Hilarische kolderschaakavond

(door Jeroen Eijgelaar)

Het schaakjaar (niet het schaakseizoen) werd weer traditioneel afgesloten met een Kolderschaakavond. Het was weer een hilarische avond. We speelden 6 ronden in poules van 6 of 4 met dus de bijzondere extra schaakregels (met dank aan Peter Ypma).

De 3 winnaars zijn geworden: Eelco Naarding, Marijn Wilbrink en Jonathan Roodhorst. Zie hieronder de uitslagen en de spelregels per ronde.

We sloten het jaar nog af met een drankje en 2 hapjes

De spelregels per ronde:

Ronde 1: Springende toren                                                 
Een toren mag over één stuk heen springen. In de beginpositie zijn Ta3 en Txa7 dus legale zetten. Een zeer korte partij zou 1.Ta5 Pf6 2.Te5# zijn.

Ronde 2: Spelen met elkaars pionnen                               
Pionnen mogen nu ook achteruit zetten en schuin achteruit slaan. Een pion mag hierbij op de eerste rij komen. Alleen met de eerste zet van een pion mag je hem twee zetten naar voren doen (na 1.e3 … 2.e2 … mag de zet 3.e4 dus niet).

Ronde 3: Schaak zetten is verplicht                       
In deze ronde ben je verplicht om schaak te zetten als je een legale zet hebt om schaak te zetten.

Ronde 4: Paard en koning omgedraaid                 
In deze ronde zet de koning als een paard en een paard als een koning. Je wint nog steeds als je de koning mat zet (dat is als hij op de volgende zet geslagen kan worden en geen legale zetten heeft). Een rokade is nog steeds toegestaan.

Ronde 5: Broederschaak                                         
Een stuk kan niet hetzelfde type stuk van de tegenstander slaan. Een dame mag dus geen dame slaan, een paard geen paard, etcetera. De enige uitzondering is dat een koning nog steeds niet naast de koning van de tegenstander gezet mag worden.

Ronde 6: All-the-way                                               
De toren, dame en loper mogen in een richting alleen de maximale afstand afleggen. Dit betekent dat de dame in het diagram hieronder alleen naar h3, f3 en a1 kan.

Volg ons of deel dit bericht via:

Eén antwoord op “Hilarische kolderschaakavond”

  1. Ik moest echt wennen. Bij de eerste speelvorm (de toren kan over één stuk of pion heen springen) werd als voorbeeld die variant met 1.Ta5 en 2. Te5 gegeven. ‘dat ga ik gebruiken!’ dacht ik en speelde in mijn partij (ik had wit tegen Eelco) 1. Th4?? waarop Eelco 1… Txh4 speelde. Stom van me. Ik speelde (veel te snel) 2. Pf3 en zag meteen dat hij met 2…Te4 mij mat kon zetten. Maar hij speelde 2…Th1, waarbij ik een seconde dacht ‘hij heeft het niet gezien!’ waarna ik me al snel realiseerde dat ik nog alleen 3.Pg1 kon spelen waar na ik na 3… Tg1: mat stond. De partij had ongeveer 30 seconden geduurd. Ik weet niet meer precies wat ik deed, de stukken van het bord vegen? Huilend naar de bar? Ik ben te oud voor dit soort gedoe.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *