Otniel heeft in Chessity zijn Paard-examen met succes afgelegd en heeft op 25 maart het bijbehorende diploma uitgereikt gekregen. Otniel: van harte gefeliciteerd!

Otniel heeft in Chessity zijn Paard-examen met succes afgelegd en heeft op 25 maart het bijbehorende diploma uitgereikt gekregen. Otniel: van harte gefeliciteerd!

Maandag 25 maart is er geloot voor de halve finale van de Bekercompetitie. Het resultaat hiervan is:
De partijen dienen uiterlijk 22 april gespeeld te zijn.
(door Albert Segers)
Op zaterdagmiddag 23 maart was het “do or die” voor het 1e KNSB team van Messemaker in de eigen arena. Bij binnenkomst sprak ik “Zij die gaan sterven groeten elkaar” als vrije vertaling van de beroemde Latijnse zin “Ave Caesar, morituri te salutant” die de gladiatoren de keizer toeriepen als zij de arena betraden voor een strijd op leven en dood. Als ze de strijd verloren en nog in leven waren, dan besliste een handgebaar van de keizer of hun leven gespaard bleef of niet. We speelden tegen Amsterdam Berserkers, een ploeg die met twee vingers in de neus kampioen zou moeten worden, maar dit misschien toch gaan mislopen omdat ze een paar keer niet op hun sterkst opkwamen. Nou, tegen ons wel dus: 7 spelers met een rating van minimaal 2250 en (veel) hoger waaronder twee IM’s. En ze hadden hun leeftijd mee, de meesten waren tussen de 26 en 30 jaar oud. Het is een vriendenteam, de vereniging van 15 leden is ruim 4 jaar geleden opgericht. Ze kennen elkaar van jeugdtoernooien en NK deelnames. Hele aardige gasten moet ik zeggen. Door corona hebben ze tot nu toe nog maar twee volledige competities kunnen spelen. Ze moesten in de 4e klasse KNSB beginnen. Vervolgens twee keer gepromoveerd, dit seizoen misschien ook weer. Zelf hadden wij elk match- en bordpunt hard nodig om dit seizoen te overleven in de 2 e klasse met versterkte degradatie. En we misten helaas onze IM Peter Scheeren, die andere schaakverplichtingen had.
Op bord 1 t/m 3 konden Albert, Rob en Bernard het niet bolwerken tegen hun tegenstanders met een ratingverschil van minimaal 250 punten. Rob moest het zelfs opnemen tegen IM Miguoel Admiraal (2476). Rob en ik hadden eigenlijk dezelfde ervaring: toen de tegenstander na afloop aangaf wat we beter hadden kunnen doen, dan lijkt het schaakspel opeens heel eenvoudig. Maar achter het bord … een heel ander verhaal!
Rob speelde het met wit actief en voortvarend met een mooi paard op f5, maar ging uiteindelijk toch ten onder aan een structureel nadeel. Een ingesloten loper op c1 deed niet mee en Rob werd daarna kapot gespeeld op de zwarte velden. Zelf was ik (Albert) met zwart niet ontevreden na een snelle dameruil op zet 7 door wit. Maar vervolgens wist ik de examenvragen van mijn tegenstander niet goed te beantwoorden. Onder druk gezet overzag ik kwaliteitsverlies en toen was de partij in hogere zin al verloren. De tegenstander van Bernard (zwart op bord 3) speelde gewoon origineel en sterk in een scherpe Siciliaan. Bernard speelde wat ongelukkig met zijn stukken en toen was zijn tegenstander veel sneller in de aanval. Kortom: een duimpje omhoog van de keizer voor Rob en een duimpje naar beneden voor Bernard en Albert.
Op bord 5 had Peter Ypma met zwart na 5 zetten exact dezelfde, vrij ongebruikelijke, stelling als Albert. Dat viel iedereen op. Wat ook wel bijzonder was hieraan: Peter staat bekend als non- en Albert als pro-theoreticus. Voer voor schaakfilosofen … De tegenstander van Peter koos niet voor dameruil, maar speelde het nogal scherp. Het werd een boeiend gevecht waarin Peter lange tijd duidelijk voordeel had. Maar na één mindere zet werden de ver opgerukte witte pionnen opeens wel erg gevaarlijk. De witspeler heeft meerdere winsten gemist, hij speelde toen ook al enige tijd op zijn increment denk ik. Op een gegeven moment had hij Peter vastgesnoerd in zijn gladiatornet, nu nog even de opening vinden voor de dodelijke steek: het dameschild afleiden en mat. Maar op
miraculeuze wijze wist Peter alle gevaar af te wenden en eindigde de partij in een zetherhaling.
In de Evengroen partijen sneuvelde er ook een kwaliteit. Maar hier waren het natuurlijk kwaliteitsoffers van onze roekeloze houwdegens. Jan hoopte een mataanval te kunnen opzetten maar dat werd deskundig gepareerd. De partij van Henk-Jan met wit tegen de andere IM Ilias van der Lende (2387) was zeer dynamisch. Een mooi gevecht met tegengestelde rochades, waarin Henk-Jan een behoorlijke druk ontwikkelde tegen de zwarte koningsstelling. Maar de IM gaf geen krimp en verzilverde na een reeks nauwkeurige zetten zijn materiele voordeel.
Erik (zwart op bord 7) verloor wat ongelukkig denk ik. Na een ongebruikelijke opening ging het lange tijd gelijk op, al stond wit ietsje beter. Maar er was echt een blunder nodig om wit het punt in de schoot te werpen.
En wie was als laatste nog bezig? Onze Ed natuurlijk en ook nu wist hij een overwinning te boeken, waarmee onze eer nog enigszins gered is. Zondermeer een verdiende overwinning met goed spel tegen de enige tegenstander met een rating onder de 2250.
Dus een nederlaag met 1,5 – 6,5 die vooral hard aankomt omdat dit de degradatie min of meer bezegeld heeft. Onze concurrenten voor de 6e plaats zijn Sliedrecht en Leiderdorp. Hiervan is Sliedrecht nog in te halen, maar Leiderdorp alleen als we daar in de laatste ronde met 7-1 van winnen. En dat is gewoon niet realistisch.
De stand en de detailuitslagen zijn te vinden op de KNSB-website (klasse 2B, even naar beneden scrollen voor de gedetailleerde uitslagen).
(door Auke Wilming)
Op vrijdagavond 15 maart reisde het 1 e RSB-team af naar Rotterdam voor de wedstrijd tegen RSR Ivoren Toren. Nadat het eerste succes binnen was gehaald in de vorm van een parkeerplek betraden wij de knusse speelzaal. Na de nederlaag tegen Overschie was het kampioenschap eigenlijk al uit zicht, en een nederlaag vanavond zou ons definitief veroordelen tot de middenmoot, of erger.
De meeste spelers waren zo lief om een verhaaltje op te sturen; hieronder staan ze op bordvolgorde:
Een zwaar teleurstellende avond dus, met als enige lichtpuntje de overwinning van Jan. Na afloop was er berusting onder de spelers, het was simpelweg niet onze avond. De terugreis met Erik en Bernard was niet eens onaangenaam, hoewel wij allen een nul hadden genoteerd.
Op 8 april spelen wij weer, dan thuis tegen koploper Krimpen a/d IJssel.

