PPPPPP

Weer een overwinning voor RSB-3. Met Prima Partijen met mooie Paard- en Pionzetten in Papendrecht tegen Pascal! Op een mooie dinsdagavond gaan we naar Papendrecht en zien ook veel van Rotterdam, want op de terugreis is de van Brienenoordbrug afgesloten en gaan met een omweg om Rotterdam terug, wel met een 5,5-2,5 overwinning mee in onze tas.

In het begin gaat het echter niet goed. Hans verliest snel. Yuri zorgt voor 1-1 maar daarna verliest ook Eelko zijn partij (zijn we niet van hem gewend!). 2-1 achter.  Zoran krijgt remise aangeboden, maar na enig overleg: doorspelen, we staan achter! En dan komen toch de punten te beginnen bij Simon ook langzamerhand binnendruppelen.

Op bord 1 speelt Zoran met wit tegen Arie Prins: “Om over deze partij iets te zeggen en een diagram te maken dan is het notitie papiertje van de partij van groot belang. Deze stukje papier ben ik vergeten of kwijtgeraakt. Ik heb een poging gedaan om de partij op te halen via mijn herinnering maar na de tiende zet is dat mislukt.  Het gaat om de Scandinavische opening met lichte aanvallen van beide kanten maar vooral een gevecht om de middelste velden. Zijn twee lopers hadden veel invloed op de veiligheid van mijn koning en ik moest goed opletten met wat zijn volgende zet zou kunnen zijn. Tegenover twee lopers van mijn tegenstander had ik twee Paarden die niet echt actief waren. Bij zet 25 kreeg ik een remise aangeboden maar deze werd (dankzij team kapitein) afgewezen.  Ik wist met mijn twee paarden de weg te hebben gevonden om een actief spel te voeren met mijn schaakstukken en dat leverde de winst op.” 

Op bord 2 speelt Bert met zwart: “” Bij de vorige wedstrijd (Messemaker 1847 – IJsselmonde/Barendrecht) mocht ik na een kwartier de stukken in het doosje doen, deze keer deed ik er drie uur langer over.  Aan het tweede bord probeerde ik met zwart spelend een Franse opening, maar volgens mij maakte mijn tegenstander er een fantasie-opening van: 1 e4, e6; 2 g3, mij volledig onbekend, maar het lijkt mij passief, Er volgde 2 …, c5; 3 Pc3, Pc6; 4 d3, Pf6; 5 f4, d6; 6 Pf3, e5; 7 Lg2, a6; 8 0-0, Le7; 9 a3.

Ik had a4 verwacht om mijn damevleugel vast te leggen, maar volgens de engine is dit ook een acceptabele zet. 9 …, b5; 10 fxe5, dxe5; 11 Lg5, Le6; ik had geen zin om een witte pion op d5 te krijgen na 12 Lxf6, Lxf6; 13 Pd5, en dan 13 … Le6;. De zwarte stelling heeft iets weg van de Rhino-opening. 12 Dd2, h6; 13 Lxf6, Lxf6; 14 Df2, Dd6; 15 Tad1, Pd4; 16 Pxd4?

Dit is fout. Tot nu toe was de stelling is evenwicht, maar door deze zet komt voor zwart de c-lijn open , waardoor nu ook de slechte samenwerking van de witte stukken aan het licht komt 17 Pd2?, de tweede fout, veel keus was er niet voor het witte paard, maar Pd5 toont meer perspectief dan Pe2 17 …, Tc8; 18 Pc1, Dc5; 19 Td2, Lg5; de rhino ontwaakt.

20 Te2, Le3; 21 Txe3, dxe3; 22 De2, Dxc2; ik heb nog gekeken naar 23 …, Lg4; maar dat levert niets op: 24 Lf3, Lxf3: 25 Dxf3, en dan alsnog 25 …, Dxc2 en ik heb mijn sterke loper tegen zijn gebonden witte loper geruild. 23 Dxe3, Dc5; dwingt tot dame ruil, waardoor de zwarte torens de aanvallende taak kunnen overnemen. 24 Kf2, Dxe3+; 25 Kxe3, Tc2; 26 Pe2, Txb2; 27 Ta1, 0-0; activeert de tweede toren. Overigens was 27 …,  Kd7 ook goed.  28 Lf3; Td8; 29 h4, Tb3; 30 Pc1, Tc3; 31 Le2, Tdc8; 32 Kd2, Tc2+; 33 Kd1

Alle witte stukken staan vast, zwart kan zijn koning naar voren brengen. 33 …, g6; 34 Lf3, Tf2; 35 Le2, Tg2; 36 a4, wanhoopspoging enig tegenspel te krijgen. 36 …,b4; 37 d4, b3; 38 d5, Tg1+; 39 Kd2, Tc2+; 40 Ke3, Tgxc1; 41 Txc1, Txc1; 42 dxe6, fxe6; 43 Lc4 en gelijktijdig opgegeven.

Op bord 3 speelt Simon met wit: De onderstaande stelling geeft een zeer vereenvoudigde weergave weer van de stand op het bord met wit aan zet. Alle 32 stukken staan nog op het bord en in die drukte zag de zwartspeler de zet Pb5: niet aankomen.

Daarna voert Simon langzamerhand de druk steeds verder op. Met als gevolg dat bijvoorbeeld Pb8 blijft bijna de hele partij op b8 staan. Er komt een mooie open e-lijn voor de torens en uiteindelijk geeft zwart op.

Op bord 4 speelt Peter met zwart: ”We spelen een gelijk opgaande strijd met wel veel spannende momenten in de partij. Onze achterste rij is b.v. steeds een bottleneck in combinaties. Na zijn g3 speel ik dan ook maar g6 om onze hartslag wat terug te brengen. Uiteindelijk win ik een pion met Ta4:.

Maar hoe win je deze partij? Want het liefst heb je de toren achter en vrijpion. Het leek me nog een hele klus. Maar dan speelt mijn tegenstander een zet met zijn Paard. Dit Paard heeft de hele wedstijd op f3 heeft gestaan en wil ook graag meedoen. Maar het gaat meteen fout!

Hij speelt Pd2 en dan volgt 35….;Td4 36 Pb3; Pe3; schaak 37 fe3: Td7: 38 Pa5; Td5 en de Pion op e5 wordt ook opgepeuzeld. Hij geeft daarom op.”

Op bord 5 speelt Eelko met wit: “In mijn partij liep het een keer niet zo lekker. Mijn tegenstander ontwikkelde langzaam. Ik had al mijn lichte stukken al in het spel gebracht, terwijl hij enkel nog stukken van de damevleugel dan gespeeld. Het kwam dan ook in mij op om mijn pijlen te richten op g7. Immers als alle stukken daar nog op z’n plek staan dan staat daar een toren geduldig te wachten tot mijn loper hem komt bezetten. Ik had dus wel gezien dat de zwarte dame op g2 een pionnetje kon pakken. Niet erg want na lange rokade is de g-lijn van mij, toch? Maar mijn rekenwerk liet me deze keer in de steek. De zwarte dame haalde de loper erbij. Oeps! Nu moest ik wel rigoureuze beslissingen nemen. Ik besloot mijn eigen dame te offeren. Ik had immers in het vooruitzicht om pion op g7 en toren op g8 te pakken?! En anders wel een drie lichte stukken. Helaas de zwart dame was genadeloos en liet mijn stukken dansen alsof het haar Pionnen waren. Hoe langer ik nadacht, hoe slechter mijn stelling werd. In deze partij heb ik geleerd meer respect te hebben voor de dame.”

Op bord 6 speelt Ruud met zwart: Er komt een eindspel op het bord met aan beide kanten een loper op de witte velden en een Pion meer voor Ruud. Dat lijkt op een winstpartij voor onze kant. Maar de witte Pionnen gaan allemaal op een zwart veld staan en zwart komt er niet doorheen: remise!  

Op bord 7 speelt Yuri met wit en hij is al snel klaar met een winstpartij. Details ontbreken vooralsnog

Op bord 8 speelt Hans met zwart: Mijn partij verdient niet de schoonheidsprijs van mijn kant”. Wel die van mijn tegenstander. 1 d4  Pf6 2 Pf3 g6 3 Pc3 Lg7 4 Lf4 d6 5 Dd3 b6 6 e4 La6 7 De3 Lxf1

Dat ziet er hoopgevend uit, lopers afgeruild en wit kan niet meer kort rokeren. Maar hij rokeerde lang. Mijn rokade gaat op de 9e zet. De rest van de partij was minder florissant voor mij zodat de zaak bij de 15e zet al kon worden opgegeven. Gelukkig deden de teamgenoten het beter zodat ik toch nog goed geslapen heb!”

Het slot van de avond is voor Bert. Hij speelt de langste partij en zijn Prachtige Pion op g3 kan dame gaan halen. Op de terugweg wordt al heel voorzichtig (en natuurlijk heel voorbarig) het woord ‘kampioen’ genoemd….En concurrent Onesimus is de volgende keer onze tegenstander.

En: “Aan het eind van de schaakpartij gaan zowel de koning als de Pion terug in dezelfde doos”.

