Vlaggenschip Messemaker verliest met grote cijfers in 7e ronde KNSB-competitie

(door Peter Ypma)

Vóór aanvang van de wedstrijd hebben we even stil gestaan bij het overlijden van Erich Karstan. Erich was een van de meest hulpvaardige personen die ik heb gekend. Zo nodigde hij mij bij hem thuis uit toen ik vertelde dat ik wiskunde ging studeren. Toen ik binnenkwam, had hij een hele stapel boeken klaarliggen. Samen bekeken we welke gebieden er allemaal in de wiskunde zijn - en welke ik het meest interessant vond. Op het eind van de middag mocht ik alles wat ik wilde meenemen. Een paar jaar later was hij ook de eerste persoon die mij vertelde dat hij een wiskundedocent in mij zag. Mede door dat gesprek ben ik geworden wat ik nu ben.
Op de club was Erich al 14 jaar de extern wedstrijdleider. Hij was altijd bereid om hier veel werk in te steken - zelfs als dat voor hemzelf niet gunstig was. Zo regelde hij afgelopen jaar met veel moeite een extra speler die extern wilde spelen. Dit betekende echter wel dat hijzelf naar het tweede moest. Dat had hij echter graag voor over.
Zaterdag hoorde ik van veel teamgenoten (en de arbiter en een tegenstander) dat ook zij zeer goede herinneringen aan Erich koesteren. Namens al deze personen: Erich, bedankt!

Dan nu de belangrijkste bijzaak van deze zaterdag: onze wedstrijd tegen ASV. Bij een overwinning zouden we ons verzekeren van handhaving. Na anderhalfuur had ik goede hoop dat dit ging lukken. Ik zag veel hoopvolle stellingen. Toen ik rond de tijdnoodsfase nog een keer keek, was daar echter helemaal niets van over. We stonden 0-4 achter (nederlagen van Jan, Rob, Arjan en Albert-Jan) en drie anderen stonden slecht (Erik) tot verloren (Wim en Ed). Alleen bij Peter S (interessant eindspel), Henk-Jan (dame voor tegen stuk plus twee pionnen) en ikzelf (eindspel met actievere stukken) was er nog reden tot hoop. Het eindspel van Peter verzande na lang proberen in remise, Henk-Jan wist in een goede, maar lastige stelling het mat niet te vinden en verloor. Ikzelf wist uiteindelijk het toreneindspel te winnen. Omdat Erik ook nog remise hield, werd de uitslag 2-8. Pijnlijk, maar als we later in het seizoen nog een goed resultaat neerzetten, is er nog niets aan de hand.

Peter Ypma:

Ik speelde tegen Wouter van Rijn. Hij staat - net als ikzelf - bekend als een speler die houdt van random stellingen. Dit voert hij nog iets verder door dan ikzelf. Hij gebruikt namelijk twee dobbelstenen om zijn eerste zet te bepalen. Vandaag leverde dat een zeer originele partij op waarin van alles gebeurde. Dit kan Ed veel mooier beschrijven dan ikzelf:

Ik mocht gisteren weer naast Peter zitten en ja, wat zie je dan eigenlijk? Hij werd geconfronteerd met zijn eigen 1.b3 dus ik was wel benieuwd hoe hij dat ging aanpakken. Maar waar wij gewone stervelingen de partij in bekende banen proberen te leiden zodat we iets hebben in wat we ooit hebben bestudeerd gelden bij hem andere wetten. Dan speelt hij opeens zijn paard naar g4. Zinloos denk je dan, want moet die niet gewoon terug na h3? Nee dus, want dan speelt hij ...Dh4 en na g3,Dh5. En wit kan niet meer rocheren. In arrenmoede speelt wit dan met een bord vol stukken Kd2. Uiteindelijk gaat dat best goed en het lijkt zelfs of wit het beste van het spel krijgt. De zwarte stukken lijken allemaal verdwaald in de witte stelling en je vreest het ergste. Maar alles blijkt precies te kloppen en via wat onnavolgbare manoeuvres heeft hij opeens een gewonnen toreneindspel op het bord. Erik keek mij aan en zijn gezichtsuitdrukking verraadde hetzelfde als ik dacht: geen idee hoe hij dat weer deed, maar het is wel zo.

Eerlijkheidshalve moet ik er wel bij vertellen dat het allemaal wat minder correct was dan het verslag van Ed doet vermoeden. Dat neemt echter niet weg dat het een mooie partij was en een klein persoonlijk lichtpuntje op deze verder vrij treurige dag.

