‘Kleine grote vriend’ is niet meer

 

 

 

Ab Scheel

1941-2015

 

 

Verslingerd als hij was aan het schaakspel en aan zijn ‘cluppie’ bezocht hij tot enkele weken geleden de speelavonden van Messemaker 1847. Daarna was zelfs dat hem te veel. Voor wie hem ook maar een beetje kende, was het duidelijk: de laatste dagen van Ab Scheel waren echt geteld. Iedereen wist inmiddels dat hij ernstig ziek was, maar toch…. We misten hem, de sfeermaker die zich jarenlang met veel energie inzette voor de belangen van de club. Als bestuurder, webmaster, organisator, fotograaf  en vooral ook smaakmaker die niet voor niets in 2005 door de KNSB werd uitgeroepen tot Vrijwilliger van het jaar.

 

Wie kende hem niet in de schaakwereld? Binnen de Rotterdamse Schaakbond, de nationale schaakbond, bij de organisatoren van alle grote schaakevenementen, bij vele honderden schaakliefhebbers, inclusief  de vijf chess queens met wie hij zich onlangs nog op de foto liet vereeuwigen tijdens het Open Schaakkampioenschap van Gouda – een evenement waarvan hij jarenlang de drijvende kracht is geweest. Op dat moment was al bekend dat de dagen letterlijk voor hem waren geteld. Enkele maanden geleden was asbestkanker bij hem vastgesteld, een gruwelijke ‘erfenis’ van zijn werk – lang geleden – in de koelkastenbouw. Als twintiger had hij daar naar eigen zeggen ‘de mooiste jaren van zijn werkzame leven’ gehad. De risico’s van het op maat zagen van eternit werden toen nog niet onderkend. Het gruwelijke gevolg openbaarde zich een halve eeuw later.

 

Ab maakte pas laat serieus kennis met het schaken. In 1987 introduceerde Dries Heuperman hem bij Messemaker 1847. Zijn liefde voor het spel ontstak snel en hoewel hij niet tot de allersterkste spelers van de oudste vereniging van Nederland uitgroeide, ontwikkelde hij zich snel als bestuurder. Hij had een enorme afkeer van vergaderen en opereerde het liefst náást het officiële bestuur. Als jeugdleider, als arbiter, als wedstrijdleider, als webmaster, als pr-man en als captain van het ‘Vlaggenschip’, het eerste team. Zijn benoeming tot lid van verdienste was een logische zaak.

 

Ik heb het voorrecht gehad om lang met Ab te mogen optrekken. Hij werd zelfs een van mijn beste vrienden. Samen bezochten we, vaak als kijker en ook regelmatig als speler, toernooien. ‘Hoogovens’, later omgedoopt tot ‘Corus’ en inmiddels tot ‘Tata’ vormde een jaarlijks hoogtepunt. Ab speelde daar in Wijk aan Zee serieus en supergeconcentreerd, manifesteerde zich meer en meer als fotograaf  (hij bouwde een bestand van zo’n 60.000 foto’s op), verzorgde de dagelijkse verslaggeving op de website en genoot met volle teugen. Van de vriendschap met veel medeschakers, van het spel zelf en vooral van de etentjes na afloop van elke ronde. In café De Zon verorberde hij in het gezelschap van clubgenoten menig sateetje, steevast vergezeld van cola-zonder-ijs. Culinair hoogtepunt was de ‘pondstong’ die hij bij het plaatselijke visrestaurant bestelde.

 

Een markante man. Klein van stuk, goed verzorgd en altijd keurig in het pak gestoken. Met een bijna kinderlijke geestdrift genoot hij intens van alles wat het leven hem bood. Van zijn vele hobbies naast het schaken, van zijn vrouw, zijn kinderen en kleinkinderen. In alles gedreven. Charmant, veelal goedgemutst en gezegend met een gezond gevoel voor humor. Overigens was hij niet altijd even gemakkelijk in de omgang. Een zekere eigenzinnigheid en koppigheid waren hem niet vreemd als het om voor hem principiële zaken ging. Hij was, gevormd door zijn jeugd, zuinig. Een fooi geven in een restaurant vond hij maar onzin en ‘een rondje van Ab’ kan ik me niet herinneren. Toch was hij verre van een egoïst. Altijd in anderen geïnteresseerd en ook als onbezoldigd vrijwilliger bij welzijnsorganisaties actief. Zo zette hij in een verzorgingshuis een ‘soos’ en een internetcafé op, schaakte op dinsdagmiddagen met een man die verlamd op bed lag en was hij maker van passe-partouts bij een tekenclub in een buurthuis. In 2004 werd hij voor zijn vele vrijwilligerswerk benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.  Daar was hij begrijpelijk trots op en bij voorkomende gelegenheden droeg hij het bijbehorende lintje op de revers.

 

Veelzijdig en warm zijn andere begrippen die hem passen. Hij was, zeker in schaakwereld tot over de landsgrenzen heen, al bij leven een legende. Het is een stuk stiller geworden op de schaakvereniging. ‘Tata’ zonder zijn aanwezigheid is moeilijk voorstelbaar. De slopende ziekte ondergroef zelfs zijn ijzeren wilskracht. Perfectionist als hij was, liet hij zich de gelegenheid niet ontnemen om zijn eigen uitvaart te regisseren. Tijdens een (afscheids)etentje bij zijn favoriete Chinese restaurant vroeg hij Gert-Jan Ludden, eveneens een boezemvriend, of  hij de plechtigheid wil leiden en er het woord wil voeren. Bij die gelegenheid bedeelde hij mij het schrijven van dit in memoriam toe. Een verzoek dat ik vanzelfsprekend niet kon weigeren. Het was wel het minste wat ik nog voor hem kon doen.

 

Mijn ‘kleine grote vriend’ is niet meer. Een leegte blijft achter. Ik wens in het bijzonder Alie, zijn dochters Ingrid en Claudia en zijn kleinkinderen heel veel sterkte toe bij het verwerken van dit verlies. Vaarwel, Ab.

 

                                                                                        (Henk de Kleijnen)

 

De uitvaartplechtigheid op Crematorium IJsselhof  (Goejanverwelledijk 6 in Gouda) zal zijn a.s. maandag, 7 december, vanaf 16.30 uur.