Weer een overwinning voor RSB-3. Met Prima Partijen met mooie Paard- en Pionzetten in Papendrecht tegen Pascal! Op een mooie dinsdagavond gaan we naar Papendrecht en zien ook veel van Rotterdam, want op de terugreis is de van Brienenoordbrug afgesloten en gaan met een omweg om Rotterdam terug, wel met een 5,5-2,5 overwinning mee in onze tas.
In het begin gaat het echter niet goed. Hans verliest snel. Yuri zorgt voor 1-1 maar daarna verliest ook Eelko zijn partij (zijn we niet van hem gewend!). 2-1 achter. Zoran krijgt remise aangeboden, maar na enig overleg: doorspelen, we staan achter! En dan komen toch de punten te beginnen bij Simon ook langzamerhand binnendruppelen.
Op bord 1 speelt Zoran met wit tegen Arie Prins: “Om over deze partij iets te zeggen en een diagram te maken dan is het notitie papiertje van de partij van groot belang. Deze stukje papier ben ik vergeten of kwijtgeraakt. Ik heb een poging gedaan om de partij op te halen via mijn herinnering maar na de tiende zet is dat mislukt. Het gaat om de Scandinavische opening met lichte aanvallen van beide kanten maar vooral een gevecht om de middelste velden. Zijn twee lopers hadden veel invloed op de veiligheid van mijn koning en ik moest goed opletten met wat zijn volgende zet zou kunnen zijn. Tegenover twee lopers van mijn tegenstander had ik twee Paarden die niet echt actief waren. Bij zet 25 kreeg ik een remise aangeboden maar deze werd (dankzij team kapitein) afgewezen. Ik wist met mijn twee paarden de weg te hebben gevonden om een actief spel te voeren met mijn schaakstukken en dat leverde de winst op.”
Op bord 2 speelt Bert met zwart: “” Bij de vorige wedstrijd (Messemaker 1847 – IJsselmonde/Barendrecht) mocht ik na een kwartier de stukken in het doosje doen, deze keer deed ik er drie uur langer over. Aan het tweede bord probeerde ik met zwart spelend een Franse opening, maar volgens mij maakte mijn tegenstander er een fantasie-opening van: 1 e4, e6; 2 g3, mij volledig onbekend, maar het lijkt mij passief, Er volgde 2 …, c5; 3 Pc3, Pc6; 4 d3, Pf6; 5 f4, d6; 6 Pf3, e5; 7 Lg2, a6; 8 0-0, Le7; 9 a3.
Ik had a4 verwacht om mijn damevleugel vast te leggen, maar volgens de engine is dit ook een acceptabele zet. 9 …, b5; 10 fxe5, dxe5; 11 Lg5, Le6; ik had geen zin om een witte pion op d5 te krijgen na 12 Lxf6, Lxf6; 13 Pd5, en dan 13 … Le6;. De zwarte stelling heeft iets weg van de Rhino-opening. 12 Dd2, h6; 13 Lxf6, Lxf6; 14 Df2, Dd6; 15 Tad1, Pd4; 16 Pxd4?
Dit is fout. Tot nu toe was de stelling is evenwicht, maar door deze zet komt voor zwart de c-lijn open , waardoor nu ook de slechte samenwerking van de witte stukken aan het licht komt 17 Pd2?, de tweede fout, veel keus was er niet voor het witte paard, maar Pd5 toont meer perspectief dan Pe2 17 …, Tc8; 18 Pc1, Dc5; 19 Td2, Lg5; de rhino ontwaakt.
20 Te2, Le3; 21 Txe3, dxe3; 22 De2, Dxc2; ik heb nog gekeken naar 23 …, Lg4; maar dat levert niets op: 24 Lf3, Lxf3: 25 Dxf3, en dan alsnog 25 …, Dxc2 en ik heb mijn sterke loper tegen zijn gebonden witte loper geruild. 23 Dxe3, Dc5; dwingt tot dame ruil, waardoor de zwarte torens de aanvallende taak kunnen overnemen. 24 Kf2, Dxe3+; 25 Kxe3, Tc2; 26 Pe2, Txb2; 27 Ta1, 0-0; activeert de tweede toren. Overigens was 27 …, Kd7 ook goed. 28 Lf3; Td8; 29 h4, Tb3; 30 Pc1, Tc3; 31 Le2, Tdc8; 32 Kd2, Tc2+; 33 Kd1
Alle witte stukken staan vast, zwart kan zijn koning naar voren brengen. 33 …, g6; 34 Lf3, Tf2; 35 Le2, Tg2; 36 a4, wanhoopspoging enig tegenspel te krijgen. 36 …,b4; 37 d4, b3; 38 d5, Tg1+; 39 Kd2, Tc2+; 40 Ke3, Tgxc1; 41 Txc1, Txc1; 42 dxe6, fxe6; 43 Lc4 en gelijktijdig opgegeven.