Dino battle Messemaker RSB team-1 tegen RSR Ivoren Toren

(door Albert Segers)

Op maandagavond 23 maart ging de strijd om de koppositie in de RSB Hoofdklasse. Iets voor 20:00 uur waren alle combattanten gearriveerd en begon de zaal langzaam maar zeker op Jurassic park te lijken! We weten natuurlijk dat het Messemaker team de nodige “gerijpte spelers” telt, maar RSR deed er weinig voor onder: ook 5 spelers van rond de 60 jaar of ouder. Toch leuk om te zien dat de spelers van mijn generatie nog steeds vol passie voor ons mooie schaakspel de strijd aangaan op de 64 velden. Voor mijzelf was het een aangenaam weerzien met oude bekenden in de Rotterdamse competities van zeer vele jaren terug. Ik ben een jaar of zeven ouder dan hen maar ik kwam Wim Koster, Rob van
der Plas en Harold van Dijk al vaak tegen in het persoonlijk kampioenschap van Rotterdam en het Fokker toernooi. Ja, de beroemde Nederlandse vliegtuigbouwer sponsorde vele jaren een prachtig toernooi in Papendrecht waar het een nevenvestiging had. Dat is al meer dan 30 jaar verleden tijd! Meestal kon ik alleen op gepaste afstand toekijken hoe anderen dan om de koppositie streden. En hoe een Harold van Dijk, Wim Koster, Rob van der Plas en andere Rotterdamse coryfeeën zoals John van Baarle, Gert Timmerman en Ron Hofman met de titel aan de haal gingen. Maar één keer had ik ook mijn moment van glorie: rond het jaar 1990 werd ik gedeeld eerste in het Fokker toernooi, wat toen ook gold als het kampioenschap van de RSB. Harold van Dijk ging aan kop met 6 uit 6, maar verloor in de laatste (7 e ) ronde van mijn clubgenoot bij Overschie Johan Quist. Zelf won ik van een
andere favoriet en zodoende eindigden Harold, Johan en ik als gedeeld eerste met 6 uit 7. Een moment om nooit te vergeten (nou dat is gelukt blijkbaar ��).

Excuses voor deze persoonlijke ‘sweet memories’, terug naar de wedstrijd!

Er was natuurlijk een reden dat RSR een aantal oude kanonnen van stal haalde. Wim Koster (2125) en Rob van der Plas (2141) zijn niet meer zo actief de laatste jaren, maar kwamen nu hun team versterken want er staat tenslotte een RSB-kampioenschap op het spel! Beide teams waren sterk opgekomen en de gemiddelde rating ontliep elkaar niet veel: 2082 voor Messemaker tegen 2072 voor RSR. Een spannende wedstrijd lag in het verschiet en de schijn bedroog niet deze keer.

Halverwege de wedstrijd stond Messemaker 1 punt voor. Sjoerd won met wit een lekkere pot, zijn tegenstander liet op zet 15 een vrij standaard combinatie toe die een pion plus betere stelling opleverde. Kees speelde remise, naar eigen zeggen speelde hij met wit niet optimaal tegen de Moderne verdediging van zijn tegenstander en was er niet veel meer te halen voor beide partijen. Scott verloor helaas van Wim Koster. Hij speelde weer een prima partij, kwam met zwart iets beter te staan, maar na ietwat opportunistisch spel van Wim overzag hij dat zijn loper opeens ingesloten werd. Dat was meteen fataal. Maar Auke compenseerde dit verlies door met wit een bizarre pot te spelen tegen een jeugdspeler
van 14 jaar met een rating van 2165 (!). Auke is noodgedwongen een autodidact, hij begon – net als ik veel te laat – pas op 16-jarige leeftijd met schaken. Zijn tegenstander daarentegen zit in een talentenprogramma van de bond. En dan krijg je kortsluiting, in dit geval in het hoofd van zijn tegenstander. Die speelt namelijk volgens gezonde principes, krijgt en grijpt de kans om het centrum te beheersen, en staat duidelijk beter. Auke gooit hierna alles naar voren op de koningsvleugel, zie het volgende diagram na de zet 20.Ph4?!

Een leuk plaatje, dat zondermeer, maar wat dreigt wit nu eigenlijk? Zijn tegenstander speelde nu de zeer verleidelijke en logisch uitziende zet 20…. Pce5 (alle batterijen op de witte koning), maar dat kost een stuk na 21.Pxe5 (21.Lxb7 wint trouwens ook) Lxg2 22.Pxg2! want na 22…Pxe5 23.Lf4 is de penning dodelijk. Hierna probeerde de zwartspeler natuurlijk nog een bres te slaan, maar werd door Auke tactisch netjes opgebracht.
Dus één punt voor en de overige vier partijen staan min of meer gelijk tot beter voor Messemaker. Dus dat zag er zeer rooskleurig uit. Maar zoals zo vaak keerden toen de kansen. Albert wikkelt zijn droomstelling verkeerd af: hij wint een pion maar laat ook tegenspel toe en het loopt uit op remise. Peter stond lange tijd beter, wikkelt af naar een remise vesting maar laat Harold toch binnenkomen en verliest. Jan heeft een winnende aanval, maar mist de beslissende zet en moet in remise berusten. Zodoende komt het aan op de laatste partij van Guido met zwart tegen Mark Beijen.

Guido heeft de hele partij iets minder gestaan, maar bereikt een toreneindspel wat houdbaar is. Maar daarna gaat het door één onnauwkeurigheid toch mis. Zijn tegenstander heeft een gevaarlijke vrijpion die gewoon niet meer te stoppen valt. Zodoende valt het doek voor Messemaker en verliezen we met 3,5-4,5.