(door Wibo Bourguignon)
Maandag 11 maart moesten wij aantreden tegen koploper WSV/Internos 1. Zij hadden alles gewonnen en wij stonden op de 7e plek. Na zo’n 2 uur spelen keken bij tegen een achterstand van 1,5-2,5 aan. Vervolgens won Albert-Jan, speelde Rob remise en moest Zoran de koning omleggen na een moeilijk eindspel met ongelijke lopers. 3-4. En toen werd op bord 8 in de tijdnoodfase door Ruud gevochten voor het laatste punt. Het waren bloedstollende 20 minuten. Vrijwel alle spelers stonden om Ruud en Albert Prins heen. Probeer dan maar eens het hoofd koel te houden. Maar dat lukte Ruud, hij haalde het volle punt binnen waardoor we zowaar gelijk speelde tegen de koploper. Het illustreert ook weer eens dat de krachtsverschillen klein zijn in deze klasse. Onderstaand enkele partijverslagen.
Rob (bord 1)
Ik speelde op bord 1 met zwart, hij speelde het Morra gambiet vertraagd (met eerst Pf3 en daarna pas c3). Ik kende de opening beter dan hij, bleek. Na zet of 10 had hij een half uur nagedacht en ik enkele minuten. Dat haalde ik weer in bij een beslissing mijn geofferde pion terug te nemen of te spelen op ontwikkeling. Ik koos na 25 minuten denken voor het eerste waar ik tijdens de partij ontevreden over was, maar waarvan de computer zegt dat het goed is. We kwamen in een rustig eindspel terecht waarbij ik mijn voordeel door wat mindere zetten weggaf en zelfs nog even moest oppassen. Maar nergens werd de remisemarge overgegaan dus remise was de terechte uitslag.
Bert (bord 3)
Met zwart kwam ik in een gambiet van de Franse opening die ik niet kende. Volgens Fritz speelde ik de opening goed, maar op de twaalfde zet ging ik riskant door. Mijn intuïtie zei me dat de zet niet goed was, maar ik zag niet in waarom. Dat maakte mijn tegenstander mij op de 14e zet duidelijk. Mijn zwakke antwoord op deze zet deed me de das om en kon ik de koningsaanval niet doorstaan. Op de 25e zet was het afgelopen. In het vervolg toch maar meer op mijn intuïtie vertrouwen? Maar in ieder geval fijn dat we als team een punt hebben binnen gesleept.
Wibo (bord 5)
Mijn tegenstander speelde met wit een opening die ik ook regelmatig speel, maar met een gefianchetteerde loper op g2. Lange tijd ging het gelijk op, maar vanaf de 16e zet kreeg mijn tegenstander stapje voor stapje meer voordeel met zijn pionnenaanval op mijn koningsstelling. En zoals zo vaak leiden onder grote druk kleine onnauwkeurigheden uiteindelijk tot verlies. Ik wist nog wel mat af te wenden, maar dat ging ten koste van twee verbonden vrijpionnen. Vervolgens gaf ik zomaar nog een stuk weg. 0-1. Maar het was wel leerzaam om ‘mijn’ opening eens met zwart te spelen.
Nadat op 9 maart in Spijkenisse de jeugdclubkampioenschappen E en C waren gespeeld, vonden op 16 maart diezelfde kampioenschappen plaats in de D en AB-categorieën. Messemaker had geen D-team weten te formeren, maar wèl een AB-team, met daarin een paar sterke spelers en dus werd er wel wat verwacht van het team. Echter bleek al in de dagen voorafgaand aan de speeldag dat het kampioenschap zeer sterk bezet zou zijn, waarmee de verwachtingen voor het Messemaker-team naar beneden moesten worden bijgesteld. Dat bleek terecht: het team eindigde op een negende plaats in een veld van twaalf deelnemende teams. Messemaker behaalde 10,5 bordpunt, waarvan eerstebordspeler Marijn bijna de helft (5,5) voor zijn rekening nam. Als topscorer mocht hij daaro meen beker mee naar huis nemen.
Alle uitslagen en foto’s zijn te vinden op de toernooiwebsite.