Op bord 3 speelt Simon met wit: De onderstaande stelling geeft een zeer vereenvoudigde weergave weer van de stand op het bord met wit aan zet. Alle 32 stukken staan nog op het bord en in die drukte zag de zwartspeler de zet Pb5: niet aankomen.
Daarna voert Simon langzamerhand de druk steeds verder op. Met als gevolg dat bijvoorbeeld Pb8 blijft bijna de hele partij op b8 staan. Er komt een mooie open e-lijn voor de torens en uiteindelijk geeft zwart op.
Op bord 4 speelt Peter met zwart: ”We spelen een gelijk opgaande strijd met wel veel spannende momenten in de partij. Onze achterste rij is b.v. steeds een bottleneck in combinaties. Na zijn g3 speel ik dan ook maar g6 om onze hartslag wat terug te brengen. Uiteindelijk win ik een pion met Ta4:.
Maar hoe win je deze partij? Want het liefst heb je de toren achter en vrijpion. Het leek me nog een hele klus. Maar dan speelt mijn tegenstander een zet met zijn Paard. Dit Paard heeft de hele wedstijd op f3 heeft gestaan en wil ook graag meedoen. Maar het gaat meteen fout!
Hij speelt Pd2 en dan volgt 35….;Td4 36 Pb3; Pe3; schaak 37 fe3: Td7: 38 Pa5; Td5 en de Pion op e5 wordt ook opgepeuzeld. Hij geeft daarom op.”
Op bord 5 speelt Eelko met wit: “In mijn partij liep het een keer niet zo lekker. Mijn tegenstander ontwikkelde langzaam. Ik had al mijn lichte stukken al in het spel gebracht, terwijl hij enkel nog stukken van de damevleugel dan gespeeld. Het kwam dan ook in mij op om mijn pijlen te richten op g7. Immers als alle stukken daar nog op z’n plek staan dan staat daar een toren geduldig te wachten tot mijn loper hem komt bezetten. Ik had dus wel gezien dat de zwarte dame op g2 een pionnetje kon pakken. Niet erg want na lange rokade is de g-lijn van mij, toch? Maar mijn rekenwerk liet me deze keer in de steek. De zwarte dame haalde de loper erbij. Oeps! Nu moest ik wel rigoureuze beslissingen nemen. Ik besloot mijn eigen dame te offeren. Ik had immers in het vooruitzicht om pion op g7 en toren op g8 te pakken?! En anders wel een drie lichte stukken. Helaas de zwart dame was genadeloos en liet mijn stukken dansen alsof het haar Pionnen waren. Hoe langer ik nadacht, hoe slechter mijn stelling werd. In deze partij heb ik geleerd meer respect te hebben voor de dame.”
Op bord 6 speelt Ruud met zwart: Er komt een eindspel op het bord met aan beide kanten een loper op de witte velden en een Pion meer voor Ruud. Dat lijkt op een winstpartij voor onze kant. Maar de witte Pionnen gaan allemaal op een zwart veld staan en zwart komt er niet doorheen: remise!
Op bord 7 speelt Yuri met wit en hij is al snel klaar met een winstpartij. Details ontbreken vooralsnog
Op bord 8 speelt Hans met zwart: Mijn partij verdient niet de schoonheidsprijs van mijn kant”. Wel die van mijn tegenstander. 1 d4 Pf6 2 Pf3 g6 3 Pc3 Lg7 4 Lf4 d6 5 Dd3 b6 6 e4 La6 7 De3 Lxf1
Dat ziet er hoopgevend uit, lopers afgeruild en wit kan niet meer kort rokeren. Maar hij rokeerde lang. Mijn rokade gaat op de 9e zet. De rest van de partij was minder florissant voor mij zodat de zaak bij de 15e zet al kon worden opgegeven. Gelukkig deden de teamgenoten het beter zodat ik toch nog goed geslapen heb!”
Het slot van de avond is voor Bert. Hij speelt de langste partij en zijn Prachtige Pion op g3 kan dame gaan halen. Op de terugweg wordt al heel voorzichtig (en natuurlijk heel voorbarig) het woord ‘kampioen’ genoemd….En concurrent Onesimus is de volgende keer onze tegenstander.
En: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de Pion terug in dezelfde doos”.















