Maandag 29 juni vond in het BDC de finale van de RSB-bekercompetitie plaats. De wedstrijd werd gespeeld op live-borden en geleid door de RSB-wedstrijdleiders Angelique en André van de Graaf. Na een spannende strijd wist Dordrecht de wedstrijd nipt te winnen (2,5-1,5) en kon dat team de wisselbeker dus mee naar huis nemen. Een verslag van de wedstrijd is te vinden op de website van S.C. Dordrecht. Een verslag van de Messemaker-teamleider volgt nog. Hieronder een aantal foto’s van dit evenement (met dank aan Zoran Zekusic).
We hebben de finale van de RSB-beker gehaald. Tegenstander is Dordrecht. In seizoen 2022-2023 speelden Messemaker 1847 en Dordrecht ook de finale en werd toen te Dordrecht gespeeld. Nu spelen we deze finale thuis te Gouda op 29 juni a.s.
Dordrecht zal nog goede herinneringen hebben aan het afgelopen KNSB-seizoen, waar beide teams van Messemaker in Gouda genadeloos zijn afgestraft:
“Afstraffing van Messemaker in KNSB-competitie: Op 01-11-25 kregen beide KNSB-teams een afstraffing te slikken tegen Dordrecht. Team 1 verloor met 1.5-6.5 en team 2 met 3-5.Wij hebben dan nog goede herinneringen aan de finale RSB Beker seizoen 22-23 te Dordrecht..”
De RSB-wedstrijdleiding maakt het mogelijk om de wedstrijden op live borden te spelen en uit te zenden op het internet, klik hiervoor naar een van de links op de RSB-website.
Gespeeld op 01-06-2026 tijdens de thuiswedstrijd van 2e RSB-team tegen Onesimus 3.
door Jeroen Eijgelaar
Wit: Jeroen Eijgelaar Zwart: Ab Willeboordse
Met wit had ik speciaal mijn T-shirt met de Engelse vlag uit de kast gehaald, en uiteraard kwam het Engels op het bord. English Opening: Carls-Bremen System
Na wat ongelukkige zetten in de opening van mijn tegenstander ging de waardering steeds verder oplopen tot zelfs +5.0.
Op zet 25 dacht ik op beslissend voordeel te komen. Inmiddels sta ik al een pion voor.
Stand na 24. … – Ta8-b8; Hier sta ik geweldig, alles ontwikkeld en zwart staat gedrongen.
Hier dacht ik na over Te7 (+4,41) en Lh3 (+3,93) om pion d7 onder vuur te nemen. Als ik niks zou doen, dan volgt 25. ?? – LxLg2; 26. KxLg2 – Pxc5; 27. DxPc5-DxPb6; Dit wilde ik uiteraard voorkomen.
Na lang nadenken zag ik plots – althans in mijn ogen – 25. Pxd7! En uit! En de Schoonheidsprijs.
Al is dit (+1,85) niet zo geweldig als ik achter het bord had bedacht. Na 25. … – DxPd7 (wat anders?); 26. Te7 was het plan om daarna of 27. LxLb7 te slaan of pion 27. d7 te spelen.
Hier stopt het voor de schoonheidsprijs. Het vervolg is een beetje jammer.
Na een aantal mindere zetten moest ik daarna nog blij zijn met remise, waar 27. d7! (+3.74) bij het oorspronkelijk plan blijven, en ook 28. Dc4 (+1.50) betere zetten waren.
Na een spannende competitie is ons RSB Team 2 net geen kampioen geworden. Op de avond dat onze concurrent (de uiteindelijke kampioen) speelde, hield Jeroen onze hoop nog lang levend met een fake, live verslag van deze wedstrijd via onze teamapp. Erg grappig, we stonken er allemaal in. In de eindstand hebben we 1 matchpoint minder, maar meer bordpunten. Het verlies met 4,5-3,5 tegen WSV in de 1 e ronde blijkt achteraf doorslaggevend te zijn geweest.
Onderstaand enkele partijverslagen. Zeker de partij van Nick kende een spannend einde.
Bord 1: Bernard Er kwam een London met Pc3 op het bord. Mijn tegenstander dacht met dat paard via a4 een sterk veld op c5 te bezetten. Ik kon echter genoeg verdedigers op de been brengen, zodat dit voor mij een pion won. De stelling die overbleef was zeer comfortabel. Het voordeel van 1 pion kon ik uitbreiden naar 2 en later 3 pionnen. Dat was voldoende voor de overwinning.
Bord 3: Eelco Hier een Engels: English Opening: Neo-Catalan. Mijn tegenstander speelde de opening niet heel ambitieus. Ik mocht mijn centrum-pionnen vooruitschuiven, en had veel ruimte. Wit kreeg daar niet veel voor terug. Stelling na 26. f3? :
De witte stukken staan niet ideaal, en dit maakt een groot gat op e3. Na 26. … Da5 kan wit de pion op a4 niet houden, en ik dreig met de dame via e1 en e3 binnen te komen. Een paar zetten later viel alles uit elkaar na 35. Kf2:
Het paard op e4 lijkt gedekt, maar na beide manieren van terugslaan gaat het fout. 35. … Lxe4 36.dxe4 (36.Bxe4? Nd1+ ) 36… Pxc4 37. Db3 Pxa3 38. Dxa3 c4 39. Db2 c3 40. Dc2 d3.
