 – IJsselmonde/Barendrecht) mocht ik na een kwartier de stukken in het doosje doen, deze keer deed ik er drie uur langer over.  Aan het tweede bord probeerde ik met zwart spelend een Franse opening, maar volgens mij maakte mijn tegenstander er een fantasie-opening van: 1 e4, e6; 2 g3, mij volledig onbekend, maar het lijkt mij passief, Er volgde 2 …, c5; 3 Pc3, Pc6; 4 d3, Pf6; 5 f4, d6; 6 Pf3, e5; 7 Lg2, a6; 8 0-0, Le7; 9 a3.

    Ik had a4 verwacht om mijn damevleugel vast te leggen, maar volgens de engine is dit ook een acceptabele zet. 9 …, b5; 10 fxe5, dxe5; 11 Lg5, Le6; ik had geen zin om een witte pion op d5 te krijgen na 12 Lxf6, Lxf6; 13 Pd5, en dan 13 … Le6;. De zwarte stelling heeft iets weg van de Rhino-opening. 12 Dd2, h6; 13 Lxf6, Lxf6; 14 Df2, Dd6; 15 Tad1, Pd4; 16 Pxd4?

    Dit is fout. Tot nu toe was de stelling is evenwicht, maar door deze zet komt voor zwart de c-lijn open , waardoor nu ook de slechte samenwerking van de witte stukken aan het licht komt 17 Pd2?, de tweede fout, veel keus was er niet voor het witte paard, maar Pd5 toont meer perspectief dan Pe2 17 …, Tc8; 18 Pc1, Dc5; 19 Td2, Lg5; de rhino ontwaakt.

    20 Te2, Le3; 21 Txe3, dxe3; 22 De2, Dxc2; ik heb nog gekeken naar 23 …, Lg4; maar dat levert niets op: 24 Lf3, Lxf3: 25 Dxf3, en dan alsnog 25 …, Dxc2 en ik heb mijn sterke loper tegen zijn gebonden witte loper geruild. 23 Dxe3, Dc5; dwingt tot dame ruil, waardoor de zwarte torens de aanvallende taak kunnen overnemen. 24 Kf2, Dxe3+; 25 Kxe3, Tc2; 26 Pe2, Txb2; 27 Ta1, 0-0; activeert de tweede toren. Overigens was 27 …,  Kd7 ook goed.  28 Lf3; Td8; 29 h4, Tb3; 30 Pc1, Tc3; 31 Le2, Tdc8; 32 Kd2, Tc2+; 33 Kd1

    Alle witte stukken staan vast, zwart kan zijn koning naar voren brengen. 33 …, g6; 34 Lf3, Tf2; 35 Le2, Tg2; 36 a4, wanhoopspoging enig tegenspel te krijgen. 36 …,b4; 37 d4, b3; 38 d5, Tg1+; 39 Kd2, Tc2+; 40 Ke3, Tgxc1; 41 Txc1, Txc1; 42 dxe6, fxe6; 43 Lc4 en gelijktijdig opgegeven.

    Op bord 3 speelt Simon met wit: De onderstaande stelling geeft een zeer vereenvoudigde weergave weer van de stand op het bord met wit aan zet. Alle 32 stukken staan nog op het bord en in die drukte zag de zwartspeler de zet Pb5: niet aankomen.

    Daarna voert Simon langzamerhand de druk steeds verder op. Met als gevolg dat bijvoorbeeld Pb8 blijft bijna de hele partij op b8 staan. Er komt een mooie open e-lijn voor de torens en uiteindelijk geeft zwart op.

    Op bord 4 speelt Peter met zwart: ”We spelen een gelijk opgaande strijd met wel veel spannende momenten in de partij. Onze achterste rij is b.v. steeds een bottleneck in combinaties. Na zijn g3 speel ik dan ook maar g6 om onze hartslag wat terug te brengen. Uiteindelijk win ik een pion met Ta4:.

    Maar hoe win je deze partij? Want het liefst heb je de toren achter en vrijpion. Het leek me nog een hele klus. Maar dan speelt mijn tegenstander een zet met zijn Paard. Dit Paard heeft de hele wedstijd op f3 heeft gestaan en wil ook graag meedoen. Maar het gaat meteen fout!