Conclusies: Leeftijd speelt een rol. In de vijf partijen waarbij het leeftijdsverschil meer dan 10 jaar was, scoren de jonkies 3,5 uit 5 en de dino’s 1,5 uit 5.

RSR heeft nu de koppositie overgenomen. Messemaker volgt op één matchpunt en veel minder bordpunten. Maar met nog twee ronden te gaan geven we de moed nog zeker niet op!


RSB-BEKER – Halve finale tegen Krimpen a/d IJssel

(Door Auke Wilming)

Maandagavond speelde het RSB-bekerteam de halve finale in en tegen Krimpen a/d IJssel. Er is dit jaar geen sprake van een vast bekerteam, en Guido was alweer de 8e speler van Messemaker in de beker dit seizoen. Wij waren in de voorgaande 8 partijen nog ongeslagen, maar Krimpen leek vooraf de ratingfavoriet. 

Na een uur gespeeld te hebben leek Guido op bord 4 met zwart een min of meer evenwichtige stelling bereikt te hebben. Jan had een complexe Siciliaanse stelling op het bord en ik schatte in dat zijn witte stelling goede kansen bood op winst. Ik ging op bord 2 met zwart direct een eindspel in (of een middenspel zonder dames), dat altijd iets beter voor wit zou moeten zijn. Scotts tegenstander had geen zin om zijn geïsoleerde damepion te verdedigen en gaf hem simpelweg op. Scott stond dus een pion voor en de waardering van de engine weerspiegelde dat: +1. Al met al hadden we op de witte borden dus goede winstkansen en leken de zwarte borden nog weinig gevaar te lopen.

Kort hierna keerden de kansen: Scott wilde g4 gevolgd door Dc1 spelen, en dacht toen: waarom niet eerst Dc1?! Zijn tegenstander was enigszins van slag door deze zet, want zwart kan nu heel eenvoudig een pion én een kwaliteit winnen. Scott had dat natuurlijk ook gezien, maar zoals dat soms gaat,  zag hij door alle variaties het bos (of bord) niet meer. Met een kwaliteit en weinig stukken op het bord leek dit een lastig verhaal te worden. 

Ik was uit mijn zwarte schild gekropen en had een eindspel van toren en loper tegen een toren en paard afgedwongen, wat achter het bord als een klein plusje voelde. Met de manoeuvre Tc8-c4-a4 kon ik bovendien de witte stukken bezighouden met het verdedigen van de a2-pion. 

Jans tegenstander had een pion geofferd en leek daar wat initiatief voor terug te krijgen. Al snel was daar niet veel van over, en de extra pion was bovendien een vrije a-pion! Op Guidos bord werd veel geruild en toen wit zijn kans miste op groot voordeel met een intermezzo leek het daar op remise af te stevenen. Scott wist het zijn tegenstander nog heel lastig te maken en dreigde ook een pionnetje te winnen, maar met nog 3 minuten op de klok wist wit zijn h-pion langs de hulpeloze g-pionnen te schuiven, en moest Scott opgeven.

Even later werd de vrede bij Guido inderdaad getekend en hadden we dus 1.5 punt nodig op 2 en 3 om tot snelschaken te komen. Jan wist de dames te ruilen en zwart wist daarna niet echt weerstand te bieden tegen Jans eenvoudige plan: a4-a5-a6-a7-Tb8. 

Ik zag de constructie a7-tb8 vanaf de zijkant en dacht dat zwart nu elk moment op zou geven. 10 minuten later keek ik weer eens opzij en tot mijn grote verbazing waren ze nog bezig en hadden ze beiden één toren en één loper. Toen ik nog eens goed keek snapte ik hoe dat kon: Jan had ook nog een dame. Met een dame minder probeerde zwart het gek genoeg nog best lang, maar dat mocht natuurlijk niet baten. 

Terwijl Jan de a pion aan het schuiven was, zocht ik een manier om voortgang te boeken. Daarbij gaf ik wit de kans om mijn loper en koning te immobiliseren, wat volgens de engine een winnende lijn was. Ik en ongetwijfeld ook mijn tegenstander zagen deze mogelijkheid, maar wij schatten het allebei verkeerd in. Zodoende kwam ik goed weg, en in de scrimmage onder de 5 minuten stond ik duidelijk beter. Mijn tegenstander ging all-in met een stukoffer, gevolgd door een kwaliteitsoffer, wat leidde tot 2 vrijpionnen op e6 en d5. Met de extra toren kon ik de pionnen ternauwernood stoppen en dus zijn we weer eens bekerfinalist!

De finale spelen we tegen de winnaar van de andere halve finale, die pas op 11 april gespeeld wordt. Zowel tegen Dordrecht als tegen RSR Ivoren Toren zal het een spannende finale worden!