Wit kan nu niks beginnen tegen de vrijpionnen op de c en d lijn. Ik maakte het voor mezelf moeilijker dan nodig door eerst d2 te spelen i.p.v. c2, maar de winst kwam gelukkig niet in gevaar.
Bord 6: Jeroen Met wit had ik speciaal mijn T-shirt met de Engelse vlag uit de kast gehaald, en uiteraard kwam het Engels op het bord. Na wat ongelukkige zetten in de opening van mijn tegenstander ging de waardering steeds verder oplopen tot zelfs +5.0. Op zet 26 dacht ik op beslissend voordeel te komen. Inmiddels sta ik al een pion voor:
Stand na 24. … – Ta8-b8. Hier sta ik geweldig, alles ontwikkeld en zwart staat gedrongen. Hier dacht ik na over 25.Te7 (+4,41) en 25.Lh3 (+3,76) om pion d7 onder vuur te nemen. Als ik niks zou doen, dan volgt 25. …Lxg2 26. Kxg2 Pxc5 27. Dxc5 Dxb6. Dat wilde ik uiteraard voorkomen. Na lang nadenken zag ik plots – althans in mijn ogen – 25. Pxd7! En uit! Al is dit nog +1,85 is het nietgeweldig wat ik dacht. Na 25. … Dxd7 26. Te7 was het plan om daarna of Lxb7 te slaan of de pion naar d7 te spelen. Na een aantal mindere zetten moest ik daarna nog blij zijn met remise: 26…Df5 27. LxLb7? Pxc5 28. Lc6? Pe6 29. Txe6 Dxe6 30. De5 Txb2 31. Dxb2 Dxd6 32. Dc2 met remise. Waar 27. d7! (+3.74) bij het oorspronkelijk plan blijven, en ook 28. Dc4 (+1.50), betere zetten waren.
Bord 7: Nick Mijn tegenstander speelde met wit een variant van de Caro-Kann die ik niet zo vaak speel, namelijk: 1.e4 c6 2. Pf3 d5 3. exd5 cxd5 4. Lb5+ Ld7 5. Lxd7+ Pxd7. De witte lopers direct van het bord, normaliter een van de zwaktes in de Caro-Kann voor zwart, dus niet geheel onverrassend staat zwart direct al ietsje beter (-0.30). Met wat suboptimaal spel van mijn kant was dit echter alleen op papier het geval. Tot zet 16 waar mijn tegenstander c3-c4 speelde in deze stelling:
Dit verliest simpelweg een pion na 16…dxc4 17.Pdxc4 Dxd4. 18.Td1 werkt dan niet vanwege Dxe5!! waar zwart uiteindelijk met correct spel beter uit de strijd komt. Echter, mijn tegenstander besloot om 18.De3 te spelen i.p.v. 18.Td1, ook niet de beste zet, maar enkel gunstig voor zwart als je 18….Txc4 ziet. Deze zet heb ik wel overwogen, maar na Pxc4, Dxc4 en Dxa7 twijfelde ik over de sterkte van de zet. Mijn keuze uiteindelijk: 18…Dxe3, een misser volgens de computer. Ik zag mijn kansen in het eindspel omdat ik een pion voor stond, en actieve toren kreeg op de 2e rij, maar de voorsprong is slechts -0.71. Na heel wat geschuif en een poging van ons ieder om de partij over de streep te trekken kwam ik in een verliezende stelling terecht:
De laatste zet die ik hier speelde was Te1, ik overwoog eerst om a3 te spelen, maar toen zag ik een ongelofelijke zet van mijn tegenstander… namelijk Ta7! Het paard op e6 dekt g7, mijn toren op a8 kan de 8ste rij nooit verlaten, een prachtige zet! Overigens, na a3 is er ook Tcc7, waar een mat in 3 volgt. Ik speelde met Te1 dus nog een van de betere zetten, maar de stelling is al compleet verloren, omdat ook na Te1 de zet Ta7 mogelijk is. Hetzelfde idee, ik kan de toren nooit pakken op a7, en na een zet als Te8 volgt Pf4, Pd4 en Tcc7. De torenbatterij op de 7e lijn is te sterk en mijn koning te zwak. Ik had te veel tegenspel van mijn tegenstander toegelaten in de jacht naar een winst, gelukkig pakte mijn tegenstander na Te1 op c2 en werden de paarden van het bord gehaald, wat volgde waren een heleboel torenzetten in een gelijkwaardig eindspel. Remise.
Bord 8: Wibo Met wit kreeg ik de Pirc voorgeschoteld. Mijn tegenstander speelde dit vrij verdedigend zodat ik na 10 zetten een fijne, actieve stelling had. Vervolgens speelde hij 11…, Kd8 waarmee hij zijn rokade opgaf. Na afruil van de dames had ik het initiatief aan mijn zijde en kon ik druk zetten op zijn stelling (pion d5):
Hier speelde hij 19…,Tac8?? waarna hij na mijn 20.g4 direct een stuk verloor. Hij speelde nog 20 zetten door, maar ik speelde de partij verder foutloos uit.