Aaron heeft in Chessity zijn Paard-examen gehaald en kreeg afgelopen maandag zijn diploma uitgereikt. Aaron: van harte gefeliciteerd!

Zaterdag 9 maart was de eerste dag van de regionale jeugdclubkampioenschappen, op het programma stonden de categorieën E (t/m 10 jaar) en C (t/m 14 jaar). Messemaker had in beide categorieën één team ingeschreven. Helaas waren voor beide teams de sterkste spelers niet beschikbaar, maar daardoor kregen wel enkele jongere – en nog onervaren – spelers de kans om – voor sommigen de eerste – toernooiervaring op te doen.
Uiteraard hadden beide teams het moeilijk en zij eindigden allebei als laatste in hun betreffende poule. Maar zij wisten toch enkele punten te scoren, en de topscoorders van de teams (Merlijn in het E-team en Jordy in het C-team) konden zelfs een beker mee naar huis nemen. Alle uitslagen en eindstanden zijn te vinden op de toernooiwebsite.
Volgende week staan in Delft de jeugdclubkampioenschappen in de andere twee leeftijdscategorieën (AB en D, t/m 18 jaar resp. t/m 12 jaar) op het programma en Messemaker hoopt ook dan weer in beide poules met een team mee te doen.


(door Jeroen Eijgelaar)
Het 2e KNSB-team is onverwachts tegen de eerste nederlaag van dit seizoen aangelopen. In de voorlaatste ronde heeft het team met 5-3 verloren van De Volewijckers 1. We waren nog in de race voor het kampioenschap, maar daarvoor moest er wel gewonnen worden, en het liefst met grote cijfers. Het verliep echter anders en de kampioensaspiraties kunnen weer de koelkast in.
Op 29 januari was er reeds een partij vooruitgespeeld, welke helaas verloren was gegaan. Zie ook het verslag en foto’s op de website van De Volewijckers.
Op de wedstrijddag zelf konden we – na enige discussie over de nieuwe ratings, waar alle spelers onder de 2000 Elo een rating-boost hebben gekregen – met 7 man en een 1-0 achterstand vetrekken naar Amsterdam-Noord, de verste uitwedstrijd dit seizoen. Met een klein beetje file kwamen we toch op tijd aan bij de speelzaal. We kwamen aan in een rustige rustieke buurt, waar je niet meer het idee hebt dat je in Amsterdam bent.
Vooraf werd er nog rekening gehouden met een overwinning, we hadden tenslotte een ratingoverwicht op de meeste borden. Het liep echter anders. Al vrij snel moesten we vrezen voor een nederlaag en konden alleen nog maar hopen op een gelijkspel, welk er uiteindelijk ook niet in zat. Het werd een zwarte dag met maar liefst 5 overwinningen voor zwart.
Bij Ivar ging het mis nadat hij pardoes een toren inleverde. Met twee pionnen meer probeerde hij het nog wel, maar het mocht niet meer baten.
Met de twee remises van Raphaël (pion meer) en Jasper (na diverse offers uiteindelijk een loper voor 3 pionnen) stonden we dus al 3-1 achter.
Sjoerd trok in een gelijkopgaand eindspel de partij naar zich toe door actiever met de stelling om te gaan.
Frans verloor een belangrijke a-pion en toen de opmars niet meer te stoppen was ging de partij verloren. 4-2 achter.
Met zwart had ik (Jeroen) extra suikerklontjes meegenomen voor mijn paard van g8, 17 zetjes gedaan van de totaal 54 (zie diagram). Als octopus op d3 onderweg 2 pionnen verorberd en dameruil afgedwongen: Ph6-f7-e5-c6-a5-b3-c5-d3-xb2-d3-xDc5-d3-f2-e4+-xc3-b5-a7.
Kees tenslotte bepaalde de eindstand op 5-3. Een pion méér voor een kwaliteit achter was nog onduidelijk, in het diepe eindspel ging de partij alsnog verloren.