Peter Scheeren:

Ik speelde weer met zwart en kreeg een interessante varinat van het Koningsindisch op het bord, waarin zwart met een pion naar e3 doorstoomt. Hoewel wit beter leek te staan door het bezit van de open d-lijn (die hem later een pluspion opleverde), bleek die e-pion toch als angel in de wite stelling gevaarlijk te zijn, in ieder geval voldoende om de balans niet te verbreken. Met veel moeite wist wit zich los te wringen en uiteindelijk de e-pion onschadelijk te maken, maar ik had intussen beide randpionen van wit veroverd. In het eindspel met ongelijke lopers en elk een dame probeerde ik nog lange tijd om er iets van te maken, maar meer dan remise zat er niet in.

Arjan van der Leij:

Mijn tegenstander ontwikkelde met wit een gevaarlijk uitziend initiatief. Met wat witte stukken gericht op de koningsvleugel en de verzwakking g6 speelde wit f5. De thematische reactie f6 leverde me voldoende spel op met een sterke loper op b7. De computerwaardering bleef de hele tijd rond de 0 hangen, waar ik tijdens de partij dacht wat beter te staan. Misschien dat dit het probleem was, want in mijn zoektocht naar voordeel dacht ik weer veel te lang na en in tijdnood wist ik van een ongeveer gelijke stelling in twee zetten een totaal verloren stelling te maken, eerst gaf ik volkomen onnodig de d-lijn weg en vervolgens liet ik hem winnend binnenkomen op d6.

Erik Hennink:

Met zwart kwam ik op bord 7 iets minder uit de opening. Ik kwam onder de druk uit door het loperpaar op te geven en een vijandelijke toren op de 7e rij toe te laten. Ik kreeg hier zelf echter een sterke toren op de 2e rij voor terug. Ik kon met een mooie zet mijn loper van g7 activeren en mijn paard in het spel betrekken. De kansen in de partij kantelden mijn kant op. Na een mindere zet van mijn tegenstander had ik de partij kunnen beslissen, maar ik zag dat niet en mijn tegenstander bleef in de partij. In de spannende tijdnoodfase wikkelde ik onhandig af waardoor mijn voordeel weg was. Ik moest mijn dame geven voor een toren, loper en pion. In de overgebleven stelling vlak na de tijdnoodfase was volledig in evenwicht en winstpogingen voor beide zijden waren vruchteloos. Zodoende werd in de vrede getekend.

Rob Hoogland:

Op zet 12 speelde mijn tegenstander met Dh4 een nieuwtje volgens mijn databases. Een zet die door de computer niet werd gewaardeerd maar door mij niet echt kon worden afgestraft. Twee zetten later speelde ik een dermate grafzet dat ik meteen minder kwam te staan. Zwart had de mogelijkheid om een paard te offeren op g2. Objectief niet goed, maar de voortzetting die wij beiden hadden gezien, bleek tijdens de thuisanalyse niet de beste te zijn en vol met mogelijkheden voor wit om fouten te maken. Gelukkig speelde daarna mijn tegenstander vrij passief en kon ik met een aantal goede zetten een betere stelling opbouwen. Op het moment dat ik de stelling wilde verzilveren door een pionnetje te winnen zag ik, met weinig tijd, nog net een iets elegantere manier om dit te doen. Op zulke momenten moet je het alleen nooit te mooi willen doen, de gespeelde zet bleek namelijk mat in één toe te laten........

Ed Roering:

Ik werd met wit spelend al op zet 4 verrast met een tijdelijk stukoffer door mijn tegenstander. Hij speelde à tempo, ik moest improviseren, wat me veel tijd kostte. Ik kreeg echter een redelijk prettige stelling, met nog genoeg tijd voor een fatsoenlijke partij. Na wat afruilen dacht ik in een gelijke stelling de betere kansen te hebben wanneer ik de lopers op het bord zou houden, maar dat was een misvatting. Mijn tegenstander pakte meteen het initiatief en liet niet meer los. Ik moest twee pionnen geven om nog wat rommelkansen te houden, maar mijn tegenstander gaf niets meer weg.