RSB-team 2 ruikt kampioenschap na ruime overwinning

(door Wibo Bourguignon)

Ons RSB-team 2 staat, nadat nu alle wedstrijden zijn gespeeld/ingehaald, na 4 ronden aan kop in de 2e klasse. De uitwedstrijd tegen 3-Torens 1 werd met ruime cijfers gewonnen (½ – 7½). Medekoploper WSV Internos 1 staat op gelijke hoogte, maar heeft 2½ bordpunt minder. Het wedstrijdprogramma van beide teams is vergelijkbaar. Doel is nu blijven winnen en zoveel mogelijk bordpunten te vergaren. Onderstaand de partijverslagen.

Bord 1: Bernard

In mijn partij kwam ik wat onhandig uit de opening en gaf een pion weg. De compensatie die ik hiervoor had was een sterke loper en een wat onhandige pionnenstructuur voor mijn tegenstander. Ik baalde omdat ik het winnen van die pion gewoon volledig had gemist. Door de onhandige pionnenstructuur van mijn tegenstander, kon ik wel vrij eenvoudig goede velden vinden voor al mijn stukken.  Door het vinden van goede velden, werkte een bepaalde tactiek uit onderstaande diagram, waarmee de partij eindigde.

Stelling na d6xc5

Hoewel meerdere zetten in deze stelling winnen. (Dxc8 Txc8 Td8 bijvoorbeeld). Deed ik Pe7, die mijn tegenstander pakte. Hij had gemist dat Dxc8 mat is. 

Bord 2: Jeroen

Met zwart speelde ik de “Nimzo-Indian Defense: Bishop Attack, Classical, Botvinnik System”. Na wat geschuifel dacht ik op voordeel te komen, maar dat bleek echter niet zo te zijn. De gehele partij is de waardering niet boven of onder de -0,5 tot +0,7 geweest. We hebben zojuist de dames geruild op b2: Stand na de 27ste zet van wit: 27. Lxb2 met remiseaanbod.

Mijn tegenstander had nog minder dan 4 min en ik ruim 20,  ik twijfelde of ik toch nog door kon spelen, maar dat leek mij ook niet zo moeilijk voor wit. 27. .. g6 (+0.60) of 27…gxf6 (+0.34) is helemaal niks. Ik dacht ook na over 27…Pb5, (+0.65) maar dat is ook niet de oplossing. Ook andere zetten maakt het niet moeilijk voor wit. Ik koos dus eieren voor mijn geld en nam het remiseaanbod aan, hiermee was de 0,5-4,5 winst voor het team binnen. Ps: Rokers hebben het niet makkelijk tegenwoordig, en naast het buiten roken was de ingang ook nog eens gesloten. Na als een malle op de bel gerukt te hebben werd ik toch nog weer binnen gelaten.

Bord 3: Rob

Mijn tegenstander speelde de opening goed en in het vroege middenspel stond het gelijk. Alleen: ik had een plan, hij niet. Ik kon een glad lopende minoriteitsaanval opzetten die mij een pion opleverde en een actieve toren op de 7e rij en een uitstekend paard, terwijl zijn stukken passief stonden. De computer gaf mij +2. En toen dacht ik een superieur zetje te spelen, wat een enorme blunder was: ik moest mijn paard voor een pion geven en een eindspel ingaan van T+L+3pi tegen T+5pi. Maar ook hier speelde mijn tegenstander planoloog, zodat ik met mijn verbonden vrijpionnen kon oprukken. Hij moest zijn loper teruggeven waarna ik de partij gemakkelijk kon afmaken.

Bord 4: Frank

In mijn partij ging ik in een Boedpester in de aanval waarbij de toren van a8 snel op h6 stond. De druk op de koningsstelling van wit leek groter dan hij in werkelijkheid was, Mijn tegenstander gaf een pion om onder de druk uit te komen. De druk werd daardoor echter alleen maar groter.  

Stelling na 22.Dxe4 

Ik had hiervoor niet de beste voortzetting gespeeld, maar het staat volgens de engine al -2,3. Hier is 22.., Lxh3 aangewezen. Ik speelde echter 22…, Lf5 23.De3 Dg6 24.Tdc3 Lxh3 25.Pg3 Ld7 . De witte stelling komt open te liggen:

Even later, na 26.Dxb6 Le5 27.Txc6 Lxc6 28.Lxe5, …

Hier geeft de engine aan: 28.., Th1+ 29: Kxh1 Lxg2+ met damewinst. Ik speelde 28…; De6 29.Lf4 Dd5 30.f3. De witte stelling is niet te houden en na 45 zetten gaf mijn tegenstander op. 

Bord 5: Eelco

Het is ook weleens fijn als je degene bent die meer weet van de opening dan je tegenstander! Dit gebeurt me niet vaak, maar ik moest nu op zet 19 voor het eerst echt nadenken, om te kiezen tussen twee winnende opties. Mijn tegenstander speelde het de eerste 16 zetten prima, maar daarna ging hij de mist in. Dit was na anderhalf uur de stelling na zet 23:

Ik had een paar minuten nodig om de snelste winst te vinden, maar dit moet de lezer ook lukken 🙂 Meestal ben ik juist als een van de laatsten klaar, nu als eerste al.

