Verslag ronde 5

Het gejammer is voorbij

Geen hoofdrol weggelegd voor team 3 in 2C
Natuurlijk zal er nog wel wat te klagen overblijven, maar aan jammeren doen we niet meer. Aan alle eerdere tegenslagen van dit seizoen werd voor het derde team een nieuwe teleurstelling toegevoegd in de vorm van een 4-4 gelijkspel tegen het Rotterdamse Onesimus. Kampioenschap en ‘beste tweede plaats’ (en dus ook de promotie naar de eerste klasse) zijn uit beeld. Het gejammer maakt nu plaats voor berusting, gekoppeld aan de vaste wil om in de resterende twee wedstrijden onze echte kwaliteiten te etaleren.

Wat zich vooraf en tijdens het duel afspeelde
(Een korte sfeertekening)
De voortekenen waren gunstig. Diko Kalkdijk bracht ons in een vooruitgespeelde partij op voorsprong. Onze man was zakelijk verhinderd om op de geplande avond aan het bord plaats te nemen en gastheer Onesimus was zo vriendelijk om in te stemmen met het verzoek om hem eerder te laten aftrappen. Dat gebeurde aan bord 2, waar onze topscorer het met succes opnam tegen voorzitter Van der Linden, een van de sterkste spelers van het Rotterdamse achttal.

De nieuwe speellocatie van Onesimus is overigens een bijzondere. De club heeft zijn wortels in de wijk Kralingen, maar moest op zoek naar een nieuw onderkomen nadat het vorige door brand was verwoest. Die zoektocht leidde uiteindelijk tot de bizarre vondst van een partyboot (De Scheepjes) in het centrum van de Maasstad, nabij de Laurenskerk en de Markthal. De speelruimte mag knus genoemd worden. Tikkie gehorig, dat wel. Temperaturen die beurtelings omhoog schieten en weer scherp dalen.

Onze zeven mannen arriveerden op de wedstrijdavond iets na half acht, maar moesten bijna drie kwartier wachten alvorens de ‘zaal’ was ingericht en een welkomstwoord kon worden gesproken. Vanaf dat moment ontwikkelde zich zoals verwacht een hard gevecht. Onesimus, dat bij de start van het seizoen wilde aansturen op promotie, en Messemaker 1847 dat nog als doel had om ‘de beste tweede van de tweede klasse’ te worden – twee ingrediënten voor een stevige robber.

Afgezien van een ongelukkige snelle nederlaag van Eelko de Groot (tussenstand dus 1-1) viel er tot diep in de avond weinig over het eindresultaat te zeggen. Dat was ook de reden dat ondergetekende als teamleider de weinig benijdenswaardige taak had om Kees Vermijn te vragen om ‘nog even door te spelen’, toen deze remise kreeg aangeboden. Helemaal in stijl van dit seizoen liep het daarna voor onze dappere strijder uit de hand. Dat verlies zou na het opmaken van de eindrekening de Goudse teamwinst verloren doen gaan. Ook Bert Vlot ging in de late uurtjes onnodig onderuit, waarna zelfs een puntendeling nog in gevaar kwam. Verdienstelijk remises van Henk van der Wösten (tegen Clement van Eijsden, die op een score van 4 uit 4 kon bogen) en van Marcel van Oort (tegen Anton Moolenaar, met de hoogste rating bij de Rotterdammers) brachten zelfs een 4-2 achterstand op het scorebord. Leen de Jong maakte de ‘aansluitingstreffer’ en dat ging met het nodige kabaal gepaard. Zijn tegenstander vloekte hartgrondig, gaf een dreun op de tafel waarbij de stukken omvielen, liep woedend een stoel ondersteboven en verliet de speelruimte zonder zijn gezicht later nog te laten zien. Je zou er een rode kaart voor moeten geven….. Zelf kon ik mijn halverwege de avond bereikte voordeel ondanks giftige complicaties vasthouden en uitbouwen, waarna Marcel Tillemans rond half twaalf de tijd overschreed.

