Ypma, Peter (2239) - Vrolijk, Liam (1915)
Vriendschappelijke match, 05/12/2014

Round 1


1.f4 Dit had ik voorbereid. De reden hiervoor is dat Liam nu niet gemakkelijk in zijn eigen repertoir kan komen: Op 1...e5 speel ik namelijk 2. e4 en krijgen we koningsgambiet, iets dat Liam normaal niet krijgt doordat hij op e4 geen e5 speelt. Op 1...d5 speel ik een variant van het Hollands met een tempo meer. Hollands krijgt Liam normaal ook niet en hij zit hier dus al in een lastig pakket.
1...Nf6 2.Nf3 g6 3.d3 Bg7 4.e4 d6 5.g3 O-O 6.Bg2 Liam heeft nu de twee hoofdopeningen die niet in zijn repertoir zitten, weten te ontlopen. Hier moet hij echter alsnog kiezen tussen twee pionnenstructuren die hij normaal niet krijgt. Namelijk tussen een soort gesloten siciliaan (met 6... c5) en een pirc met 6...c6.
6...c6 Met de zet c6 speelt Liam de stelling als een pirc. Daar kan niet zo veel mis mee zijn (c6 wordt wel eens de universele zet in de pirc genoemd), maar een pirc speelt wel lastig als je het stellingstype niet gewend bent en de zet c5 was waarschijnlijk practisch gezien dus een betere keuze.
[6...c5! De witte opzet lijkt wat traag voor een gesloten siciliaan en ik denk dat dit dus een goede manier is om met zwart verder te gaan. Er ontstaat dan een spannende stelling waarbij wit op de koningsvleugel gaat aanvallen en zwart op de damevleugel. Hierbij is zwart door de trage opstelling van wit sneller, maar speelt wit tegen een koning. Een mooi illustratie van het zwarte plan zien we in Azaladze (2414) - Shanavar (2567), Izner 2011
7.Nc3 Nc6 8.O-O Rb8 9.h3 b5 10.g4 b4 11.Ne2 Nd7 12.f5 Ba6 13.Nf4 Nde5 14.Nxe5 Bxe5 15.g5 Qa5 16.h4 c4 17.h5 Het verschil tussen de zwarte aanval op de damevleugel en de witte op de koningsvleugel is dat zwart 5 stukken in de aanval heeft, terwijl wit enkel een paar pionnen heeft.
17...b3! 18.cxb3 cxd3 19.Nxd3 gxf5 20.exf5 Nb4 21.Nxe5 Bxf1 22.Nd7 Bxg2 23.Kxg2 Qxf5 24.Nxb8 Rxb8 25.Qf3 Qc2+ 26.Qf2 Qc8 27.Kh2 Nd3 28.Qe3 Rb4 29.Qxd3 Rh4+ 30.Kg2 Qg4+ 31.Qg3 Qe2+ 32.Kg1 Rg4 33.Qxg4 Qxg4+ 34.Kf2 Qh4+ 35.Ke2 Qxh5+ 36.Kd3 Qd1+ 0-1]
7.O-O Qb6+ De reden dat de zet c6 in de pirc de universele zet heet, is dat het bij drie idee├źn helpt: a) Het maakt Db6+ mogelijk. b) Helpt bij acties op de damevleugel (vaak een combinatie van b5, a5 en Pd7-b6 of Db6) c) Helpt bij het spelen van d5. Het plan met d5 lijkt in deze specifieke stelling wat minder, maar het plan met b5 lijkt een zeer goed alternatief voor Db6.
[In de partij Pyhala (2385) - Koskinen (2270), Tampere 1989 laat zwart goed zien hoe dit damvleugelplan eruit kan zien:
7...Nbd7 8.Nc3 b5 9.h3 b4 10.Ne2 a5 11.g4 a4 12.Rb1 Qb6+ 13.Kh1 b3 14.axb3 axb3 15.c4 en zwart heeft door zijn ruimte op de dame-vleugel en open a-lijn eerder de betere stelling (de partij werd na een paar fouten aan beide kanten remise)]
8.Kh1 Nbd7?! Deze zet is inconsequent. Het idee achter 7...Db6+ is namelijk een snelle aanval. Als dit namelijk niet lukt, staat dame op b6 meer in de weg dan goed. Liam vertelde na afloop dat hij twijfelde over de complicaties na 8...Pg4. Dit kan ik mij heel goed voorstellen, want ik twijfelde daar ook over (en baalde al dat ik 7...Db6 uberhaupt had toegelaten!) . De fout waar Liam in dit geval aan kan werken, is dus niet het niet spelen van 8...Pbd7. Dat is een logische zet als Pg4 niet werkt, maar op het juiste moment nadenken over een stelling. In dit geval kun (en moet) je op zet 7 al nagaan wat de complicaties na 8...Pg4 zijn. Op dat moment moet je namelijk bepalen of je de stelling na Pg4 wilt spelen (want als je het niet wilt, speel je ook geen Db6+). Ideaal tijdgebruik zou dus zijn om voor Db6 veel tijd te reserveren, zodat je Pg4 bijna direct kan uitvoeren.
