|
Verslag ronde 6
Consequent Sinterklaas
Ook mis tegen de reserves van Nieuwerkerk
Als de RSB-competitie een ‘Sinterklaasprijs’ zou kennen, kunnen we nu al – een ronde voor het einde van de competitie – richting erepodium gaan.
We doen onze tegenstanders consequent een berg punten cadeau. De pessimisten onder ons vrezen zelfs dat het ook wel eens de poedelprijs zou kunnen worden,
maar dat gaat te ver. Feit is wel dat we tegen het tweede achttal van Nieuwerkerk aan den IJssel opnieuw een wanprestatie leverden die een smadelijke 2,5-5,5
nederlaag opleverde. Feit is ook, dat we er goed aan doen om in de slotronde op 8 april te winnen van Moerkapelle 2. Zo niet, dan is degradatie theoretisch nog mogelijk.
Helemaal te gek!
Wat zich tijdens het duel afspeelde
(Een korte sfeertekening)
De teamleider had ditmaal alle fantasie en tactische bespiegelingen achter zich gelaten. ‘Gewoon’ opdraven in volgorde van rating.
Dan moest het wel goedkomen tegen de reserves van Nieuwerkerk, was de simpele gedachte. Per slot van rekening kunnen we bogen op een ruim ratingsurplus.
Heel stiekem werd zelfs opnieuw gedroomd van een 8-0 overwinning, wat ook in de voorgaande ronden een fata morgana was gebleken.
We kregen afgelopen maandag echter weer eens de kous over de kop. Urenlang was er weinig tekening in de strijd. Alleen de borden van Henk de Kleijnen (kwaliteitswinst ),
Kees Vermijn (twee ver in het centrum van de vijandelijke stelling doorgedrongen verbonden vrijpionnen) en Bert Vlot (twee pluspionnen) gaven aanleiding tot enig optimisme.
De kentering kwam om 22.45 uur. Bert zag zijn voordeel verdampen en moest vluchten naar remise.
Topscorer Diko Kalkdijk verloor en ook Henk de Kleijnen kon zijn voordeeltje niet verzilveren. Tussenstand 1-2 dus.
Alarmbellen gingen af, want elders boden alleen de stellingen van Leen de Jong en Henk van der Wösten gunstige perspectieven.
Leen trok de stand inderdaad kundig gelijk (2-2), maar daarna was het kommer en kwel. Marcel van Oort ging de bietenbrug op,
Kees ging al vluggerend tenonder en ook Eelko de Groot verloor. Bij 2-5 worstelde alleen ‘Goudse Henk’ nog.
Dat werd een latertje, want een defecte klok halverwege de speelavond had voor een grote verschuiving van tijd gezorgd.
Onze man zweette en zwoegde, tastte enkele malen mis en ontkwam ten slotte zelfs niet aan eeuwig schaak. Een puntendeling tot slot derhalve, bereikt na het middernachtelijk uur.
Als het om ‘topscores’ gaat hebben we nu twee koplopers: Diko en Leen met 4,5 uit 6, gevolgd door Henk van der Wösten met 4 uit 6 en Henk de Kleijnen met 3,5 uit 5.
Karakteristieken in bordvolgorde (gecomprimeerd)
1. Leen de Jong. Het lijkt wel of de tegenstanders ruiken hoe ze tegen me moeten spelen.
Nu kwam het Engels op het bord, waar ik (met zwart) al op de tiende zet in de problemen kwam.
Wit had kunnen voortzetten met Pc3-a4-c5, waarna de beheersing van de c-lijn en de zwakte van pion e5 voordeel garanderen.
Hij speelde het paard echter naar b5 om met een kwaliteitsoffer op c6 twee pionnen op te halen, maar gelukkig zat er een lek in deze combinatie.
Het technische gedeelte verliep gunstig met doorbraak op de a-lijn.
2. Marcel van Oort. Het was zoals me wel vaker gebeurt dit seizoen: redelijk uit de opening, voor mijn gevoel wat initiatief zonder precies te weten
waar ik voordeel uit kan halen. Ik doe een stapje naar voren, reken daarna nog wat door en kom tot de conclusie dat er een gaatje zit in mijn aanvalsplan.
Dan moet ik zes stappen terug doen en sta ineens slechter. Mijn tegenstander weet zijn kleine voorsprongetje uit te bouwen naar een winnend eindspel en drukt zijn punt. BALEN.
3. Henk van der Wösten. Een pittige en zeer lange partij waarin ik op zet 19 in het nadeel (pionverlies) had kunnen komen,
maar mijn tegenstander sloeg verkeerd en kwam direct een stuk achter. Daarna speelde ik te passief (mikkend op afruil),
waardoor ik het initiatief moest afstaan. Toch kon hij niet voorkomen dat beide torens en zijn loper werden afgeruild.