    Hij speelt Pd2 en dan volgt 35….;Td4 36 Pb3; Pe3; schaak 37 fe3: Td7: 38 Pa5; Td5 en de Pion op e5 wordt ook opgepeuzeld. Hij geeft daarom op.”

    Op bord 5 speelt Eelko met wit: “In mijn partij liep het een keer niet zo lekker. Mijn tegenstander ontwikkelde langzaam. Ik had al mijn lichte stukken al in het spel gebracht, terwijl hij enkel nog stukken van de damevleugel dan gespeeld. Het kwam dan ook in mij op om mijn pijlen te richten op g7. Immers als alle stukken daar nog op z’n plek staan dan staat daar een toren geduldig te wachten tot mijn loper hem komt bezetten. Ik had dus wel gezien dat de zwarte dame op g2 een pionnetje kon pakken. Niet erg want na lange rokade is de g-lijn van mij, toch? Maar mijn rekenwerk liet me deze keer in de steek. De zwarte dame haalde de loper erbij. Oeps! Nu moest ik wel rigoureuze beslissingen nemen. Ik besloot mijn eigen dame te offeren. Ik had immers in het vooruitzicht om pion op g7 en toren op g8 te pakken?! En anders wel een drie lichte stukken. Helaas de zwart dame was genadeloos en liet mijn stukken dansen alsof het haar Pionnen waren. Hoe langer ik nadacht, hoe slechter mijn stelling werd. In deze partij heb ik geleerd meer respect te hebben voor de dame.”

    Op bord 6 speelt Ruud met zwart: Er komt een eindspel op het bord met aan beide kanten een loper op de witte velden en een Pion meer voor Ruud. Dat lijkt op een winstpartij voor onze kant. Maar de witte Pionnen gaan allemaal op een zwart veld staan en zwart komt er niet doorheen: remise!  

    Op bord 7 speelt Yuri met wit en hij is al snel klaar met een winstpartij. Details ontbreken vooralsnog

    Op bord 8 speelt Hans met zwart: Mijn partij verdient niet de schoonheidsprijs van mijn kant”. Wel die van mijn tegenstander. 1 d4  Pf6 2 Pf3 g6 3 Pc3 Lg7 4 Lf4 d6 5 Dd3 b6 6 e4 La6 7 De3 Lxf1

    Dat ziet er hoopgevend uit, lopers afgeruild en wit kan niet meer kort rokeren. Maar hij rokeerde lang. Mijn rokade gaat op de 9e zet. De rest van de partij was minder florissant voor mij zodat de zaak bij de 15e zet al kon worden opgegeven. Gelukkig deden de teamgenoten het beter zodat ik toch nog goed geslapen heb!”

    Het slot van de avond is voor Bert. Hij speelt de langste partij en zijn Prachtige Pion op g3 kan dame gaan halen. Op de terugweg wordt al heel voorzichtig (en natuurlijk heel voorbarig) het woord ‘kampioen’ genoemd….En concurrent Onesimus is de volgende keer onze tegenstander.

    En: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de Pion terug in dezelfde doos”.

    Dino battle Messemaker RSB team-1 tegen RSR Ivoren Toren

    (door Albert Segers)

    Op maandagavond 23 maart ging de strijd om de koppositie in de RSB Hoofdklasse. Iets voor 20:00 uur waren alle combattanten gearriveerd en begon de zaal langzaam maar zeker op Jurassic park te lijken! We weten natuurlijk dat het Messemaker team de nodige “gerijpte spelers” telt, maar RSR deed er weinig voor onder: ook 5 spelers van rond de 60 jaar of ouder. Toch leuk om te zien dat de spelers van mijn generatie nog steeds vol passie voor ons mooie schaakspel de strijd aangaan op de 64 velden. Voor mijzelf was het een aangenaam weerzien met oude bekenden in de Rotterdamse competities van zeer vele jaren terug. Ik ben een jaar of zeven ouder dan hen maar ik kwam Wim Koster, Rob van
    der Plas en Harold van Dijk al vaak tegen in het persoonlijk kampioenschap van Rotterdam en het Fokker toernooi. Ja, de beroemde Nederlandse vliegtuigbouwer sponsorde vele jaren een prachtig toernooi in Papendrecht waar het een nevenvestiging had. Dat is al meer dan 30 jaar verleden tijd! Meestal kon ik alleen op gepaste afstand toekijken hoe anderen dan om de koppositie streden. En hoe een Harold van Dijk, Wim Koster, Rob van der Plas en andere Rotterdamse coryfeeën zoals John van Baarle, Gert Timmerman en Ron Hofman met de titel aan de haal gingen. Maar één keer had ik ook mijn moment van glorie: rond het jaar 1990 werd ik gedeeld eerste in het Fokker toernooi, wat toen ook gold als het kampioenschap van de RSB. Harold van Dijk ging aan kop met 6 uit 6, maar verloor in de laatste (7 e ) ronde van mijn clubgenoot bij Overschie Johan Quist. Zelf won ik van een
    andere favoriet en zodoende eindigden Harold, Johan en ik als gedeeld eerste met 6 uit 7. Een moment om nooit te vergeten (nou dat is gelukt blijkbaar ��).