Het is al laat op de avond. De stand is 2,5-3,5. We hebben nog minimaal een half punt nodig en dan opeens! Een klap op het bord: Yury zet zijn tegenstander pardoes MAT. We hebben 4,5 punt en we zijn KAMPIOEN!
We zijn op bezoek bij Spijkenisse. Deze club ontvangt ons hartelijk in een prachtige ambiance. Verschillende ruimtes in de bibliotheek, met een aparte zaal voor competitiewedstrijden. En een parkeergarage naast de deur. Het doel is gelijkspel of winnen, in beide gevallen blijven we koploper. Het werd uiteindelijk 2,5-5,5 maar het was wel op het eind nagelbijtend spannend.
De koude cijfers hierboven geven de resultaten weer maar niet de emoties. Na de stand 2,5-3.5 speelden Peter en Yuri nog hun wedstrijd om minimaalnet het halve punt binnen te halen. Beiden staan er niet al te best voor. Ze hebben beiden hun eigen verhaal maar Yuri gaat mat zetten! Daarna wint Peter zowaar zijn partij ook nog. Toch nog een ruime winst maar door het oog van de naald.
Zo komen we tot de volgende eindstand door 7 keer winst:
Eelko en Simon zijn samen topscores in klasse 4A en Bert staat daar op een gedeelde derde plek. Onze puntenpakkers!
Zoran krijgt wel zijn paarden in het spel maar het leverde geen winst op. Simon kreeg een remiseaanbod maar beantwoorde dat door de partij gewoon te winnen. Iets met een vrijpion. Chris kwam al snel in een T-L eindspel met gelijk aantal pionnen. Geen van beide kon doorbreken, dus remise.
Het verhaal van Bert: “Ondanks filevorming en dubieuze aanwijzingen van mijn navigatiesysteem kwamen wij op tijd aan bij de speelzaal van Schaakvereniging Spijkenisse. Spelend met zwart op het tweede bord kwam er een Siciliaanse opening op het bord: 1e4, c5; 2. Pf3, Pc6; 3. c3, e5; 4. d4; cxd4; 5. cxd4, exd4; 6. Pxd4, Lc5; 7. Pxc6, Ik vond deze zet twijfelachtig, omdat zwart nu van de geïsoleerde d-pion af is 7. ….bxc6; 8. Lc4, Pe7?Dit is fout: 9. Lxf7+, Kxf7; 10. Dh5+ en 11. Dxc5. 9. 0-0, 0-0; 10. Pc3, Dc7; 11. Df3, Pg6; 12. Dh5, De5; 13. Dxe5, Pxe5; 14. Lb3, La6; 15. Te1, Pd3; 16. Tf1, Pe5; zwart is niet uit op herhaling van zetten, maar op enige tijdwinst 17. Te1, Pg4; 18. Le3, Pxe3; 19. fxe3
in deze stelling heeft wit nu een ongedekte dubbelpion en zwart het loperpaar, maar hij moet wel uitkijken voor de open f-lijn en de loper op c4. Maar zolang de loper op a6 staat, is er nog geen acute dreiging. 19 … Tfe8; 20. Tad1, Tad8; 21. Lc2, Kf8; om aanvallen over de f-lijn te voorkomen 22. Ld3, Lb7; 23. a3, a5; 24. Kf2? waarom moet de koning nu al oprukken terwijl wit in zijn bewegingsvrijheid beperkt is? 24. …, d5; 25. Kf3, d4; 26. exd4, Lxd4; 27. Td2, Td6; 28. Pe2?, dit is natuurlijk de bedoeling van de vorige zet, maar is tevens de beslissende fout
28. …, Tf6+; 29. Kg4, 29. Pg4 was minder slecht, maar na 29. …, g5 is het ook afgelopen. De witte koning staat in het open veld, bedreigd door twee torens en het loperpaar. 29. …, Lc8+; 30. Kg5, Le3+ en 0-1 want 31. Kh5, Td5+; 32. Kh4; Lf2+; 33. g3, Th6 en mat.”
Peter wit aan bord 5: Deze wedstrijd viel precies in onze vakantie (agendafoutje) maar toch vanuit ons vakantieadres In Renesse naar Spijkenisse getogen. Marianne, mijn vrouw, kon zo een stille getuige zijn van deze bijzondere avond! Mijn tegenstander dacht erg lang na, een uur over de eerst 12 zetten! Maar hij had het in het middenspel wel beter gezien. Na mijn d4 kom ik slechter te staan en verlies een pion.
Het wordt nog erger door het verlies van een kwaliteit (-3). Wat nu? We staan voor met 2,5-3,5. Maar ik zie niet precies hoe Yury ervoor staat. Het lijkt me voor hem geen gemakkelijke winststelling. Dus doorspelen maar. Mede vanwege de tijdnood van mijn tegenstander. Ik probeer te dreigen op de koningsvleugel met D, P, L en pi. Hij doet het allemaal goed tot mijn zet 32 Lf6.