Met een pion minder, maar met een heuse loper méér probeerde ik een matnet te creëren, maar dat lukte steeds net niet.
Tijdnood diende zich aan en net toen ik dacht een pion te kunnen winnen zag ik eeuwig schaak over het hoofd.
Thuis de partij geanalyseerd. Met het schaamrood op mijn kaken heb ik moeten constateren dat er in het eindspel vele wegen naar een overwinning waren geweest – maar niet de mijne.
4. Diko Kalkdijk. Mijn eerste verliespartij dit seizoen. Baal ik goed van. In een vreemde opening werd de partij van beide kanten rustig opgebouwd.
Na met wit enig veldoverwicht te hebben verkregen meende ik tot actie te moeten overgaan. De computer gaf me gelijk,
maar in de partij was ik er niet tevreden over. Ik kreeg geen houvast. Zwart nam het initiatief over en ik werd ge-c-lijnd.
De dame viel binnen en waar ik aanvankelijk dacht dat mijn paard sterker moest zijn dan zijn loper, kwam ik van een koude kermis thuis.
Mijn pionnen vielen als rijpe tomaten en mijn enige troef – een vrije d-pion – werd simpel opgehaald. Bah, hier baal ik echt van.
5. Henk de Kleijnen. Een tactisch grapje in de openingsfase leverde me weliswaar een kwaliteit tegen pion op,
maar het witte stukkenspel – met twee actieve lopers in de hoofdrol – zorgde voor complicaties. Langdurige pogingen om toch een vol punt te laten aantekenen,
afgewisseld met tweemaal een remiseaanbod van de Nieuwerkerker, leverden alleen een grote tijdsvoorsprong op.
Om – met minder dan 30 seconden op de klok van de tegenstander – de winst alsnog te forceren, gaf ik de kwaliteit terug.
Dat kostte me (oh, die verschrikkelijke bonus van 15 seconden per zet….) nog bijna de partij ook, maar gedwongen zetherhaling resulteerde alsnog in een puntendeling.
6. Kees Vermijn. Al op de zevende zet ging ik in de fout, maar mijn tegenstander zag pionwinst over het hoofd.
Daarna stuurde ik zijn paard van c6 naar b8, waar het de rest van de partij stond geparkeerd.
Ik kwam dus (veel) beter te staan. Zeker toen ik twee verbonden vrijpionnen op d5 en e5 kreeg, leek de winst al bijna binnen.
Onnauwkeurig spel met opschuiven van de verkeerde pion gaf mijn tegenstander de gelegenheid om met koning, toren en paard de pionnen te blokkeren.
Ik zag het even niet meer en het werd erger. Al snelschakend ging het mis en werd ik zelfs matgezet.
7. Bert Vlot. Mijn tegenstander verdedigde niet goed en verloor twee pionnen. Daarnaast kreeg ik een prachtige vrijpion.
Een tussenschaakje waarvan ik dacht dat het me positioneel voordeel zou opleveren bleek een volslagen misvatting.
Op simpele wijze gingen beide pluspionnen verloren, waarna ik op mijn beurt tegen een vrijpion (en een goed gepositioneerde koning) aankeek.
De malaise was echter niet zo groot dat ik geen remise meer kon bereiken. Wederzijdse opgerukte pionnen vergden wel de nodige accuratesse om dat halve punt in de wacht te slepen.
8. Eelko de Groot. Tijdgebrek stond een persoonlijk verslagje kennelijk in de weg. Uit eigen waarneming daarom
de conclusie dat onze man – dit seizoen zo goed met 2 uit 2 begonnen – geleidelijk aan de greep op het spel verloor en ondanks hevig
tegenspartelen zijn vierde achtereenvolgende ‘nul’ moest incasseren. Revanche op 8 april a.s.!
Henk de Kleijnen
Messemaker 1847 3 1784 - Nieuwerkerk a/d IJ. 2 1670 2½ - 5½
1. Leen de Jong 1941 - Jeroen Eijgelaar 1819 1 - 0
2. Marcel van Oort 1849 - Cees Klein 1843 0 - 1
3. Henk van der Wosten 1798 - Jelle Versluis 1790 ½ - ½
4. Diko Kalkdijk 1752 - Hans Ranft 1787 0 - 1
5. Henk de Kleijnen 1777 - Leo van der Haven 1697 ½ - ½
6. Kees Vermijn 1779 - Han Everaars 1636 0 - 1
7. Bert Vlot 1734 - Leen Klein 1632 ½ - ½
8. Eelko de Groot 1639 - Lambert Wildemans 1152 0 - 1
|