Bord 6: Nick

Mijn partij begon met 1.c4 c6 2.Pc3 d5 3.d4 Pf6 4.Pf3 e6, de Semi-Slavische verdediging. Een aantal zetten later speelde mijn tegenstander 8.Db3, waarvan ik het vermoeden had dat het niet de beste zet was in de stelling, met een sterke loper op d3 zou wit de aanval juist moeten zoeken aan mijn koningszijde.

De partij ging verder met 8….Pbd7, 9. Ld2 dxc4, 10. Lxc4 e5 en 11.Lxf7+. Ik twijfelde hier of ik moest pakken, wat overigens de beste optie was, of 11…Kh8, ik besloot uiteindelijk te gaan voor 11…Kh8 met het idee om de open f lijn te gebruiken voor een aanval. De partij ging verder met 12. Lc4 exd4, 13. Pxd4. Ik had hier verwacht dat mijn tegenstander met de e pion terug zou slaan, omdat het paard een belangrijk verdedigend stuk is in de stelling van wit, daar wist ik dan ook gelijk gebruik van te maken door 13…Pc5 14.Dc2 Lxh2+. Een mooi offer van de loper.

De beste optie voor wit is om het offer te accepteren, mijn tegenstander besloot 15.Kh1 te spelen, wat gevolgd werd door 15…Pg4, de stelling is hier al compleet verloren voor wit, er kwam nog wel een mooi vervolg: 16.g3 Dg5 17.Kg2 Pxf2 18.Txf2 Dxg3+ 19. Kh1 Txf2. Een aantal mooie offers en wederom een overwinning in de RSB.

Bord 7: Ivar

Ik had een gelijk eindspel, het had remise horen te zijn, maar zoals al vaker, was mijn tegenstander te enthousiast.

Bord 8: Wibo

Mijn tegenstander opende met wit zeer verdedigend, maar wist gaandeweg een flinke koningsaanval op te bouwen. Na 27 zetten stond onderstaande stelling op het bord.

Mijn koning stond helemaal ingesloten, maar hoe nu verder? Mijn tegenstander had eerder verzuimd de stelling open te breken en nu waren er geen goede aanknopingspunten meer. Ook Fritz komt niet met goede aanvalsplannen. Dat gaf mij de mogelijkheid om zelf op de damevleugel de aanval te openen. Ik wist met de b-pion door te breken en 10 zetten later was dit de stelling met groot voordeel voor zwart.

Mijn tegenstander speelde nog bijna 30 zetten door, maar gaf op toen ik een pion kon promoveren tot dame.

Messemaker KNSB-team 2 wint van Schaakmat Westland 2

(door Eelco Naarding)

Op zaterdag 7 maart stonden we klaar voor onze thuismatch tegen Schaakmat Westland 2. Na onze vorige twee overwinningen staan we samen met SW2 midden in de groep, en een overwinning hier zou ons mooi de top 3 in kunnen brengen. Op papier waren we de gezonde favoriet met een gemiddelde 100 ratingpunten meer. Het werd toch nog best spannend, maar wel een korte middag!

De eerste partijen waren vrij snel klaar. Derek had een leuke koningsaanval, en Simon ging helaas zelf mat. 1-1.

Jonathan was al een hele tijd met een stuk minder aan het schaken, en dat was niet te houden. Ivar “dit wordt weer remise” Rothuizen kwam wederom uit een gelijk eindspel met een mooie overwinning. 2-2.

Daarna was Frank klaar:

In mijn partij werd het evenwicht de gehele partij nauwelijks verbroken. Ik probeerde zijn toren in te sluiten, maar hij pareerde dat prima. Ik zag vervolgens een kleine combinatie over het hoofd. Mijn tegenstander had hierna een paar kansjes om beter te staan, maar hij wikkelde af naar een gelijkwaardige stelling. Hij was mij net voor met het aanbieden van remise. Dit halfje bleek uiteindelijk belangrijk voor de eindoverwinning.

2.5-2.5. Leslie joeg de koning van de tegenstander het hele bord over. Dit kon niet goed blijven gaan, en hij won een stuk en daarna het eindspel eenvoudig. 3.5-2.5.

Dan Frans:

Ik speelde tegen een leeftijdsgenoot, die een aanzienlijk lagere rating had en waarvan ik dus eigenlijk had moeten kunnen winnen. Dat geeft bij mij vaak wat extra druk en gevaar van onderschatting.  Hij speelde een soort Philidor in de voorhand  en ik wachtte geduldig op een foutje dat niet kwam, hoewel ik wel een betere stelling kreeg. Opeens overkwam mij een moment van schaakblindheid, waarbij ik met een toren op e5 en een ongedekte loper op a6 de zet d4 toeliet met kwaliteitswinst voor wit. Ik zocht nog naar compensatie, maar die was er niet. Enige troost bood mij de dagen daarna dat voormalige topploegen als Ajax en Feijenoord niet konden winnen van op papier zwakkere tegenstanders, met als gevolg 3, resp. 2 verliespunten. Mijn verlies bleef beperkt tot 1 punt en bovendien betrof het slechts een persoonlijke deceptie. Het team won en daar gaat het om …. toch?