Ik hoop op gf6: en eeuwig schaak, maar hij speelt 32…Le6, dan volgt 33 Dg5 g6 34 Dh6 en met nog twee seconden op de klok geeft hij op. Hij had 32…e3 moeten spelen met dreiging op f2. Intussen had Yury zijn beslissende slag al geslagen en mij restte nog om sorry te zeggen tegen mijn tegenstander.
Yury aan bord 7 met wit: “Met de stand in de wedstrijd op 3,5 punt voor Messemaker waren alleen de partijen van Peter Borg en mij nog bezig. Een gelijkspel in de match was genoeg voor het kampioenschap, maar op dat moment zag het er op beide borden niet bepaald rooskleurig uit. In mijn partij had ik met wit een torenoffer aangenomen dat achteraf zeer gevaarlijk bleek: zwart kreeg actief spel, een sterke vrijpion en aanvalskansen tegen mijn koning. Toch draaide de partij nog volledig om – en uiteindelijk viel de beslissing met mat op de andere vleugel. De partij begon als een Vierpaardenspel met Schotse structuur:
Yury Petrachenko – Klaas Mol, bord 7 1 e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Pc3 Pf6 4. d4 exd4 5. Pxd4 Lb4 6. Pxc6 bxc6 7. Ld3 d6 8. h3 O-O 9. O-O h6 10. Pe2 Te8 11. c3 Lc5 12. b4 Lb6 13. Pg3 a6 14. Df3 d5 15. exd5 cxd5 16. c4 dxc4 Hier kwam het eerste kritieke moment. Zwart liet de toren op a8 in staan, maar het aannemen daarvan bleek veel riskanter dan het op het eerste gezicht leek. Stelling na 16…dxc4 – het moment waarop de toren op a8 “in de aanbieding” kwam:
Ik speelde: Dxa8 Dxd3 Materieel leek dit aantrekkelijk, maar zwart kreeg compensatie: mijn loper op d3 verdween, mijn dame stond ver weg op a8 en zwart kreeg actieve stukken richting mijn koning. De partij ging verder: 18 Kh2 Ld4 19. Le3 Lxa1 20. Txa1 Pd5 21. Lc5 c3 22. b5 c2 23. Tc1 Dd1 24. La3 Dd3 25. Dc6 Te6 26. Dc5 axb5 Zwart koos ervoor om vooral op de sterke vrijpion op c2 te spelen. Achteraf bleek dat zwart waarschijnlijk gevaarlijker kon spelen door sneller mijn koning open te breken, bijvoorbeeld met ideeën rond …Lxe3! in plaats van puur materieel en de c-pion te volgen. Tijdens de partij voelde het alsof ik vooral aan het overleven was: mijn toren stond gebonden aan de c-lijn en de zwarte dame en toren waren actief. Toch ontstond er ineens een tactische kans aan de andere kant van het bord: 27 Df8+ Kh7 28. Lb2 Dit was het beslissende moment. Zwart had al zijn aandacht op de vrijpion en de damevleugel gericht en miste de matdreiging op de koningsvleugel.
Hans aan bord 8 met zwart geeft door: “De partij aan het 8-e bord verliep aanvankelijk niet slecht voor hekkensluiter Krol met zwart. De opening was Weens. Waarbij beide spelers beiden lang rokeerden bij zet 11. Het offensief lag hierna bij zwart dat tot een interessante stelling leidde. Helaas maakte zwart een beslissende blunder en met 1 stuk achterstand moest ik mijn tegenstander feliciteren. Gelukkig konden wij als team wel de winst noteren!”
Aan het eind opluchting en blijdschap: het is gelukt, kampioen. Zoran regelt daarna nog de teamfoto om dit vast te leggen.
En: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de pion terug in dezelfde doos”.
P.S. Met de auto terug naar Zeeland. Radio aan. En ja hoor, hij komt langs: Queen met “We are the Champions”!
Op maandagavond 18 mei speelde ons eerste RSB-team in de laatste ronde van de RSB Hoofdklasse tegen Shah Mata. Er stond voor beide ploegen weinig meer op het spel: de kampioenskansen waren voor ons al uit het zicht geraakt en Shah Mata was feitelijk al gedegradeerd. Het grote voordeel hiervan was natuurlijk dat er vrijuit kon worden gespeeld. De stemming was opperbest en beide ploegen hadden er duidelijk zin in om een leuke pot op de mat te leggen.
Na een treffende toespraak van Bert Vlot, onze wedstrijdleider deze avond, waarin ruimte was voor alle emoties, gingen we er eens goed voor zitten en ontrolde zich een spannende strijd. Qua rating en gemiddelde leeftijd was Messemaker op papier zwaar favoriet, maar de werkelijkheid toonde een heel ander gezicht.
De oudjes toonden zich taai en geslepen. Dat ondervonden bijvoorbeeld Bernard en Albert. Met de witte stukken kwamen beiden met voordeel uit de opening, maar daarna ging het langzaam maar zeker bergafwaarts. Alleen een remiseaanbod van hun tegenstander kon hen het vege lijf redden. Leverde toch mooi vier tevreden en blije mensen op!
Bij Sjoerd ging het opeens helemaal mis en hij verloor daardoor al vrij snel. Dit werd gecompenseerd door een prima overwinning van Scott. En good-old Kees – de onbetwiste nestor van het gezelschap – boekte een mooie overwinning aan bord 4 waarmee hij zijn sterke seizoen bekroonde (met een TPR van 2053)!