    Excuses voor deze persoonlijke ‘sweet memories’, terug naar de wedstrijd!

    Er was natuurlijk een reden dat RSR een aantal oude kanonnen van stal haalde. Wim Koster (2125) en Rob van der Plas (2141) zijn niet meer zo actief de laatste jaren, maar kwamen nu hun team versterken want er staat tenslotte een RSB-kampioenschap op het spel! Beide teams waren sterk opgekomen en de gemiddelde rating ontliep elkaar niet veel: 2082 voor Messemaker tegen 2072 voor RSR. Een spannende wedstrijd lag in het verschiet en de schijn bedroog niet deze keer.

    Halverwege de wedstrijd stond Messemaker 1 punt voor. Sjoerd won met wit een lekkere pot, zijn tegenstander liet op zet 15 een vrij standaard combinatie toe die een pion plus betere stelling opleverde. Kees speelde remise, naar eigen zeggen speelde hij met wit niet optimaal tegen de Moderne verdediging van zijn tegenstander en was er niet veel meer te halen voor beide partijen. Scott verloor helaas van Wim Koster. Hij speelde weer een prima partij, kwam met zwart iets beter te staan, maar na ietwat opportunistisch spel van Wim overzag hij dat zijn loper opeens ingesloten werd. Dat was meteen fataal. Maar Auke compenseerde dit verlies door met wit een bizarre pot te spelen tegen een jeugdspeler
    van 14 jaar met een rating van 2165 (!). Auke is noodgedwongen een autodidact, hij begon – net als ik veel te laat – pas op 16-jarige leeftijd met schaken. Zijn tegenstander daarentegen zit in een talentenprogramma van de bond. En dan krijg je kortsluiting, in dit geval in het hoofd van zijn tegenstander. Die speelt namelijk volgens gezonde principes, krijgt en grijpt de kans om het centrum te beheersen, en staat duidelijk beter. Auke gooit hierna alles naar voren op de koningsvleugel, zie het volgende diagram na de zet 20.Ph4?!

    Een leuk plaatje, dat zondermeer, maar wat dreigt wit nu eigenlijk? Zijn tegenstander speelde nu de zeer verleidelijke en logisch uitziende zet 20…. Pce5 (alle batterijen op de witte koning), maar dat kost een stuk na 21.Pxe5 (21.Lxb7 wint trouwens ook) Lxg2 22.Pxg2! want na 22…Pxe5 23.Lf4 is de penning dodelijk. Hierna probeerde de zwartspeler natuurlijk nog een bres te slaan, maar werd door Auke tactisch netjes opgebracht.
    Dus één punt voor en de overige vier partijen staan min of meer gelijk tot beter voor Messemaker. Dus dat zag er zeer rooskleurig uit. Maar zoals zo vaak keerden toen de kansen. Albert wikkelt zijn droomstelling verkeerd af: hij wint een pion maar laat ook tegenspel toe en het loopt uit op remise. Peter stond lange tijd beter, wikkelt af naar een remise vesting maar laat Harold toch binnenkomen en verliest. Jan heeft een winnende aanval, maar mist de beslissende zet en moet in remise berusten. Zodoende komt het aan op de laatste partij van Guido met zwart tegen Mark Beijen.

    Guido heeft de hele partij iets minder gestaan, maar bereikt een toreneindspel wat houdbaar is. Maar daarna gaat het door één onnauwkeurigheid toch mis. Zijn tegenstander heeft een gevaarlijke vrijpion die gewoon niet meer te stoppen valt. Zodoende valt het doek voor Messemaker en verliezen we met 3,5-4,5.