[8...Ng4!? 9.d4
(Ik was zelf niet echt tevreden met de stelling die ik na 9.d4 overhield en was het kwaliteitsoffer 9.c3 aan het overwegen. Het probleem van zulke offers is dat er zo'n groot web van varianten is dat het bijna onmogelijk is om alles te overzien en een kleine zet het verschil kan zijn tussen damewinst en een hele slechte stelling. In een korte analyse na de partij dachten we dat het waarschijnlijk goed was voor wit. Mijn engines zeiden thuis echter dat bijna iedere legale 11de zet voor zwart, zwart voordeel geeft. Bij het analyseren van de stelling blijkt de waarheid ergens in de midden te liggen: zwart kan met nauwkeurig spel beter komen te staan, maar moet daarvoor wel nauwkeurig spelen.
9.c3? Nf2+ 10.Rxf2 Qxf2 11.d4 d5 (Naast c5, zijn ook d5, Lg4 en Pd7 (met het idee Pf6-e4) zinvolle zetten. In alle gevallen staat zwart bij correct spel iets beter, maar moet hij in sommige varianten nog wel zeer nauwkeurig spelen.
11...c5 12.d5! (12.Na3?! cxd4 13.cxd4?! bekeken we in de analyse, maar hier heeft zwart
13...Bg4 14.Nc2 Rc8) 12...Nd7! het zwarte plan is om Pf6xe4 te spelen, waardoor de dame soort van gedekt is.
(12...c4 is misschien de meest practische manier om van de problemen rond de damevangst af te raken.
13.Na3 Qc5 14.Qe2 Bd7 15.Be3 geeft wit compensatie voor de kwaliteit.) (Een indicatie van de ingewikkeldheid van de stelling is dat engines eerst denken dat b6 heel goed voor zwart is, maar het onduidelijk is.
12...b6 13.Nbd2 Ba6 14.Bf1 Bxf1 15.Nxf1 Nd7 16.Rb1 Nf6 17.Ng5 h6 18.Be3 Ng4 19.Qxg4 Qc2 20.Rc1 Qxb2 21.Nh3) 13.e5 (13.Nbd2?! Nf6 14.Nc4 Nxe4 15.Be3 werkt niet, omdat de dame op d1 staat en Lxf2 wint dus niets.
15...b5) 13...dxe5 14.Nbd2 c4 en de computer denkt dat wit nog wel wat compensatie heeft voor de kwaliteit (al is het niet genoeg), maar zwart staat natuurlijk beter.) 12.Nbd2 Nd7! is opnieuw het juiste zwarte plan al is het wederom nog niet helemaal duidelijk.
13.exd5 cxd5 14.Nf1 Nf6 15.Ne3 Bg4 (15...b6 16.Ne5 Ba6 17.Bf1 Bxf1 18.Nxf1 Ne4 19.Nd3) 16.Nxg4 Nxg4 17.Ne1 Rac8 18.Nd3 Bxd4 19.cxd4 Rc2 is een smalle weg die tot een iets betere stelling voor zwart leidt.)
9...c5 had Liam naar gekeken. Het is een interessante stelling wat ongeveer gelijk staat. Dat lijkt mij in elk geval beter dan 8...Pbd7.]
9.Nbd2 Ng4?! Liam had Pc4 over het hoofd gezien en door die zet doet Pg4 niet zo veel.
10.Nc4 Qc7 11.Nh4 Ngf6
[Liam vertelde in de analyse dat hij naar manieren had gezocht om het paard van c4 weg te krijgen, terwijl het paard nog op g4 staat. Dat zou inderdaad heel mooi zijn. Liam had echter correct gezien dat na 11... b5 12.Pxd6 exd6 13.Dxg4 wit een pion wint, maar zwart kan hetzelfde plan ook met
11...Nb6! uitvoeren. Wit kan nu alleen paardruil voorkomen met
12.Na3 waarna zwart behoorlijk wat tijd gewonnen heeft.]