Zodoende stonden we met 3-2 voor en concentreerde de aandacht zich op de laatste (en hoogste) drie borden. Jan (bord 3 met zwart) had door een mooie wending in de opening groot voordeel opgebouwd. Maar helaas sloeg later in de partij het blundervirus toe: hij miste een pointe en was toen gedwongen zijn dame in te leveren voor twee stukken. Dat bleek uiteindelijk onhoudbaar te zijn (3-3).
Toen was de grote vraag: gaan we deze wedstrijd eigenlijk nog wel winnen? Bij zowel Guido (bord 2) als Auke (bord 1) stond er een eindspel op het bord met sterke remisetendensen. Bij Guido was de vraag of hij op de een of ander manier (tempodwang) door de zwarte blokkade heen kon komen. En Auke was beland in een ongelijkelopers-eindspel. Weliswaar met een oppermachtige koning en twee vrijpionnen, maar met die afwijkende bisschoppen en enige tijdsdruk weet je het maar nooit …
Maar, eind goed al goed. Guido moest berusten in remise. Maar Auke kon de winst forceren door de loper te winnen voor zijn twee vrijpionnen, waarna zijn enig overgebleven pion – een rand pion – de overwinning bracht omdat deze in het juiste kleurenpalet zat.
Hiermee sluit ons eerste RSB-team het seizoen af met een verdienstelijke tweede plaats in de RSB Hoofdklasse. In theorie kan Overschie nog op gelijke hoogte komen (door met minimaal 6-2 te winnen van Charleur) maar dat zie ik niet gebeuren.
Hierbij nog een aantal foto’s van de wedstrijd (met dank aan Zoran Zekusic).
Het beloofde een spannend avondje te worden. Want de tegenstander Onesimus staat slechts 2 punten achter ons op de ranglijst. Het begon echter vredelievend, want Bert was al snel klaar met een remise.
De laatste partij gaf ook een remise, maar daar tussendoor allemaal winstpartijen met 4-2 in ons voordeel wat een eindstad van 5-3 oplevert.
Zoran op bord 1 met zwart. Jeroen geeft het volgende door: “Zoran miste in de onderstaande stelling TxPh4, en speelde a5. Pion a5 is ook goed, aangezien deze een vrije doorloop naar a1 heeft. De witte Toren is nodig voor de dekking van g3 en kan niet deze pion stoppen. Dat is natuurlijk ook een goed plan.
1… a5 2. Kxh3 a4 3. Pg2 a3 (ook hier stuk winst gemist TxLg6) 4. Pf4 a2 5. Tc1 Le5 (voor de 3de keer stukwinst gemist LxPf4 en TxLg6) 6. Lxh5 Tg7 7. Lg6;
] en zwart wint op de volgende zet 0-1”
Bert: “Spelend op het tweede bord kreeg ik Scandinavisch voorgeschoteld. Een opening die ik maar in de marge ken. Het ging allemaal goed; Fritz vond dat ik in de opening betere zetten had kunnen doen, maar mijn tegenstander liet ook steekjes vallen. Het resultaat was een vlakke partij waarin noch ik, noch mijn tegenstander een plan kon bedenken. Een kleurloze remise op de 21e zet was het resultaat.”
Peter met wit op bord 4. Op het bord kwam de Drakenvariant van de Siciliaan. Lang rokeren, Dd2, Le3: ruilen op g7 en h4 spelen. Zo had ik het in de middag ervoor op internet nog gezien. Doorstoten, even wat offeren en mat zetten op de h-liin, zoiets zou Fischer ooit gezegd hebben. Maar ja, hoe doe je dat? De computer geeft wel steeds voordeel, maar ik weet er niet doorheen te breken. In de onderstaande stelling was Pf5 een optie (gf5: dan Dg5). Wel gezien en overwogen, maar niet gedaan. (gf5: dan Dg5)
En later speel ik Dd3 (met e5 en Th5 in gedachten) terwijl de computer Pf4 groot voordeel geeft.
Een gewonnen pion moest ik toch weer inleveren en er ontstond een remise-achtige-stelling. Omdat toen de teamstand 4,5-2,5 was besloten we tot remise.
Ik sloeg hier met de loper de pion op f3. Een sterke zet, maar Eelco Naarding had nog een betere zet gezien. Ziet u die ook?
Bord 6 – Chris met wit. “Mijn tegenstander rokeerde niet en had al zijn stukken op een kluitje rond de koning staan. Pas op de 16e zet werd er een pion geslagen. Toen zwart op de 26e zet een toren weggaf, was het afgelopen.”
Bord 8 Hans met Pc3-wit. Hans probeerde nog een remise voorstel, maar dat werd afgeslagen
Hieronder staat de stand na deze ronde. Met 12 uit 6 ongeslagen bovenaan. Wij spelen nog tegen Spijkenisse en Fianchetto heeft Pascal als laatste tegenstander. We hebben het in eigen hand.
En: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de pion terug in dezelfde doos”.