Toen was het 3.5-3.5, en was alleen ikzelf nog bezig. Zoals mijn teamgenoten hierboven al aangeven, viel dat gelukkig goed! Mijn tegenstander was niet zo bekend met een specifieke variant van de opening en ik kreeg veel ruimte in het centrum na wat onnauwkeurige zetten van zwart. +2 na zet 11, aldus Stockfish. Na nog wat gemanoeuvreer zag ik hier de eerste kans:

15. b4! Bb6 16. Nb5 Bc7. Zwart moet de mooie loper op c5 opgeven om te voorkomen dat mijn paard op d6 landt met schaak. Nu kan ik rokeren, en voor zwart duurt dat nog wel even. De kritieke fout van mijn tegenstander kwam een paar zetten later, nadat het andere paard alsnog naar d6 ging met schaak:

24. … Rxd6? 25. exd6 Qxd6?? 26. Bxh8 . Oeps, de toren hing ook nog. Het alternatief 24… Kb8 25. Bxd5 is ook niet heel prettig, maar dan gaat de partij nog wel door. Met twee torens voor een stuk en een pion speelde mijn tegenstander nog even door, ook omdat ik niet veel tijd meer op mijn klok had. Maar het mocht niet baten, 4.5-3.5 was de einduitslag, en we waren rond een uur of 4 allemaal klaar.

KNSB Team1: Winnende blunders, verloren winstpartijen en een nutteloos gelijkspel

(door Sjoerd Hubregtse)

Afgelopen zaterdag speelde Messemaker 1 tegen Souburg 1. Souburg was nog ongeslagen in onze klasse en heeft een hogere gemiddelde rating dan ons vlaggenschip. Het beloofde dan ook een pittige middag te gaan worden.

Als eerste was Auke klaar op bord 3. Van zijn partij heb ik weinig meegekregen, maar ik begreep dat hij iets minder stond toen remise door zetherhaling werd overeengekomen.

Hierna zag ik Bernard (6) hoofdschuddend de zaal uitlopen. Na de opening leek er weinig aan de hand voor Bernard. Een poging om met oprukkende pionnen het initiatief te pakken, werd hem uiteindelijk fataal. Het paard en torens van de tegenstander profiteerden optimaal van de kwetsbare stelling die was ontstaan. 

Kees (7) wist de stand weer gelijk te trekken. In een juweel van een partij wist hij zijn tegenstander kansloos te laten. In onderstaande stelling speelde Kees 22…Te3+ 23.Tf3 Tee2 en de aanval van zwart is niet meer te stoppen. Ook de engine had geen verbeteringen voor Kees.

Jan (2) speelde erg solide tegen de op papier sterkste speler van Souburg. Probleemloos werd door hem remise behaald. 

Vervolgens wist Scott (4) ons op voorsprong te zetten. Scott had al veel dreiging opgebouwd toen zijn tegenstander in onderstaande stelling 24…g5 speelde.

Scott gaf een kwaliteit met 25.Lxe6 gxh4 26.Lf5 en wist de aanval daarna prachtig af te maken.

Met een 3-2 voorsprong waren Peter (1), Rob (8) en ik (5) nog bezig en zag het er nog steeds goed uit. Rob stond vanuit de opening beter en speelde voor de winst. Zijn stelling op dat moment was als volgt:

Peter stond lastig, maar kon het misschien nog redden. En bij mij was na een lastige opening de partij inmiddels minimaal weer in evenwicht.

Niet heel veel later was de partij voor Peter inmiddels ineen gestort en moest hij opgeven. Ook bij Rob zag het er opeens niet meer rooskleurig uit. Zijn aanval was stukgelopen en zijn tegenstander nam het initiatief over. De stelling was inmiddels:

Na nog een paar mindere zetten moest ook Rob capituleren.

Op bord 5 lukte het mij om de eindstand gelijk te trekken naar 4-4! Bepalend was mijn zet in onderstaande stelling:

Ik besloot hier voor de winst te spelen en deed 37…c4? 38.Kd2 Kd6. Ik had berekend dat uiteindelijk de witte koning op c3 en de zwarte koning op c5 terecht zouden komen en dacht dan met pionzetten op de damevleugel wit in zetdwang te krijgen en tegelijkertijd hield ik de breekzet a5 onder controle. Achteraf noem ik 37…c4 de winnende zet, maar de engine is onverbiddelijk. Een blunder! Wit kan namelijk met breekzetten ook nog een vrijpion op de damevleugel creëren en dan is het voor zwart niet te keepen. Bijvoorbeeld 39.Kc3 Kc5 40.h4! f5 41.f4!! exf4 42.e5 h6 43.a5!