    Conclusies: Leeftijd speelt een rol. In de vijf partijen waarbij het leeftijdsverschil meer dan 10 jaar was, scoren de jonkies 3,5 uit 5 en de dino’s 1,5 uit 5.

    RSR heeft nu de koppositie overgenomen. Messemaker volgt op één matchpunt en veel minder bordpunten. Maar met nog twee ronden te gaan geven we de moed nog zeker niet op!


    RSB-BEKER – Halve finale tegen Krimpen a/d IJssel

    (Door Auke Wilming)

    Maandagavond speelde het RSB-bekerteam de halve finale in en tegen Krimpen a/d IJssel. Er is dit jaar geen sprake van een vast bekerteam, en Guido was alweer de 8e speler van Messemaker in de beker dit seizoen. Wij waren in de voorgaande 8 partijen nog ongeslagen, maar Krimpen leek vooraf de ratingfavoriet. 

    Na een uur gespeeld te hebben leek Guido op bord 4 met zwart een min of meer evenwichtige stelling bereikt te hebben. Jan had een complexe Siciliaanse stelling op het bord en ik schatte in dat zijn witte stelling goede kansen bood op winst. Ik ging op bord 2 met zwart direct een eindspel in (of een middenspel zonder dames), dat altijd iets beter voor wit zou moeten zijn. Scotts tegenstander had geen zin om zijn geïsoleerde damepion te verdedigen en gaf hem simpelweg op. Scott stond dus een pion voor en de waardering van de engine weerspiegelde dat: +1. Al met al hadden we op de witte borden dus goede winstkansen en leken de zwarte borden nog weinig gevaar te lopen.

    Kort hierna keerden de kansen: Scott wilde g4 gevolgd door Dc1 spelen, en dacht toen: waarom niet eerst Dc1?! Zijn tegenstander was enigszins van slag door deze zet, want zwart kan nu heel eenvoudig een pion én een kwaliteit winnen. Scott had dat natuurlijk ook gezien, maar zoals dat soms gaat,  zag hij door alle variaties het bos (of bord) niet meer. Met een kwaliteit en weinig stukken op het bord leek dit een lastig verhaal te worden. 

    Ik was uit mijn zwarte schild gekropen en had een eindspel van toren en loper tegen een toren en paard afgedwongen, wat achter het bord als een klein plusje voelde. Met de manoeuvre Tc8-c4-a4 kon ik bovendien de witte stukken bezighouden met het verdedigen van de a2-pion. 

    Jans tegenstander had een pion geofferd en leek daar wat initiatief voor terug te krijgen. Al snel was daar niet veel van over, en de extra pion was bovendien een vrije a-pion! Op Guidos bord werd veel geruild en toen wit zijn kans miste op groot voordeel met een intermezzo leek het daar op remise af te stevenen. Scott wist het zijn tegenstander nog heel lastig te maken en dreigde ook een pionnetje te winnen, maar met nog 3 minuten op de klok wist wit zijn h-pion langs de hulpeloze g-pionnen te schuiven, en moest Scott opgeven.

    Even later werd de vrede bij Guido inderdaad getekend en hadden we dus 1.5 punt nodig op 2 en 3 om tot snelschaken te komen. Jan wist de dames te ruilen en zwart wist daarna niet echt weerstand te bieden tegen Jans eenvoudige plan: a4-a5-a6-a7-Tb8. 

    Ik zag de constructie a7-tb8 vanaf de zijkant en dacht dat zwart nu elk moment op zou geven. 10 minuten later keek ik weer eens opzij en tot mijn grote verbazing waren ze nog bezig en hadden ze beiden één toren en één loper. Toen ik nog eens goed keek snapte ik hoe dat kon: Jan had ook nog een dame. Met een dame minder probeerde zwart het gek genoeg nog best lang, maar dat mocht natuurlijk niet baten. 