De kampioenskansen van ons eerste RSB-team zijn flink gekrompen in Krimpen. Nu ook de uitslag van RSR Ivoren Toren binnen is, kunnen we beter zeggen dat de hoop van Auke is “verschrompeld” tot een nietig ashoopje. Er is de laatste weken wat zand in de motor geraakt van onze RSB teams. Het tweede team had een paar weken geleden ook al een totale OFF-day tegen Pascal waardoor ze geheel onnodig de koppositie verloren in klasse 2B. Alleen ons derde team weet zich aan deze malaise te onttrekken en ligt – met nog slechts één ronde te gaan – fier op ramkoers voor het kampioenschap: zij hebben alle zes wedstrijden gewonnen!
Na een vlotte heenreis naar Krimpen a/d IJssel kwamen we aan bij de speellocatie getiteld “De vrolijke vogelclub” oid. Nou ja, schakers zijn soms vreemde vogels en soms ook best wel vrolijk. We werden bij aankomst vriendelijk welkom geheten door onze clubgenoot Remko. Maar even later kwam de aap uit de mouw … Hij zou eerst WL zijn, maar viel op het laatste moment alsnog in voor Krimpen en dat hebben we geweten …
Het duurde vrij lang voordat er enige tekening in de wedstrijd kwam. Vrijwel alle stellingen leken, hoe interessant ze er ook uitzagen, gelijke kansen te bieden.
Guido (met zwart) wint als eerste zijn partij tegen ‘good old’ Joop Huijzer. Het was vrij origineel openingsspel van beide kanten, het ging lange tijd ook gelijk op, maar Guido kreeg op zet 25 toch een winnend initiatief op de damevleugel. En dat maakte hij overtuigend af.
Ikzelf (Albert) speelde met wit een moeizame partij. Ik heb eigenlijk geen moment het gevoel gehad dat ik ‘in control’ was. De opening was in dit kader ook bijzonder illustratief: wat begon als een Pirc/Modern ging via een Philidor over naar een hybride Italiaanse Spanjaard en mondde uit – geloof het of niet – in een onvervalste Konings-Indiër met de bekende wederzijdse aanval op de flanken. Dat laatste wilde ik eigenlijk vermijden (ik ben tenslotte geen 1.d4 speler) maar voelde me uiteindelijk toch gedwongen daartoe. De stelling bleef steeds wel oké voor wit, maar het ontbrak me dus aan een goed (consistent) plan. En op het kritieke moment dacht ik lang na over twee mogelijkheden en koos toen natuurlijk de verliezende zet. Maar zeker ook credits voor mijn tegenstander die het vlot en handig heeft gespeeld.
Scott moest het opnemen tegen clubgenoot Remko. Die had geen enkele schroom om Messemaker pijn te doen en speelde zoals gewoonlijk zijn scherpe tactische spel. Scott ging in op het pionoffer van Remko en stond toen volgens de comp wel iets beter, maar Remko had goede compensatie en Scott ging helaas al snel de fout in. Remko won niet allen de pionnen terug, maar had ook nog steeds de veel actievere stukken. Dit maakte Remko overtuigend en in stijl af.
Zodoende kwamen we dus op achterstand (1-2). Maar de stellingen van Peter, Kees en Jan beloofden de volle 3 punten. Auke stond in principe verloren, maar een remise van Rob (die op dat moment wel minder stond) zou ons alsnog aan de overwinning kunnen helpen.
Peter met wit bereikte geen echt voordeel vanuit de opening en in het middenspel (hij heeft volgens de comp ook enige tijd wat minder gestaan), maar wist uiteindelijk toch een “rotte kies” op c5 aan te boren. De druk werd flink opgevoerd en toen ging zijn tegenstander de fout in waardoor hij niet één maar twee pionnen ging verliezen. Dat was al snel onhoudbaar.
Kees (met zwart) speelt een bekende variant waarin hij twee pionnen offert, maar wit nog geen enkel stuk heeft ontwikkeld. Bij correct spel van wit zou dit een gelijkwaardige stelling opleveren, maar zijn tegenstander dacht én heel lang na én speelde het niet goed (wilde hij misschien te hardnekkig “de weerlegging” vinden?). Kees kwam uiteindelijk materiaal voor en had geen moeite om het punt binnen te halen.
Auke had het met zwart moeilijk tegen Diederick Casteleijn. Vanuit de opening kwam hij in de verdrukking op de damevleugel. Daar verloor hij veel tijd en toen switchte zijn tegenstander sterk naar de koningsvleugel met desastreuse gevolgen. Met een weliswaar onnodig maar zeer fraai stukoffer kreeg wit een onstuitbare aanval. Het mat was onafwendbaar en Auke gunde zijn tegenstander ook de uitvoering ervan.
Jan speelde met wit de opening niet optimaal en kwam licht in het nadeel. Maar nadat zijn tegenstander iets te frivool met zijn torens omging, werden de bordjes fluks verhangen. Jan kreeg groot strategisch voordeel in het eindspel waar zijn tegenstander met lelijke structurele zwaktes te kampen had op de damevleugel. Dat leverde uiteindelijk twee pluspionnen op en dat maakte Jan vlot af.
Dit alles leverde dus een tussenstand van 4-3 in ons voordeel op. Alle ogen waren nu gericht op de partij van Rob, die opeens nog alle kanten op kon gaan.