12.Ne3 Re8?! Mijn engines geven aanvankelijk aan dat het ongeveer gelijk staat in deze stelling. Ik denk dat in de praktijk echter de witte stelling veel makkelijker speelt. Wit heeft een concreet plan op de koningsvleugel, terwijl het lastig is om een constructief plan voor zwart te vinden. Sterker nog, ik geloof dat de engines ongelijk hebben en wit wel degelijk reeds - ook - objectief beter staat. In de varianten van de engines (die gelijkspel zouden bieden) worden slechts wat zwarte stukken rondgespeeld, terwijl wit echt verder komt. Desondanks denk ik dat zwart het wit moeilijker kan maken. Namelijk door actief te verdedigen. Zie bijvoorbeeld de variant met ...b5!
[Zo'n gelijke variant volgens de engine's is
12...Nc5 13.g4 Nfd7 14.g5 Rb8 15.f5 waarna het duidelijk is dat de stelling van wit is verbeterd.]
[Een betere poging dan het opbouwen van een verdedigingsmuur is vaak om zelf actief tegenspel te ontwikkelen. Een goede poging hiertoe zou
12...b5! 13.g4 Bb7 14.g5 Ne8 15.f5 c5 zijn. Wit staat beter, maar zwart doet in ieder geval mee.]
13.g4 Nf8?! 14.g5 Nh5 15.f5 Be5?! Zwart heeft niets ondernomen, waardoor het nu op alle manieren uit is.
16.Ng4 Bg7 17.Qf3 e5 18.f6?! Computers vinden dit een mindere zet. Dit heeft voor een deel te maken met het feit dat computers het verschil niet kunnen maken met `slecht stuk dat lang slecht blijft' en `een stuk dat altijd slecht blijft'. De computer geeft dus een te positieve evaluatie voor de loper op h8 die daar de rest van zijn leven zal doorbrengen (in sommige stellingstypen kan een mens de stand beter inschatten dan de computer!). Desondanks is f6 inderdaad waarschijnlijk te vroeg gespeeld. Wit kan zijn stelling verder verbeteren zonder dat zwart veel kan doen en dan moet je natuurlijk van die gelegenheid gebruikmaken!
[18.h3! is een mooie voorbereidende zet. Nu dreigt f6 met stukwinst, omdat na 19.f6 Lxg4 20.hxg4 twee stukken aangevallen staan!
18...a5 19.f6 Bxg4 20.hxg4 Nf4 21.fxg7]
[18.Be3!? is ook beter, omdat de toren op a1 dan makkelijker bij het spel betrokken raakt.]
18...Bxg4 19.Qxg4 Bh8 20.Nf5! Hier wordt duidelijk waarom f6 waarschijnlijk te snel was. Zwart dreigt namelijk 20...h6, waar wit nog niet een echt lekker antwoord op heeft. Deze verkapte ruil is nog het beste.
20...gxf5
[20...Ne6 21.Nh6+ Kf8 is ook niets voor zwart.]
21.Qxh5 f4 22.Bh3 d5
[In de partij was ik nog bang voor
22...Qd8 23.Bf5 Bxf6 24.gxf6 Qxf6 met voor mijn gevoel ineens een beetje spel voor zwart. Liam zei echter terecht `ik sta hier gewoon een stuk achter'. Daar heeft hij natuurlijk gelijk in en deze stelling is ook helemaal uit (al stond zwart practisch gezien de loper op h8 toch al achter...)]
23.Bf5 dxe4 24.Bxe4 Rad8 25.Rf3 Rd4 26.Bxh7+ een mooie slotzet Belangrijkste leerpunten: Voor mezelf: 1) Ik dacht tijdens deze partij twee keer te gemakkelijk over een zet (het toelaten van 8...Db6 en de gemakkelijkheid van de winstvoering na 18.f6), terwijl ik in beide gevallen wist dat ik goede alternatieven had. Ik moet mijzelf dwingen om op zulke momenten meer tijd te gebruiken. Voor Liam: 1) Wanneer je een geforceerde variant kunt ingaan, kun je het best bij de eerste zet goed doorrekenen en de zetten daarna snel spelen. Vaak is de eerste zet namelijk al niet goed als de vervolgzet slecht is! 2) Wanneer je moet verdedigen, is het goed om jezelf de vraag te stellen `hoe groot de kans is dat je het houdt bij passieve verdediging. Wanneer dit laag is, kun je meestal het beste actief spelen. Dit is lastiger te handelen voor een tegenstander.
[26.Bxh7+ Nxh7 27.Rh3 en mat is niet meer te voorkomen, bijvoorbeeld
27...Bxf6 28.Qxh7+ Kf8 29.gxf6 en 30.Dh8#]


1-0

Created with PGNtoJS