    Terwijl Jan de a pion aan het schuiven was, zocht ik een manier om voortgang te boeken. Daarbij gaf ik wit de kans om mijn loper en koning te immobiliseren, wat volgens de engine een winnende lijn was. Ik en ongetwijfeld ook mijn tegenstander zagen deze mogelijkheid, maar wij schatten het allebei verkeerd in. Zodoende kwam ik goed weg, en in de scrimmage onder de 5 minuten stond ik duidelijk beter. Mijn tegenstander ging all-in met een stukoffer, gevolgd door een kwaliteitsoffer, wat leidde tot 2 vrijpionnen op e6 en d5. Met de extra toren kon ik de pionnen ternauwernood stoppen en dus zijn we weer eens bekerfinalist!

    De finale spelen we tegen de winnaar van de andere halve finale, die pas op 11 april gespeeld wordt. Zowel tegen Dordrecht als tegen RSR Ivoren Toren zal het een spannende finale worden!

    RSB-team 2 ruikt kampioenschap na ruime overwinning

    (door Wibo Bourguignon)

    Ons RSB-team 2 staat, nadat nu alle wedstrijden zijn gespeeld/ingehaald, na 4 ronden aan kop in de 2e klasse. De uitwedstrijd tegen 3-Torens 1 werd met ruime cijfers gewonnen (½ – 7½). Medekoploper WSV Internos 1 staat op gelijke hoogte, maar heeft 2½ bordpunt minder. Het wedstrijdprogramma van beide teams is vergelijkbaar. Doel is nu blijven winnen en zoveel mogelijk bordpunten te vergaren. Onderstaand de partijverslagen.

    Bord 1: Bernard

    In mijn partij kwam ik wat onhandig uit de opening en gaf een pion weg. De compensatie die ik hiervoor had was een sterke loper en een wat onhandige pionnenstructuur voor mijn tegenstander. Ik baalde omdat ik het winnen van die pion gewoon volledig had gemist. Door de onhandige pionnenstructuur van mijn tegenstander, kon ik wel vrij eenvoudig goede velden vinden voor al mijn stukken.  Door het vinden van goede velden, werkte een bepaalde tactiek uit onderstaande diagram, waarmee de partij eindigde.

    Stelling na d6xc5

    Hoewel meerdere zetten in deze stelling winnen. (Dxc8 Txc8 Td8 bijvoorbeeld). Deed ik Pe7, die mijn tegenstander pakte. Hij had gemist dat Dxc8 mat is. 

    Bord 2: Jeroen

    Met zwart speelde ik de “Nimzo-Indian Defense: Bishop Attack, Classical, Botvinnik System”. Na wat geschuifel dacht ik op voordeel te komen, maar dat bleek echter niet zo te zijn. De gehele partij is de waardering niet boven of onder de -0,5 tot +0,7 geweest. We hebben zojuist de dames geruild op b2: Stand na de 27ste zet van wit: 27. Lxb2 met remiseaanbod.

    Mijn tegenstander had nog minder dan 4 min en ik ruim 20,  ik twijfelde of ik toch nog door kon spelen, maar dat leek mij ook niet zo moeilijk voor wit. 27. .. g6 (+0.60) of 27…gxf6 (+0.34) is helemaal niks. Ik dacht ook na over 27…Pb5, (+0.65) maar dat is ook niet de oplossing. Ook andere zetten maakt het niet moeilijk voor wit. Ik koos dus eieren voor mijn geld en nam het remiseaanbod aan, hiermee was de 0,5-4,5 winst voor het team binnen. Ps: Rokers hebben het niet makkelijk tegenwoordig, en naast het buiten roken was de ingang ook nog eens gesloten. Na als een malle op de bel gerukt te hebben werd ik toch nog weer binnen gelaten.

    Bord 3: Rob

    Mijn tegenstander speelde de opening goed en in het vroege middenspel stond het gelijk. Alleen: ik had een plan, hij niet. Ik kon een glad lopende minoriteitsaanval opzetten die mij een pion opleverde en een actieve toren op de 7e rij en een uitstekend paard, terwijl zijn stukken passief stonden. De computer gaf mij +2. En toen dacht ik een superieur zetje te spelen, wat een enorme blunder was: ik moest mijn paard voor een pion geven en een eindspel ingaan van T+L+3pi tegen T+5pi. Maar ook hier speelde mijn tegenstander planoloog, zodat ik met mijn verbonden vrijpionnen kon oprukken. Hij moest zijn loper teruggeven waarna ik de partij gemakkelijk kon afmaken.