Rob kwam met zwart best wel redelijk uit de opening, ondanks de – naar eigen zeggen – kreupele loper op b7. Maar op een gegeven moment kreeg wit toch wel behoorlijke druk op Rob’s koningsstelling. De stelling was echter enorm ingewikkeld en de kansen golfden op en neer en heen en weer. In wederzijdse tijdnood ontstond er een stelling waarin Rob twee lopers voor de toren had, maar wit beschikte over een geduchte pionnenwals op de koningsvleugel. Rob kreeg plotseling aanvalskansen over de witte velden, waardoor zijn loper dus van schlemiel de held werd! Helaas speelde Rob het niet optimaal (kan natuurlijk ook niet in tijdnood), hij kwam uiteindelijk wel een stuk voor maar toen werd de witte pionnenwals opeens onhoudbaar.
Zodoende eindigde dit bloedbad (‘no prisoners taken’) in een 4-4 gelijkspel. Voor Krimpen misschien ook onvoldoende, want die blijven in serieus degradatiegevaar.
Zo vlot als de heenreis verliep, zo langdurig was de thuisreis. De navi van Kees stuurde ons tientallen kilometers over smalle binnenweggetjes door uitgestrekte polders en het plassen/moerasgebied. Dit gevoel werd natuurlijk extra versterkt door het gegeven dat er drie nullen met Kees meereden …
Nu ook de uitslag van de concurrent RSR Ivoren Toren binnen is (winst op Erasmus), is het duidelijk dat we de kampioenstitel nu definitief kunnen afschrijven. Met nog één ronde te gaan en 2 matchpunten en 5 bordpunten achterstand is zelfs hopen niet realistisch meer. Heel jammer, twee ronden geleden zag het er nog zo rooskleurig uit!
Of moet de titel luiden: ‘Eerste kampioen in de 4 e klasse seizoen ’26 – ’27 bekend’?
Een half bordpunt te weinig om ons te handhaven: dat is de zure conclusie die we moesten trekken na de nederlaag van 4 ½ – 3 ½ ( de derde keer dat we deze uitslag maakten) tegen HWP Sas van Gent 2. We wisten aan het begin van het seizoen dat na het vertrek en afzeggen van enkele sterke spelers het moeilijker zou worden, maar dit was toch echt onnodig. De onverwachte nederlaag tegen (het toen op de laatste plaats staande) Goes in de vorige ronde, waar toen opeens van alles mis ging, heeft ons toch genekt.
Zeeuws-Vlaanderen, dat is toch een andere wereld. Waar we hier in het Westen het vaak moeten doen met rommelige buurthuizen met fanfarekorpsen in een belendende zaal en koffie uit een thermosfles, was Sluiskil een verademing. Veel parkeergelegenheid, een prachtige ruime speelzaal, een goede bar en analyseruimte. Ikzelf zag het helemaal zitten en zeker na een analyse van de ratings: dit moet lukken. Maar het liep anders.
Op bord 8 was Kees als eerste klaar. Kees liet toe dat de h-lijn open ging (zijn tegenstander had nog niet gerokeerd) en kreeg een aanval op zijn koning over zich heen. Na het verliezen van de h-pion was het snel voorbij.
Sjoerd op bord 1 kon spelen tegen de geïsoleerde d-pion van zijn tegenstander, maar overzag een trucje waardoor hij twee paarden tegen een toren won, maar ook nog een pion verloor waarbij zijn tegenstander zeer actieve torens had. Hij wist het nog net remise te houden.
Scott op bord 7 speelde een puike partij. Nimzo-Indisch waarbij een paard van zijn tegenstander op c3 belandde en gedekt moest worden met een pion op d4. Scott wist goed de druk erop te houden. Achteraf bleek het allemaal theorie te zijn geweest. Zijn tegenstander moest nauwkeurig spelen en vergaloppeerde zich toen hij zijn paard naar g4 speelde, terwijl zijn loper al op h3 stond. Scott maakte het keurig af. De stand was weer gelijk.
Ondertussen zag het er op de andere borden niet goed uit. Zoals gewoonlijk dit seizoen, stond Auke goed, maar Peter had een dode remisestelling (daar had ik toch op een vol punt gerekend), Erik stond vanaf de opening al slecht en Jan overzag een standaard truc in een stelling waarbij (ook alweer) zijn tegenstander een geïsoleerde d-pion had: paard op e5, dame op e2, toren op e1 en dan slaan met het paard op f7. Bernard had een gelijke stelling. Hierdoor zag het er al met al slecht uit.
Ondertussen was Auke klaar. Hij had de afwikkeling van het middenspel beter beoordeeld dan zijn tegenstander en kwam in een D+2T eindspel waarbij hij met zijn torens op de 7 e rij kwam, twee pionnen won en uiteindelijk kon kiezen op welke manier hij de genadeklap ging uitdelen.
Jan had zich herpakt en wist van nog van niets iets te maken en leek zelfs te kunnen winnen. Bij het bord staande zagen we allemaal niet hoe wit zich nog kon redden, maar de witspeler vond de enige zet die niet verloor en slaagde erin de dames te ruilen, waarna het uit was.