Gelukkig zag mijn tegenstander dit ook niet en eindigde de partij met 39.Kc2 f5 40.exf5 gxf5 41.g4 f4 42.g5 e4 43.Kd2 exf3 0-1

Na afloop ontstond een discussie of we met 5 matchpunten ons veilig hadden gespeeld. Na het zien van de andere uitslagen is echter duidelijk, dat we er weinig mee zijn opgeschoten. In de laatste twee ronden is nog steeds minimaal één resultaat nodig.

Schoolschaakkampioenschap Gouda weer een groot succes

Op woensdag 4 maart organiseerde schaakclub Messemaker 1847 weer het jaarlijkse schoolschaakkampioenschap van Gouda voor het basisonderwijs. Het toernooi trok dit jaar een record aantal van 160 deelnemers, verdeeld over 40 teams (17 in de Onderbouw, 23 in de Bovenbouw). Plaats van handeling was de kantine van De Goudse Waarden aan de Heemskerkstraat. Mede dankzij de inzet van veel Messemaker-leden (waarvan sommigen pas in een zeer laat stadium waren opgetrommeld, toen bleek dat het aantal deelnemers erg groot zou worden) verliep dit evenement uitstekend. De eindstanden zijn te vinden op de toernooiwebsite.

RSB 3 extra (23-2)

Op bord 6 Yuri zijn partij. Hierbij zijn verhaal:

“Ik speelde met zwart tegen een tegenstander van vergelijkbaar niveau. Het werd een interessante partij die alle kanten op kon. 1. e4 c5 2. Nf3 e6 3. c3 d5 4. Bb5+ Bd7 5. Bxd7+ Nxd7 6. exd5 exd5 7. O-O Be7 8. d4 c4?!
Dit was mijn eerste praktische fout. Het “wint ruimte”, maar het zet ook de structuur vast en geeft wit makkelijke doelen en voorposten, en ik loop nu ook achter met rokeren.
9. Re1 Ngf6 10. Bg5? O-O 11. Nbd2 h6 12. Bh4 Re8 13. Ne5 Nxe5 14. Rxe5 Nd7?
Dit laat wit belangrijke materiaal-/structuurwinst behalen met Bxe7 en daarna Rxd5. Beter was 14…Ne4 of 14…Rd7 om controle te houden en niet toe te laten dat de toren domineert. Op dat moment leek het mij een keuze tussen een pion verliezen of mijn koning openbreken.
15. Bxe7! Rxe7 16. Rxd5 Qc7 17. Nf3 Rae8 Ik dacht dat er nog veel te spelen was, dus mikte ik op het verdubbelen van de torens op de e-lijn 18. Rh5?! b6 19. Qa4 Qd6?



Wit zou gewoon de pion op c4 moeten nemen; daarop had ik g5 + Qg6-dreiging voorbereid, maar ik zie nu dat het niet werkte. 20. Ne5 Qe6? Ik creëerde een “monster” van een e-lijn, maar de computer wilde hier 20… g6 met een klein voordeel voor zwart.
21. Qd1 g5?! Dit was riskant, maar ik dacht dat ik het moest proberen.
22. h3 Nxe5 23. dxe5 Qg6 24. f4 gxf4 25. Qg4? Wit helpt me: dit maakt een schone dameruil mogelijk. Sterker was om de dames op het bord te houden en druk te zetten met Qf3 of Qd4.
25… Qxg4 26. hxg4 Rxe5 27. Rxe5 Rxe5 28. Kf2 f5 29. gxf5 Rxf5 30. Kf3
Op dit punt realiseer ik me dat ik eigenlijk een pion voor sta, maar dat het waarschijnlijk theoretisch remise is (computer bevestigt dat later). 30… Kg7 31. Rg1 Kg6 32. Rd1 Kg5 33. b3?
Dit was het kantelpunt, zoals ik in de analyse na de partij ontdekte. 33… cxb3? (Winnende zet was 23…. Re5 onmiddellijk) 34. axb3 Re5
Rond dit moment raadpleegde ik onze teamcaptain en bood ik remise aan. Mijn tegenstander raadpleegde ook zijn captain en het remiseaanbod werd afgewezen. Achteraf bleken beide captains gelijk te hebben — ik stond een paar zetten later verloren.
35. Rd3 h5 36. c4 Re3+ 37. Rxe3 fxe3 38. Kxe3 Kg4 39. Kf2 Kf4



40. b4?? (-8.0) a5?? (+8.0) Dit was een blunder, maar geen van ons zag het. Zoals na de partij door een toeschouwer werd aangetoond, wint wit nu met het simpele 41. c5!. Maar mijn tegenstander zag het niet en daarna was het eigenlijk voorbij.
41. bxa5 bxa5 42. c5 Ke5 43. Ke2 Kd5 44. Kd2 Kxc5 45. Kc2 Kd4 46. Kd2 a4 47. g3 a3 48. Kc2 Ke3 0-1”