Wim Heemskerk:

Toen ik na de dramatische wedstrijd naar huis reed en met enige weerzin aan mijn partij dacht, speelde er van alles door mijn hoofd. Uiteindelijk kwam ik uit op "Meer kennis werkt s oms in je nadeel". Wat was er gebeurd? Mijn tegenstander was een kwartier te laat en gebruikte vervolgens nog eens drie kwartier om de 15e zet te bereiken. Na afloop zei hij dat hij het na de vierde zet al niet meer kende en alles op eigen kracht bedacht had. Nou, petje af! Voor mij was het na de 15e zet nog steeds bekend, want het was precies dezelfde stelling als ik vorig jaar in de KNSB al op het bord gekregen had. Ik had dan ook vrijwel geen tijd verbruikt en wist ook dat er bij 'het beste spel' een afwikkeling naar een iets prettiger eindspel voor mij zou ontstaan. Wat me bezielde weet ik niet meer, misschien was het de grote voorsprong in tijd, maar ik wilde geen genoegen nemen met 'een iets prettiger eindspel'. Voor mijn 16e zet trok ik ruim 20 minuten uit en speelde ... toch maar dezelfde als vorig jaar. Mijn tegenstander kopieerde wederom de vorige partij en voor mijn 17e zet dacht ik bijna een half uur na om uiteindelijk 'iets nieuws' te spelen. Een paar zetten later had ik spijt als haren op mijn hoofd. Mijn nieuwe idee was geen succes en met een tijdelijk offer won mijn tegenstander een pion. In plaats van in een 'prettig eindspel' zat ik ineens in een 'verloren eindspel'. Met nauwkeurig spel werd ik vervolgens netjes van het bord gemanoeuvreerd.
Inmiddels is de kater wat minder en wordt het tijd mijn conclusie bij te stellen: "Meer kennis werkt alleen in je nadeel als je er niet goed mee om kunt gaan."

Henk-Jan Evengroen:

Met wit kreeg ik een Koningsindische Verdediging tegen mij. Door mijn snel opstomende pionnen dacht mijn tegenstander enkele zetten te moeten spelen om zijn damevleugel te versterken. Dit waren kostbare tempoverliezen, waardoor ik al snel heel goed kwam te staan. Om tegenspel te creëren offerde mijn tegenstander een kwaliteit. Op dat moment onderschatte ik de gevaren van zwart en dacht rustig mijn paard naar e6 te kunnen brengen. Door het 'standaard' loperoffer op h3 kwam ik toch zeer slecht te staan. In de hoop niet mat te gaan besloot ik een pion op b7 te pakken, waardoor ik een vrijpion op b6 had. Gelukkig vond mijn tegenstander de weg naar winst niet en kon ik een tweede dame halen. Er ontstond een stelling waarbij ik een dame voor stond tegenover een paard en twee pionnen (gedekte vrijpionnen op de 5e en 6e rij). Ik had het idee dat ik heel erg goed stond, zo niet gewonnen, maar kon de winst niet vinden. Doordat ik geen genoegen wilde nemen met remise, nam ik veel te veel risico. Ik liep met mijn koning naar een veld waarbij mijn tegenstander met schaak dame kon halen en direct gewonnen stond. Achteraf bleek de stelling helemaal niet zo gewonnen als het leek, waarschijnlijk zelfs remise. Uiteindelijke dus een heel spannende, mooie partij en zeker geen onverdiend resultaat voor mijn tegenstander, door knap tegenspel te blijven zoeken.
Tot nu toe is het een dramatisch seizoen voor mij, maar aangezien de teamoverwinning al buiten bereik was, heb ik besloten mijn winstpartij(en) te bewaren voor een belangrijker moment.

Jan Evengroen:

Met wit mocht ik tegen een oude bekende: Michiel Blok. We kregen de Spaanse opening op het bord waarin ik met wit voordeel behaalde. Met deze goede eerste fase van de partij kon ik een kansrijke koningsaanval inzetten. Michiel verdedigde zich uitstekend en in de tijdnoodfase liet ik het voordeel glippen. De partij besloot ik met een aantal zeer slechte zetten waarvan Michiel dankbaar gebruik maakte. De partij werd beëindigd door mat in één die ik ook al niet zag aankomen. Overigens bleek dat deze middag ook nog eens besmettelijk te zijn. Toch blijft het een leuk spel!

Albert-Jan Wagensveld:

Van Albert-Jan Wagensveld) (invaller voor Ben van Geffen) is geen verslag ontvangen.

Voor alle detailuitslagen van Klasse 1A zie de website van de KNSB.