Karakteristieken in bordvolgorde (gecomprimeerd)
1. Henk de Kleijnen. De partij was thematisch: op het moment dat ik op de dameflank oprukte, offerde zwart op de koningsvleugel een stuk voor twee pionnen. Dat gaf optisch mogelijkheden en sommige teamleden vreesden het ergste, maar analyse achteraf (ook gesteund door Fritz) leerde dat wit voortdurend voordeel had. Wel was nauwkeurig verdedigen noodzaak. Toen dat lukte, was het pleit beslecht.
2. Diko Kalkdijk. De met wit opererende tegenstander trok het initiatief naar zich toe, maar onze man worstelde zich vindingrijk onder de druk uit, counterde en zag na enkele minder zorgvuldige zetten aan Rotterdamse zijde zijn kans schoon. Tactisch sterk gaf hij zijn opponent, die overigens wel heel snel in verlies berustte, het nakijken.
3. Leen de Jong. Na snelle ruil van alle lopers stond ik iets beter. Via h1 kwam ik met een paard op f6, maar met alle pionnen nog op het bord was de winst onduidelijk. Zwart probeerde de damevleugel – ten koste van veel tijd – vergeefs te sluiten. Een breekzet opende ten slotte de lijnen voor de witte torens, waarna de mataanval niet moeilijk meer was.
4. Kees Vermijn. Ik kon een aanval in de kiem smoren, waarna mijn tegenstander terug moest en op de dertigste zet remise aanbood. Na overleg met de teamleider – zoals dat hoort – werd besloten om verder te spelen. Na afruil van wat stukken kwam wit los en stond ik plotseling verloren. Concentratieverlies? Jammer. Zo kwam Jan de Korte op 4 uit 4 in deze competitie.
5. Henk van der Wösten. Er kwam een mij bekende stelling op het bord, maar na een zet over het hoofd te hebben gezien moest ik het initiatief aan mijn tegenstander laten. Met nauwkeurig verdedigen werden de ergste dreigingen afgewend, waarna zwart niet verder kon komen zonder zelf risico te nemen. Na wederzijdse zetherhaling bood ik – uiteraard na overleg – remise aan, wat direct werd geaccepteerd.
6. Marcel van Oort. Op zet zes deed ik een theoretisch dubieuze zet. Mijn tegenstander wilde dat zo goed mogelijk weerleggen en ging een half uurtje in de denktank. Ik kwam er uiteindelijk met een pion minder uit, maar had wel wat aanval op zijn koning met wat trucjes. Die kon hij ontlopen, waarna kon worden afgewikkeld naar een gelijkwaardig eindspel. Remise.
7. Bert Vlot. Mijn 26ste zet was niet sterk, waarna het bord in vuur en vlam kwam te staan. Nadat de kruitdampen waren opgetrokken stond ik een pion achter met aan beide zijden een toren en ongelijke lopers. Wederzijds ontstonden matkansen met opmarcherende vrijpionnen. De tijd ontbrak om een eventuele patwending door te rekenen en toen ik dacht een oplossing voor de problemen te hebben gevonden, gaf ik pardoes een stuk weg.
8. Eelko de Groot. (Met excuses aan Eelko: ik ben zijn – sportief heel snel ingezonden – verslag kwijtgeraakt, oh schande. Misschien ook maar beter om, al is het onbedoeld, zijn partij met de mantel der liefde te bedekken. Een kortsluiting in het begin van het middenspel leidde rechtstreeks tot groot materieel nadeel en dus verlies).

Henk de Kleijnen


   Onésimus 1              1813 - Messemaker 1847 3       1784 4  - 4
1. Marcel Tillemans        1794 - Henk de Kleijnen        1777 0  - 1
2. Marcel van der Linden   1806 - Diko Kalkdijk           1752 0  - 1
3. Wijnand Rijnders        1879 - Leen de Jong            1941 0  - 1
4. Jan de Korte            1796 - Kees Vermijn            1779 1  - 0
5. Clement van Eijsden     1772 - Henk van der Wosten     1798 ½  - ½
6. Anton Moolenaar         1885 - Marcel van Oort         1849 ½  - ½
7. Henk Henderson          1758 - Bert Vlot               1734 1  - 0
8. Ivo Arnold                   - Eelko de Groot          1639 1  - 0