Erik kwam uit de opening verkrampt te staan met twee passieve lopers en een kreupel paard. Hij offerde een pion op de damevleugel om ruimte te krijgen, waar zijn tegenstander niet op in ging, zodat hij daar niets bereikte. Toen offerde hij een paard tegen 2 centrumpionnen om zich te bevrijden, maar afgezien van dat zijn tegenstander een open koningsstelling had, waren er weinig aanknopingspunten. Toch leek Erik er nog iets van te kunnen maken, dreigde met twee verbonden vrijpionnen, maar zijn tegenstander verdedigde goed en trok de partij uiteindelijk naar zich toe. Als niet-spelend teamlid leer je nog wat over je collega’s: dat handschrift van Erik. Totaal onleesbaar! Moest ik elke keer omlopen om te zien wat zijn tegenstander had genoteerd om de partij goed te kunnen volgen.
Bleven over de partijen van Peter en Bernard. Peter kreeg Hollands tegen zich waarbij zwart er eerst in slaagde e5 te spelen en daarna ook zijn zwakke d-pion te ruilen. De stelling was helemaal dood. Achteraf bleek er voor Peter nog iets in gezeten te hebben:
Ome Fritz geeft een fantastische variant vanuit deze stelling: 1.Pe6 Txd2 2.Txd2 Da5 3.Lxg7+ Kg8 4.b4 Dxb4 5.Td4, waarna zwart het beste voortzet met 5…Te8 6.Txb4 Pxb4 met een waardering van +0.80. Tja dat moet je ook maar zien.
Peter probeerde er in het eindspel nog iets van te maken, maar zijn tegenstander verdedigde goed, waardoor het remise werd.
En dan bleef, met de stand 4-3 nog de partij van Bernard over. De dames waren er in de opening al afgegaan en er ontstond een eindspel waarbij Bernard een 2-1 meerderheid op de damevleugel had, maar de koning en paard van zijn tegenstander waren daar succesvol aan het rommelen. Er was niets van te maken en Bernard moest berusten in remise. De degradatie was een feit. En dan moet je nog twee uur terug in de auto hè.
De promotiedromen van RSB-2 zijn vervlogen na een onverwacht verlies tegen Pascal 1. Vooraf wisten we wel dat dit een geduchte tegenstander was, maar met 6-2 verliezen, dat had niemand verwacht. Veel teamgenoten deelden in de malaise: tweemaal werd pardoes een stuk weggegeven, in een mooie combinatie werd een penning over het hoofd gezien met stukverlies tot gevolg en in weer een andere partij werd door een moment van schaakblindheid een direct winnend schaak niet gezien. Alleen Rob wist al vrij snel zijn partij te winnen en zag daarna al deze malaise voorbij komen.
Onze directe concurrent WSW Internos 1 wist met moeite een gelijkspel te behalen, waardoor zij nu 1 matchpunt vóór staan op ons. Maar er liggen meer kapers op de loer zoals de stand na 5 ronden laat zien.
Onderstaand enkele verslagen van de beslissende momenten in de partijen.
Bord 4: Jeroen
Ik speelde tegen dezelfde tegenstander, Melvin Holwijn, waar Ivar afgelopen zaterdag in de KNSB-competitie tegen speelde. Met wit kwam geweigerd Damegambiet Charousek-variant op het bord. Op zich een rustige variant. Na de ruil van alle lichte stukken kreeg ik een iets actievere stelling, en miste ik al een eenvoudige pionwinst. Het voordeel verdween hierna, maar mijn 31e zet krijgt 3 vraagtekens: 31.Te5-e4??
Helemaal gemist dat Txg3+ dreigt. En het is meteen uit, -4.87. Ik speelde nog wel door, maar werd op zet 40 mat gezet.
Bord 5: Eelco
In een weinig inspirerende partij ruilde mijn tegenstander elk stuk af wat hij kon, zelfs als hij een pion kon winnen, of er een paard terug moest naar b1. In een gelijk eindspel kreeg ik dan uiteindelijk toch nog een kans:
Het paard op e1 zit nu serieus in de problemen, en kan ingesloten gaan worden. Stockfish geeft geen definitieve winst, maar houdt dit op -2 na 39. .. Ke4 . Ik had dit plan ook opgevat, maar dacht dat ik beter eerst met pion 39. ..e4 en dan 40. ..Bd1 het paard kon vastzetten. Maar na 39. .. e4 40. Nc2 Bd3 41. Nd4+ was het paard toch ontsnapt. Oeps, remise.
Bord 8: Wibo
Mijn tegenstander speelde iets te verdedigend waardoor hij 2 tempo’s verloor en ik een mooie aanvalstelling kon opbouwen. Na 20 zetten stond deze stelling op het bord, alles staat klaar voor de beslissende aanval.
Ik speelde 21. Lxd5 waarna volgde 21…cxd5 22. Pxd5 Lc8.
Hier miste ik helaas 23.Pf6+!, dat zou de partij direct beslissen. Ik dacht dat de dame kon terugnemen….. een gevalletje van schaakblindheid. Ik speelde 23.Pf4. Een paar zetten later werd het remise door noodzakelijke zettenherhaling.