    Bord 4: Frank

    In mijn partij ging ik in een Boedpester in de aanval waarbij de toren van a8 snel op h6 stond. De druk op de koningsstelling van wit leek groter dan hij in werkelijkheid was, Mijn tegenstander gaf een pion om onder de druk uit te komen. De druk werd daardoor echter alleen maar groter.  

    Stelling na 22.Dxe4 

    Ik had hiervoor niet de beste voortzetting gespeeld, maar het staat volgens de engine al -2,3. Hier is 22.., Lxh3 aangewezen. Ik speelde echter 22…, Lf5 23.De3 Dg6 24.Tdc3 Lxh3 25.Pg3 Ld7 . De witte stelling komt open te liggen:

    Even later, na 26.Dxb6 Le5 27.Txc6 Lxc6 28.Lxe5, …

    Hier geeft de engine aan: 28.., Th1+ 29: Kxh1 Lxg2+ met damewinst. Ik speelde 28…; De6 29.Lf4 Dd5 30.f3. De witte stelling is niet te houden en na 45 zetten gaf mijn tegenstander op. 

    Bord 5: Eelco

    Het is ook weleens fijn als je degene bent die meer weet van de opening dan je tegenstander! Dit gebeurt me niet vaak, maar ik moest nu op zet 19 voor het eerst echt nadenken, om te kiezen tussen twee winnende opties. Mijn tegenstander speelde het de eerste 16 zetten prima, maar daarna ging hij de mist in. Dit was na anderhalf uur de stelling na zet 23:

    Ik had een paar minuten nodig om de snelste winst te vinden, maar dit moet de lezer ook lukken 🙂 Meestal ben ik juist als een van de laatsten klaar, nu als eerste al.

    Bord 6: Nick

    Mijn partij begon met 1.c4 c6 2.Pc3 d5 3.d4 Pf6 4.Pf3 e6, de Semi-Slavische verdediging. Een aantal zetten later speelde mijn tegenstander 8.Db3, waarvan ik het vermoeden had dat het niet de beste zet was in de stelling, met een sterke loper op d3 zou wit de aanval juist moeten zoeken aan mijn koningszijde.

    De partij ging verder met 8….Pbd7, 9. Ld2 dxc4, 10. Lxc4 e5 en 11.Lxf7+. Ik twijfelde hier of ik moest pakken, wat overigens de beste optie was, of 11…Kh8, ik besloot uiteindelijk te gaan voor 11…Kh8 met het idee om de open f lijn te gebruiken voor een aanval. De partij ging verder met 12. Lc4 exd4, 13. Pxd4. Ik had hier verwacht dat mijn tegenstander met de e pion terug zou slaan, omdat het paard een belangrijk verdedigend stuk is in de stelling van wit, daar wist ik dan ook gelijk gebruik van te maken door 13…Pc5 14.Dc2 Lxh2+. Een mooi offer van de loper.

    De beste optie voor wit is om het offer te accepteren, mijn tegenstander besloot 15.Kh1 te spelen, wat gevolgd werd door 15…Pg4, de stelling is hier al compleet verloren voor wit, er kwam nog wel een mooi vervolg: 16.g3 Dg5 17.Kg2 Pxf2 18.Txf2 Dxg3+ 19. Kh1 Txf2. Een aantal mooie offers en wederom een overwinning in de RSB.

    Bord 7: Ivar

    Ik had een gelijk eindspel, het had remise horen te zijn, maar zoals al vaker, was mijn tegenstander te enthousiast.

    Bord 8: Wibo

    Mijn tegenstander opende met wit zeer verdedigend, maar wist gaandeweg een flinke koningsaanval op te bouwen. Na 27 zetten stond onderstaande stelling op het bord.

    Mijn koning stond helemaal ingesloten, maar hoe nu verder? Mijn tegenstander had eerder verzuimd de stelling open te breken en nu waren er geen goede aanknopingspunten meer. Ook Fritz komt niet met goede aanvalsplannen. Dat gaf mij de mogelijkheid om zelf op de damevleugel de aanval te openen. Ik wist met de b-pion door te breken en 10 zetten later was dit de stelling met groot voordeel voor zwart.

    Mijn tegenstander speelde nog bijna 30 zetten door, maar gaf op toen ik een pion kon promoveren tot dame.